De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 uur voor het plegen van faillissementsfraude als formeel bestuurder. Er is hierbij rekening gehouden met de leeftijd van verdachte, zijn gezondheidstoestand, blanco strafblad en de overschrijding van de redelijke termijn
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
De rechtbank veroordeelt een 48-jarige man tot een taakstraf van 240 uren. De verdachte heeft zich als bestuurder van een failliet verklaarde rechtspersoon schuldig gemaakt aan faillissementsfraude, waarbij verdachte opzettelijk niet heeft voldaan aan de wettelijke verplichtingen
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:9, 2:10 en 2:248 lid 1 en lid 2 BW. Vordering faillissementscurator tegen bestuurders faillietverklaarde vennootschap. Financiering koop kasteel Beverweert. Kennelijk onbehoorlijk bestuur doordat bestuurders niet erop mochten vertrouwen dat fi
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement; schending administratie- en publicatieplicht (art. 2:248 BW). Voorschot en bestuursverbod (art. 106a FW). Overeenkomst van geldlening; echtheid van overeenkomst; uitleg afspraken; terugbetaling. Onverschuldigde betaling.
Vordering tot betaling van facturen voor verleende fiscale en accountantsdiensten. Waardering en beoordeling geleverd bewijs na tussenarrest.
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Boekhoudplicht ex artikel 2:10 BW. Bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW. Andere van buiten komende oorzaken die tot het faillissement hebben geleid. Onttrekkingen van activa uit het vermogen van de vennootschap voorafgaand aan
In deze zaak verwijt de curator de bestuurders van het bedrijf primair dat zij deze vennootschap kennelijk onbehoorlijk hebben bestuurd. Omdat dat in de ogen van de curator een belangrijke reden is voor het faillissement van het bedrijf, zijn de bestuurders volgens de curator aan
Sint Maarten. Perceel grond. Koop. Overbouw.
Bestuurders en RvT van een stichting aansprakelijk? Verzekeringsovereenkomst
Bestuurdersaansprakelijkheid – matiging wegens wijze van afwikkeling van het faillissement – Actio Pauliana – betwisting authenticiteit managementcontract
De rechtbank verklaart voor recht dat partij B 1 en 2 hun taak als bestuurders van het bedrijf onbehoorlijk hebben vervuld en veroordeelt hen tot betaling van het tekort in het faillissement van het bedrijf. Partij B hadden (gedeeltelijk) geen jaarrekeningen betreffende het bedri
In geschil is of [gedaagde sub 1] als bestuurder en [gedaagde sub 2] als feitelijk beleidsbepaler aansprakelijk zijn voor het boedeltekort. De rechtbank beantwoordt die vraag hierna voor [gedaagde sub 1] met ‘ja’ en voor [gedaagde sub 2] met ‘nee’. Daarnaast is in geschil of een
Civiel recht. Bodemzaak. Eindvonnis na eerdere tussenvonnissen. Vier broers hebben in het verleden samengewerkt in een groep van rechtspersonen. Een van de broers is in 2014 samen met zijn zoon vertrokken. De vertrekkende broer en zijn zoon zijn actief geworden in dezelfde branch
aansprakelijkheid (indirect) bestuurder voor faillissement vennootschap (art. 2:248 BW, leegtrekken vennootschap), vernietiging rechtshandelingen ogv art. 42 F
Appelprocesrecht, aanvang beroepstermijn (art. 339 Rv), verschoonbare termijnoverschrijding na beweerdelijke apparaatsfout, invloed onttrekking advocaat op aanvang beroepstermijn?
Waardering nader geleverd bewijs.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissement onderwijsinstelling. Peeters/Gatzen-vordering. Artikel 2:9 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending van publicatie- én administratieplicht, dat geen onbelangrijk verzuim is en sprake is van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. Andere belangrijke oorzaak voor het faillissement van de keukenzaak niet aannemelijk. Geen reden voor matiging
Artt. 2:10 en 2:248-1 BW; bestuurdersaansprakelijkheid; administratieplicht, kennelijk onbehoorlijk bestuur. De curator verwijt de voormalige bestuurders en beleidsbepalers van de failliet dat zij die vennootschap kennelijk onbehoorlijk hebben bestuurd. Omdat dat in de ogen van d
OK; enquête; onmiddellijke voorzieningen; toewijzing
OK ; enquêterecht ; vaststelling wanbeleid
Kennelijk onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 BW. Administratieplicht rust op het bestuur in fuctie, niet (meer) op een oud-bestuurder die zijn taken heeft overgedragen. Publicatieplicht geschonden. Privé-onttrekkingen en -uitgaven niet verantwoord. Curator spreekt alleen de ou
Kort geding. Vordering ex artikel 843a Rv toegewezen.
De curator houdt gedaagden als voormalige (indirecte) bestuurders van bedrijf 1 aansprakelijk voor het tekort in het faillissement van bedrijf 1, en gedaagde 1 als voormalig bestuurder van bedrijf 2 voor het tekort in het faillissement van bedrijf 2. De rechtbank wijst de primair
Bij vonnis van 24 augustus 2021 is het bedrijf in staat van faillissement verklaard. Gedaagde is een groot gedeelte van het bestaan van het bedrijf bestuurder geweest. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde de administratieplicht die geldt voor bestuurders van een vennootschap