OK; geschillenregeling; uittreding; certificaathouders; toewijzing; geen eigen regeling; geen afwijkende peildatum
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:339 BW
Genoemd in 74 uitspraken · Officiële wettekst
74 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
OK ; geschillenregeling ; uittredingsverzoek wordt toegewezen ; billijke verhoging.
Door geschil tussen partijen in hun hoedanigheid van (indirect) aandeelhouders en bestuurders van een vennootschap dreigt continuïteit van de vennootschap in gevaar te komen. Onder de omstandigheden van dit geval voldoende aanleiding om tot het oordeel te komen dat de aandelen in
Ondernemingskamer; primair uittredingsverzoek; subsidiair enquêteverzoek; toewijzing uittredingsverzoek; benoeming nader aan te wijzen deskundige.
Ondernemingskamer; enquêteprocedure; geschillenregeling; uitstoting; geen eigen regeling; prijs vaststellen
Ondernemingskamer; uittredingsverzoek; wijziging van het verzoek; internationale rechtsmacht; waarde aandelen nihil; verwijzing naar de rechtbank voor het overige
OK ; gecombineerde verzoeken (enquête, uittreding, uitstoting, samenhangende vorderingen) ; de OK wijzigt de betreffende aandeelhoudersovereenkomst, bepaalt dat een nadere mondelinge behandeling zal worden gehouden en houdt iedere verdere beslissing aan.
Tussenvonnis. Geschillenregeling, vordering tot uittreding, 2:343 BW tegen medeaandeelhouders en de BV. De norm voor toewijzing van de vordering. Toewijzing, tegen BV voorwaardelijk.Beroep op uitkeringstest, 2:207 lid 2 BW door BV.
Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest van ondernemingskamer in uittredingsprocedure (art. 2:343, art. 2:339 lid 1 BW en art. 401a lid 2 Rv). Niet-ontvankelijkverklaring na ‘selectie aan de poort’ (art. 80a RO)? Doorbreking van rechtsmiddelenverbod t
Kort geding. Aandeelhoudersgeschil. Uitstoting overige aandeelhouders (2:336 BW), gedwongen overdracht aandelen (2:343 BW). Onderbouwing waarde aandelen ontbreekt Geen benoeming deskundige in KG. Vennootschappelijk belang eist geen voorziening.
Geschillenregeling / blokkeringsregeling. Hoe dwingend is de in art. 2:195 lid 6 BW neergelegde waarderingsmethode en in hoeverre kan er in de statuten vanaf geweken worden? Tot welke uitkomst leidt waardering volgens het Stuttgarter Verfahren? Mondeling vonnis en hoger beroep.
21 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/237HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.J.A. Knijff, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J.W.H. van