Conclusie AG. Faillissementsfraude (art. 343 (oud) Sr). M1: Kan de verdachte als ‘bestuurder’ worden aangemerkt? Gelet op ’s hofs vaststellingen over de feitelijke gedragingen van de verdachte moet die vraag bevestigend worden beantwoord. M2: Heeft de verdachte gehandeld ‘ter bed
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Faillissementsfraude. Medeplegen van bedrieglijke bankbreuk als bestuurder van een rechtspersoon en schending van de inlichtingenplicht.
Eiser heeft drukwerk geleverd aan drie vennootschappen die inmiddels via turboliquidatie zijn ontbonden. De facturen van eiser aan drie vennootschappen waarvan gedaagden (middellijk) bestuurder waren zijn (deels) onbetaald gebleven. Eiser spreekt in deze procedure die bestuurders
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement, 2:248 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door bestuurder(s) en feitelijk medebeleidsbepaler, belangrijke oorzaak van het faillissement. Niet voldaan aan administratieplicht (2:10 BW); gevolgen van verschillende rechtshandelin
Interne bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:9 BW. Vennootschap verwijt haar voormalig bestuurders bedragen te hebben onttrokken en spreekt hen aan uit hoofde van onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank heeft in haar vorige tussenvonnis de curator in de gelegenheid gesteld stukken te overleggen waaruit kan blijken dat is voldaan aan de betekeningsvereisten. De curator heeft stukken ingediend. De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan de betekeningvereisten en d
Deze zaak gaat over bestuurdersaansprakelijkheid na een faillissement. De curator in het faillissement van het bedrijf spreekt de (voormalige) bestuurders aan op grond van een onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur. Twee van de vier aangesproken bestuurders voeren verweer.
Vorderingen van faillissementscurator op bestuurders failliete vennootschappen op grond van onttrokken activa en bestuurdersaansprakelijkheid worden afgewezen. De curator heeft zijn vorderingen, in het licht van de verweren, op alle onderdelen onvoldoende onderbouwd.
Faillissement stichting. Is sprake van een feitelijk beleidsbepaler in de zin van artikel 2:138 lid 7 BW? Hebben de bestuurders het bewijsvermoeden van artikel 2:138 lid 2 BW ontzenuwd? Toepassing van Hoge Raad 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1099 (Mobile Services).
Wie is bestuurder van de vennootschap? Onverschuldigde betaling, onrechtmatige daad
Hof spreekt de verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde en veroordeelt hem tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek ter zake van: - 'als bestuurder van een rechtspersoon, wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers van de rechtspersoon in hun verhaals
bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 BW; schending publicatieplicht en administratieplicht; Ook materieel sprake van onbehoorlijke taakvervulling; overhevelen corporatie opportunities
Bestuurdersaansprakelijkheid. De statutair bestuurder, die zich niet kan disculperen en de feitelijk bestuurder zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het faillissementstekort. De vordering gegrond op artikel 2:248 lid 9 BW tegen gedaagden onder 3 en 4 wordt afgewezen omdat het de bu
Executiegeschil. Eiseressen in conventie hebben in conventie niet aannemelijk gemaakt dat dwangsommen niet zijn verbeurd; hun vordering tot opheffing van beslagen tot inning van de dwangsommen wordt afgewezen. In reconventie oordeelt de voorzieningenrechter dat de vordering van e
Bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW; onrechtmatige daad echtgenote; artikel 42 Fw.
Bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank verklaart voor recht dat gedaagde zijn taak als (middellijk) bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld, dat het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Tegen gedaagden is verstek verleend. Verder wo
Derde arrest tevens eindarrest/ berekeningsmethode vakantieloon/toewijzingen individuele Chauffeurs/ discussie over referentiejaar/ toewijzingen vorderingen individuele Chauffeurs alleen voor vakantiedagen/Wettelijke verhoging 20 procent/proceskostenveroordeling werkgever
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. Beroep curator op artikel 2:248 BW en artikel 2:9 BW. Holdingvennootschap (de bestuurder) heeft ten onrechte bedragen in rekening gebracht bij de nadien gefailleerde dochtervennootschap. Vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
Faillissement transportbedrijf. Onbehoorlijk bestuur. Andere belangrijke oorzaak faillissement.
Verzet, bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:248 BW, verzet ongegrond
Gevoegde zaken. Geschil tussen bestuurders/aandeelhouders over (al dan niet overeengekomen) managementfee en ‘fee per test’. Onverschuldigde betaling. Bestuurdersaansprakelijkheid. Vordering tot openleggen administratie (artikel 3:15j BW).
Bank vordert betaling van saldo op kredietfaciliteit. Verjaring. Onderbouwing vordering. Verplichting van Bank tot bijhouden van administratie.
Vordering curator tegen (oud-)bestuurder in staat van faillissement verklaarde besloten vennootschap. Beroep op de actio Pauliana slaagt. Schending boekhoudplicht. Onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak faillissement. Oplegging bestuursverbod.
Faillietverklaring van een ontbonden vennootschap (na turboliquidatie). Voldoende aannemelijk dat er nog te vereffenen baten zijn; ook aan de overige vereisten voor faillissement is voldaan.
De rechtbank veroordeelt een 48-jarige man tot een taakstraf van 240 uren. De verdachte heeft zich als bestuurder van een failliet verklaarde rechtspersoon schuldig gemaakt aan faillissementsfraude, waarbij verdachte opzettelijk niet heeft voldaan aan de wettelijke verplichtingen