15 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/044HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: voorheen mr. A.G. Castermans, thans mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, t e g e n UNIDEK VOLUMEBOUW B.V., gevestigd te Gemert, geme
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:244 BW
Genoemd in 140 uitspraken · Officiële wettekst
140 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
15 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/001HR (CW 2390) JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een eis tot cassatie in het belang der wet, ingesteld door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad en gericht tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam v
15 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/045HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: voorheen mr. A.G. Castermans, thans mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, t e g e n UNIDEK VOLUMEBOUW B.V., gevestigd te Gemert, geme
OK ; enquête ; art. 2:349a ; verzoek nadere onmiddellijke voorzieningen na tweedefasebeschikking ; betrokkenen dienen zich te richten op ongedaan maken wanbeleid, maar gedragen zich volgens de Ondernemingskamer niet dienovereenkomstig ; (vergaande) verzoeken deels toegewezen
Ontslag statutair bestuurder. Nietigheid vennootschapsrechtelijke ontslag brengt nietigheid arbeidsrechtelijke ontslag op staande voet mee. Opzegverbod tijdens ziekte staat in de weg aan 2e arbeidsrechtelijke ontslag. Ziekte aanvang voor uitnodiging ava.
Arubaanse zaak. De vraag is of de directeur met het onbetwiste vennootschappelijke ontslag tevens arbeidsrechtelijk ontslag heeft gekregen. Uit wetsgeschiedenis blijkt dat wettelijke bepalingen ertoe strekken dat door een ontslagbesluit ook een einde wordt gemaakt aan de arbeidsr
15 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/001HR (CW 2390) JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een eis tot cassatie in het belang der wet, ingesteld door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad en gericht tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam v
Vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit is niet rechtsgeldig genomen wegens strijd met artikel 2:227 lid 7 BW, raadgevende stem. Het arbeidsrechtelijke dienstverband is blijven voortbestaan. Vernietiging van ontslagbesluit bij verzoek: Artikel 7:686a BW, vordering tot rectificatie
OK ; geschillenregeling ; uittredingsverzoek wordt toegewezen ; billijke verhoging.
Kort geding. Ontslag van een statutair bestuurder die ook een arbeidsovereenkomst heeft. Art. 2:8 BW en art. 2:227 lid 7 BW.
Gedwongen aandelenoverdracht is niet toewijsbaar. Wel aanleiding om gedaagde als bestuurder tijdelijk te schorsen.
Handelsregisterwet 2007; wijziging gegevens in het handelsregister; artikel 38 juncto 33 tot en met 36 van de Handelsregisterwet 2007; nader onderzoek
Geschil over de vraag of ontslagneming door de statutair directeur van een besloten vennootschap het einde van zijn arbeidsovereenkomst met deze vennootschap tot gevolg heeft (81 RO).
i3. Drie hoofdzaken. Drie vrijwaringszaken. Geschillen tussen vennootschap, oud bestuurder en aandeelhouder. Zie uitspraken OK en Vzr Oost-Brabant.
Ontslag statutair bestuurder. Ontslag besluit niet rechtsgeldig genomen, voldongen feit. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever, billijke vergoeding toegekend aan werknemer. Wel voldragen ontslaggrond aanwezig. Geen recht op toekenning bonus.
Ontslag statutair bestuurder. Verzoeker is statutair bestuurder van verweerder. Verzoeker kan daarom geen vernietiging van het arbeidsrechtelijk ontslag vragen. Het ontslag houdt geen verband met de ziekte van verzoeker, het is onverwijld gegeven en er is sprake van een dringende
Ondernemingskamer; afwijzing enquêteverzoek
Ondernemingsrecht. Algemeen vermogensrecht. Joint venture-geschil. O.a. klachten over toepassing van art. 3:44 lid 4 BW, toetsing van schorsing uitvoerend bestuurder aan redelijkheid en billijkheid (art. 2:8 BW) en beoordeling van uittreedvordering (art. 2:343 BW).
Kort geding. Vordering van werknemer en statutair bestuurder tot opheffing van hun schorsing en toelating tot hun gebruikelijke werkzaamheden toegewezen. Dwangsom.
Kort geding ex art. 254 Rv. Ontslag op staande voet statutair bestuurder. Werkgever heeft het bestaan van een dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW niet, althans onvoldoende onderbouwd. Aannemelijk is dat in een bodemprocedure komt vast te staan dat het ontslag op
Kort geding. Ontslag statutair bestuurder. Conflict tussen aandeelhouders/bestuurders. Niet-getekende aandeelhoudersovereenkomst. Geen overeenstemming over exit-regeling. In dit geval en met de wijze waarop het is ingekleed naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaa
Ontslag als (middellijk) statutair bestuurder betekent dat ook de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Verwijzing naar de handelsrechter. Zitting heeft (tevens) plaatsgevonden ten overstaan van de voorzieningenrechter, zodat deze vonnis kan wijzen.
WWZ, bestuurder, besluit ava en einde dienstbetrekking, verzoek billijke vergoeding niet-ontvankelijk, pensioenverplichtingen.
- Ontslag statutair bestuurder i.v.m. ongeoorloofde toekenning en uitbetaling extra verlofuren - Rechtsgeldigheid vennootschapsrechtelijk en arbeidsrechtelijk ontslag - Toetsing ontslag op staande voet - Afwijzing van door de bestuurder verzochte transitievergoeding en billijke v
Kort geding. Betekent ontslag statutair bestuurder ook einde managementovereenkomst? Opzegging duurovereenkomst? Art. 2.9 BW.