Valse administratie, artikel 2:10 BW en bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
Ontslag statutair bestuurder. Voormalig bestuurder maakt aanspraak op een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een contractuele schadeloosstelling. Rechtbank oordeelt dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Verzoeken worden afgewezen.
Bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW. Was gedaagde bestuurder van de BV? Was er een andere belangrijke oorzaak van het faillissement? Tussenvonnis.
Aansprakelijkheid bestuurder/feitelijk beleidsbepaler op grond van artikel 2:248 lid 1 BW; afromen van omzet als belangrijke oorzaak van faillissement; Bewijslast en falend beroep op matiging.
Verzoek tot faillietverklaring van een ontbonden BV afgewezen. Niet summierlijk gebleken van een vordering op de (indirect) bestuurder op grond van 2:248 BW. Niet summierlijk gebleken dat de (indirect) bestuurder niet aan haar boekhoudplicht (2:10 BW) heeft voldaan. Niet gebleken
Gebod tot afgifte van administratie.
Faillissementspauliana, bestuurdersaansprakelijkheid.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Niet voldaan aan boekhoudplicht (art. 2:10 BW) en niet voldaan aan publicatieplicht (art. 2:394 BW). Op grond van artikel 2:248 lid 2 BW wordt onbehoorlijke taakvervulling vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn, indien het best
art. 2:248 BW; matiging
Bestuurdersaansprakelijkheid, toewijzing Vennootschap bij verstek veroordeeld tot betaling openstaande facturen, vervolgens geen executie mogelijk wegens ontbinding en uitschrijving vennootschap door KvK ivm niet deponeren jaarrekeningen, bestuurder als vereffenaar laat schulden
Vordering van curator op grond van art. 2:248 BW (kennelijk onbehoorlijk bestuur) afgewezen, omdat de (middellijk) bestuurder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het faillissement is veroorzaakt door andere feiten en omstandigheden dan onbehoorlijke taakvervulling.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 jo 2:9 BW. Boekhouding is niet meer beschikbaar na faillissement. Bestuurder slaagt er niet in het wettelijk vermoeden te weerleggen.
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens overdracht bestuur bedrijf aan bepaalde (rechts)personen zonder voldoende onderzoek en overleg met malversaties als gevolg. Geen aanleiding tot matiging
Verzet. Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 BW wegens schending van de boekhoudplicht ex art. 2: 10 BW. Bestuurder heeft niet voldaan aan de verplichting om van de vermogenstoestand van de vennootschap en van alles betreffende de werkzaamheden van de vennootschap, naar de
Kennelijk onbehoorlijk bestuur ex art. 2:248 BW? Beperkte reikwijdte boekhoudplicht art. 2:10 BW. Subsidiaire vorderingen van de curator op de bestuurder ex art. 2:9 en 6:162 BW.
Curaçao. Ondernemingsrecht. Enquête. Stakende stemmen. Ontbrekende rechtsgeldige bestuursbesluiten om enquêteverzoek te doen.
Bewijswaardering. Tegenbewijs.
IPR. De rechtbank is o.g.v. art. 8 onder 1 EEX-Vo II bevoegd t.a.v. de Belgische gedaagde, ook indien gezamenlijke behandeling met de vordering tegen de Nederlandse gedaagde door een faillissement niet meer mogelijk is.
Bestuurder failliete vennootschap aansprakelijk voor boedeltekort wegens niet-tijdige openbaarmaking jaarrekeningen (art. 2:248 jo. 2:394 BW).
Bestuurdersaansprakelijkheidszaak. Artikel 2:248 lid 2 BW. Schending publicatie- en administratieplicht. Geen onbelangrijk verzuim. Bestuurder aansprakelijk voor het boedeltekort. Geen matiging.
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Directeur-grootaandeelhouder verkoopt haar aandelen in de BV aan een katvanger. Artikel 2:248 BW. Schending administratie- en publicatieplicht.
Bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 lid 1 BW, kennelijk onbehoorlijk bestuur, geen gronden voor matiging 2:248 lid 4. Bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor faillissementsdeficit na het onttrekken van liquiditeit aan de vennootschappen zonder rechtsgrond en zonder het bedingen
Antilliaanse NV. Schending deponerings- en boekhoudplicht. Strekt boekhoudplicht zich uit tot administratie dochters? Weerlegging causaal verband. Onbehoorlijk bestuur dochter toerekenbaar aan bestuur moeder? Onrechtmatige daad bestuur? Relatie 2:9/6:162.
Aansprakelijkstelling; belanghebbende is als (middelijk) bestuurder terecht aansprakelijk gesteld voor niet betaalde belastingschulden; geen redelijk denkend bestuurder zou een managementvergoeding van € 45.000 per maand in rekening brengen, terwijl hij zich bij aanvang van zijn
Ontoereikende boekhouding en niet voldaan aan publicatieplicht: dat leidt tot (onweerlegbare) vermoeden dat er sprake is van onbehoorlijke taakvervulling bestuurders en tot (weerlegbare) vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Bestuurders hebben niet a