Gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid; onderzoek bevolen; benoemings bestuurder en onderzoeker. BW 2:345,349a lid 2, 350
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:346 BW
Genoemd in 80 uitspraken · Officiële wettekst
80 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Enquête. Bevoegdheid tot indienen verzoek; art. 2:346 lid 1, onder b, BW. Primary beneficiary van een trust naar het recht van Bermuda bevoegd enquête te verzoeken van in Nederland gevestigde ‘kleindochter’? Oordeel OK dat aandelen kleindochter worden gehouden door twee Nederland
De Ondernemingskamer oordeelt dat in deze enqueteprocedure, gelet op het vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 31 oktober 2007, voor haar als uitgangspunt heeft te gelden dat OOO Promneftstroy en verzoekster Yukos Finance B.V. niet kwalificeren als bevoegde aandeelhouders in d
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Art. 2:349a lid 2 BW. Ondernemingskamer wijst bij twee failliete vennootschappen (i) verzoeken tot bevelen van onderzoek toe en (ii) verzoeken tot treffen van onmiddellijke voorzieningen af. Rechts- en motiveringsklachten m.b.t. (ii).
Ondernemingskamer; enquêteprocedure; ontslag van instantie; niet-ontvankelijkverklaring
Ondernemingsrecht. Uitkoopregeling (art. 2:201a BW). Wijze van prijsvaststelling; abstraheren van handelingen die de uitkopende aandeelhouder in het verleden ten voordele van zichzelf heeft verricht?
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Is tijdig ingesteld cassatieberoep tegen door de ondernemingskamer getroffen voorzieningen niet-ontvankelijk op de grond dat de enquêteprocedure nadien onherroepelijk is geëindigd?
OK; enquêterecht; ontvankelijkheid van verzoeksters; beoordeling van het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen; verbod dat op de buitengewone vergadering van aandeelhouders de goedkeuring van een transactie in stemming zal worden gebracht; benoeming van een comm
De Ondernemingskamer wijst het enquêteverzoek af.
De Ondernemingskamer stelt voorop dat indien, zoals in het onderhavige geval, nog geen onderzoek is gelast, zij slechts onmiddellijke voorzieningen kan treffen indien daarvoor voldoende zwaarwegende redenen zijn en, naar haar voorlopig oordeel, er gegronde redenen zijn om te twij
Er wordt eeen onderzoek bevolen omdat het aandeelhouderschap van verzoekster wordt genegeerd althans niet wordt betwist dat het aandeelhouderschap van verzoekster wordt ontkend en (daarom) verzoeksters’ wettelijke en statutaire aandeelhoudersrechten niet worden gehonoreerd. Dit l
OK; Enquete; onderzoek bevolen; onmiddellijke voorziening getroffen; omgang met minderheidsaandeelhouder; infomatievoorziening; dividendbeleid; artikel 2:345, 349a lid 2, 350 lid 1 BW
Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Ontvankelijkheid beroep bij vergissing in partij-aanduiding; HR 13 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1881. Ontvankelijkheid enquêteverzoek. Kapitaalseis; art. 2:346 lid 1, aanhef en onder b, BW. HR 29 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY7833, NJ 2013/304
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Bevoegdheid middellijk aandeelhouder tot doen van enquêteverzoek? Art. 2:346, aanhef en onder b, BW. Verschaffer van risicodragend kapitaal met eigen economisch belang; gelijkstelling met belang aandeelhouder of certificaathouder. Vaste rechtspraa
Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 14 juni 2012; Olav Rosenberg Belastingadviseurs B.V. / Rosenberg van der Does & Partners Holding B.V. e.a.
Enquête; tussentijds beroep; art. 401a, 426 Rv. Beschikking ondernemingskamer waarbij verweerster in cassatie is aangemerkt als belanghebbende is een tussenbeschikking; eiseres niet-ontvankelijk cassatieberoep.
Geding na cassatie (HR 9 juli 2010, LJN BM0976). Enquêteverzoek. Beoordeling ontvankelijkheid op grond van kapitaalseis (art. 2:346 BW) alleen in eerste aanleg; ontvankelijkheid in cassatie bepaald door verschijning verzoekers in vorige instantie (art. 426 lid 1 Rv). Grenzen rech
Enquêterecht. Aandelenkapitaal van verzoeksters tezamen voldoet aan kapitaalseis van art. 2:346, aanhef en onder b, BW. Intrekking verzoek van één der beide verzoeksters maakt geen einde aan de aanhangigheid van het geding, maar leidt tot niet-ontvankelijkheid van de desbetreffen
Ondernemingsrecht. Houders van certificaten die deel uitmaken van een onverdeelde nalatenschap moeten gelijk worden gesteld met certificaathouders als bedoeld in artikel 2:346, aanhef en onder b, BW en zijn gezamenlijk bevoegd om een enquêteverzoek te doen; in overeenstemming me
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Ontvankelijkheid: is een indirecte aandeelhouder van de vennootschap enquêtebevoegd?
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM)? Staat als belanghebbende. Onaanvaardbare doorkruising van bestuursrechtelijke kader? Voorlopig o
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en van procedurele waarborgen art. 1 EP EVRM? Staat als belanghebbende. Onaanvaardbare doorkruisi
Ondernemingskamer; enquêterecht; gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij de vennootschap; onderzoek bevolen maar aanwijzing van een onderzoeker voorlopig aangehouden; derde als bestuurder van de vennootschap benoemd, met in bijzonder
Ondernemingskamer; enquêteprocedure; zelfstandig tegenverzoek; niet-ontvankelijk
OK ; enquêterecht ; afwijzing enquêteverzoek.