Familierecht. Informeel ‘rechtshulpverzoek’ van Amerikaanse rechter tot – bemiddeling bij de – afwikkeling van de door hem uitgesproken voogdij van de in Nederland wonende pleegouders over in Texas (VS) geboren minderjarig kind; kantonrechter onbevoegd ambtshalve onderzoek RvdK t
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:328 BW
Genoemd in 20 uitspraken · Officiële wettekst
20 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft plaatsgevonden of pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt, en over ontb
Biologische vader die zijn kind niet heeft erkend is niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot beëindiging van de voogdij van een gecertificeerde instelling, omdat hij geen bloedverwant van het kind is.
Voogdij. Verzoek tot wijziging voogdijinstelling. Geen (analoge) toepassing artikel 1:259 BW, niet voldaan aan in artikel 1:328 BW genoemde criteria.
Na verwijzing door de Hoge Raad. Minderjarige verblijft sinds 2005 in het huidige pleeggezin. Het hof heeft een deskundigenonderzoek gelast ter beantwoording van de vraag of hervatting van het contact tussen de man en de minderjarige op enigerlei wijze mogelijk is. De man heeft d
Voogdijoverdracht andere GI ondanks ontbreken bereidverklaring - in belang minderjarigen gelet op artikel 3 IVRK.
De GI heeft de voogdij over de minderjarige. De vader verzoekt primair belast te worden met het gezag (artikel 1:253c BW), in combinatie met een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Subsidiair verzoekt de vader wijziging van de voogdij-instelling op grond van artikel 1:299
Verzoek door grootouder tot beëindiging voogdij gecertificeerde instelling ex artikel 1:328 en 1:329 BW. De rechtbank is van oordeel dat de gecertificeerde instelling bij de uitvoering van de voogdijmaatregel zijn taken niet zodanig heeft georganiseerd dat dit tot verantwoorde hu
Vordering tot beëindiging voogdij GI door grootmoeder mogelijk op grond van artikel 1:328 BW in samenhang met artikel 1:329, lid 1 BW. Procedure in kort geding leent zich niet voor beoordeling van dit verzoek, gelet op de complexiteit en de betrokken belangen. Vordering afgewezen
Hoger beroep van pleegouders tegen aan de voogdijinstelling verleende toestemming voor wijziging van de verblijfplaats van hun pleegkind in het kader van een voogdijmaatregel ex art. 1:336a BW. Appelverbod. Geen sprake van doorbrekingsgronden. Het beroep van de pleegouders op art
Pleegouders niet ontvankelijk in verzoek wijziging voogdij ex artikel 1:328 BW. Zie ook de tussenbeschikkingen d.d. 13-6-2024 ECLI:NL:RBMNE:2024:4130, d.d. 9-7-2024 ECLI:NL:RBMNE:2024:4131 en d.d. 18-7-2024 ECLI:NL:RBMNE:2024:5388
Verzoek wijziging verblijf voogdijpupil ex artikel 1:336a BW. Blokkaderrecht pleegouders. Geen vervangende toestemming van de rechtbank voor wijziging verblijf van pleeggezin naar accommodatie. Hoewel de minderjarige niet gelukkig is in het pleeggezin is onvoldoende onderbouwd da
Het hof heeft de beschikking van de rechtbank, waarbij het verzoek van de moeder om een andere voogd te benoemen over haar kinderen werd afgewezen, bekrachtigd. Het hof oordeelde dat niet is voldaan aan de in artikel 1:328 BW genoemde criteria.
Art. 1:328 BW. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder om een andere GI te benoemen tot voogd over haar kinderen afgewezen. Het hof biedt de moeder in deze tussenbeschikking alsnog de mogelijkheid om te melden welke wijziging van omstandigheden volgens haar is opgetreden ná
Ontslag voogd.
Verzoek om pleegouders in plaats van de GI met de voogdij te belasten. Geen grond voor beëindiging voogdij van GI.
Verzoek om provisionele voorzieningen te treffen afgewezen
Verzoek tot ontzetting uit de voogdij afgewezen.
Familierecht; ontzetting uit voogdij (81 RO).
Familierecht. Informeel ‘rechtshulpverzoek’ van Amerikaanse rechter tot – bemiddeling bij de – afwikkeling van de door hem uitgesproken voogdij van de in Nederland wonende pleegouders over in Texas (VS) geboren minderjarig kind; kantonrechter onbevoegd ambtshalve onderzoek RvdK t
In het licht van al het vorenstaande komt het hof dan ook tot het oordeel dat er geen aanleiding is de behandeling van deze zaak tot een nadere zitting aan te houden, teneinde de rechter/rechtbank in Texas (alsnog) in de gelegenheid te stellen een verweerschrift in te dienen en/o