Benoeming bewindvoerder en (mede)mentor. Uitdrukkelijke voorkeur.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:435 BW
Genoemd in 307 uitspraken · Officiële wettekst
307 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Bewind en mentorschap; voorkeur van de betrokkene voor bewindvoerder en mentor afgewezen.
Verzoek tot onderbewindstelling en het instellen van mentorschap. Bewind noodzakelijk, mentorschap niet. De te benoemen bewindvoerders zijn geen 'familieleden' volgens de wet waardoor de kantonrechter geen bijzondere motivering nodig heeft om af te wijken van het uitgangspunt van
Afwijzing hoger beroep en bekrachtiging beslissing kantonrechter dat betrokkene een onafhankelijke en professionele bewindvoerder nodig heeft. Appellanten (3 broers en 1 zus) strijden tegen de andere broer over de financiële en niet-financiële zaken rondom betrokkene. Betrokkene
Ontruiming woning na overlast door ter beschikking stellen van de woning door huurder aan prostituees. Termijn van drie maanden vanwege verslavingsproblematiek en ingezet hulpverleningstraject gericht op doorstroom naar begeleid wonen.
Bekrachtiging. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter de dochter terecht heeft ontslagen als bewindvoerder over de goederen van de betrokkene. Ook is het hof van oordeel dat Auxilium op juiste gronden als opvolgend bewindvoerder is benoemd.
CBM, wettelijke voorkeursregeling bij benoeming bewindvoerder/mentor
bewind en mentorschap; voorkeur van de betrokkene voor bewindvoerder en mentor afgewezen.
Gemeenschap van goederen. Geen reden om af te wijken van wettelijke voorkeur. De hele gemeenschap valt onder het bewind, waardoor de echtgenote wordt beperkt in haar rechten. Hof acht echtgenote voldoende in staat om het bewind uit te voeren. Professioneel mentorschap wordt in st
Bewind en mentorschap. Bekrachtiging beschikking rechtbank. Gronden aanwezig.
Ontslag bewindvoerder. Betrokkene (en overige belanghebbenden) niet door kantonrechter gehoord; schending recht op hoor en wederhoor. Geen sprake van gegronde redenen die zich verzetten tegen wettelijke uitgangspunt dat uitdrukkelijke voorkeur van rechthebbende wordt gevolgd.
Bewind. Hoger beroep tegen ambtshalve ontslag bewindvoerder. Beheer van vermogen. Verplichting bewindvoerder om de kantonrechter in staat te stellen toezicht uit te oefenen. Voorkeur rechthebbende weegt minder zwaar dan de gebreken in de bewindvoering en de transparantie daarvan.
Beschermingsbewind en mentorschap. Afwijking van de wettelijke voorkeursregeling bij ontslag en benoeming.
bewind. Artikel: 1:431 lid 1 onder a BW, 1:435 lid 3 BW en 1:449 lid 2 BW.
Verzoek instellen bewind toegewezen in afwijking van het gestelde in het levenstestament van betrokkene.
bekrachtiging beslissing voorzieningenrechter dat onafhankelijke en professionele mentor en bewindvoerder moet worden benoemd over 95-jarige dementerende betrokkene. Jongste dochter wil dit doen, maar raakt constant in conflict met oudste kinderen en de betrokken hulpverlening.
Vernietiging bestreden beschikking. Artikelen 1:431 lid 1 en 1:435 lid 3 BW. Het hof spreekt alsnog een bewind uit en benoemt een van de zonen van rechthebbende tot bewindvoerder.
Omzetting van curatele naar bewind en mentorschap. Gebleken is dat sinds de bestreden beschikking de ondercuratelestelling door de betreffende organisatie wordt uitgeoefend in de vorm van een apart mentorschap en een apart bewind. De curatele wordt in de praktijk dus niet als de
bewind en mentorschap. Geen sprake van gewichtige redenen die het ontslag van de zus als mentor rechtvaardigen. Ook is het in het belang van betrokkene dat de zus tot opvolgend bewindvoerder wordt benoemd. artikel 1:461 lid 1 sub e BW, artikel 1:448 lid 1 sub e jo. lid 2 BW, arti
Het verzoek onderbewindstelling, ingediend door de zoons van betrokkene met benoeming van een professionele bewindvoerder, is toegewezen. Dochter voert verweer. De familieverhoudingen zijn ernstig verstoord. Mediation is geen optie gebleken. De kantonrechter acht het in het belan
“Verzoek om de ouders als bewindvoerder te benoemen in plaats van professionele bewindvoerder afgewezen vanwege risico op belangenverstrengeling ten aanzien van financiële belangen”
Rechthebbende was bij het opstellen van het tweede levenstestament onvoldoende in staat om haar wil te bepalen. Daarom laat de kantonrechter het tweede levenstestament buiten beschouwing. Het eerste levenstestament heeft rechthebbende niet de noodzakelijke bescherming kunnen bied
bekrachtiging bestreden beschikking, bewind, artikel 1:449 lid 2 BW, artikel 1:435 lid 1 BW, artikel 1:435 lid 3 BW.
Herstelbeschikking (ECLI:NL:HR:2024:1892). Art. 31 Rv. Ambtshalve herstel van een verschrijving.
Bekrachtiging onderbewindstelling en instelling mentorschap. Artikelen: 1:435 BW en 1:452 BW