Hoofdzaak en vrijwaring. Ondanks schending publicatieplicht geen bestuurdersaansprakelijkheid. Niet gebleken dat gedaagden iets valt te verwijten van het faillissement.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
Jaarrekening te laat gepubliceerd, geen onbelangrijk verzuim. Vermoeden van art 2:248 lid 2 BW door de bestuurder weerlegd. De curator heeft vervolgens niet aannemelijk gemaakt dat een kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is. G
Over de aansprakelijkheid van een fiscaal adviseur in verband met het in 2009/2010 omgaan met de fiscale mogelijkheid van het vormen van een herinvesteringsreserve (HIR), bezien in het licht van het leerstuk van fraus legis en de HIR-arresten van de Hoge Raad uit 2014. De uitkoms
Aansprakelijkheid van een bestuurder van een stichting en een daaraan gelieerde voetbalvereniging op grond van artikel 2:9 BW wegens schending van artikel 2:10 BW. Wanneer de administratie van een rechtspersoon op een zodanige manier wordt gevoerd dat een meer dan geringe kans be
Bestuurdersaansprakelijkheid (2:248 BW). Pauliana (42 Fw).
Aansprakelijkheid voor tekorten in faillissementen op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 lid 1 BW). Benadeling van schuldeisers.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuuder niet aansprakelijk voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:248 BW. Publicatieplicht is geschonden, maar de bestuurder heeft aannemelijk gemaakt dat een andere feiten en omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakvervulling een b
Bevoegdheid rechtbank. Europese Insolventieverordening. 2:248 BW, 2:9 BW, 6:162 BW.
Individuele schuldeiser niet gebonden aan door de curator in het faillissement getroffen schikking. Geen persoonlijke aansprakelijkheid van de (indirect) bestuurder voor onbetaald laten van facturen door vennootschap.
aansprakelijkheid bestuurder: art. 2:9 BW, 2:10 BW. Vordering tot schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende betwisting stelling bestuurder. Zaak tegen controlerend accountant. Geen aansprakelijkheid. NV COS Standaard 240, 330 en 500
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 lid 1 BW. Is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur? Is dat een belangrijke oorzaak van het faillissement geweest? Samenhang met 17/05253 en 17/05255.
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Termijn voor openbaarmaking van de jaarrekening overschreden; art. 2:394 lid 3 BW. Is dit een "onbelangrijk verzuim" als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Samenhang met 17/05255 en 17/05218.
bestuurdersaansprakelijkheid art. 2:248 BW, reden tot matiging?
Onbehoorlijk bestuur? Geen wettelijk vermoeden van art. 2:248 lid 2 BW en verder is te weinig door de curator gesteld. Drie vaststaande onregelmatigheden en de gevolgen daarvan.
Conclusie plv. AG. Bedrieglijke bankbreuk en feitelijk leidinggeven. Falende bewijsklachten inzake "enig goed onttrokken aan de boedel", het verzwijgen van goederen voor de curator en het feitelijk leidinggeven. Strekt tot verwerping van het beroep.
Provisionele vordering ex art. 223 Rv tot opheffing van gelegde derdenbeslagen. Incidenteel eisers stellen dat zij niet langer in staat zullen zijn om hun advocaat en daarmee hun verdediging in de procedure te bekostigen als het beslag niet wordt opgeheven. Beroep op beginselen v
Vordering curator (i) ex artikel 2:248 BW jo. 2:10 BW; beroep op disculpatie, matiging en (ii) ex Actio Pauliana, onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking (Peeters/Gatzen-vordering). IPR: rechtsmacht en toepasselijk recht.
geen bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:248 BW, art. 2:9 BW, art. 6:162 BW, art. 47 Fw
Gepubliceerd in verband met cassatieberoep.
bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248 lid 2 BW
Verdachte is veroordeeld voor bedrieglijke bankbreuk. Hij heeft bij twee ondernemingen, op het moment dat hij wist dat deze failliet zouden gaan, geen administratie bijgehouden en geld onttrokken aan de onderneming waardoor de rechten van de schuldeisers zijn verkort. Steekwoorde
Artikel 2:248 BW, 2:10 BW. Niet voldaan aan boekhoudplicht. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Gedaagde is niet geslaagd in het ontzenuwen van het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW.
bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurdersaansprakelijkheid
Indirect bestuurder respectievelijk feitelijk bestuurder van failliet bouwbedrijf aansprakelijk voor boedeltekort op grond van artikel 2:248 BW. Boekhoudplicht geschonden. Bestuurder heeft niet aannemelijk gemaakt dat andere feiten of omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakver