Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:253 BW
Genoemd in 21 uitspraken · Officiële wettekst
21 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
artikel 1:253a BW. De verzoeken betreffen kwesties die de verzorging en opvoeding van de kinderen weliswaar raken, maar het betreffen praktische, concrete aangelegenheden. Het systeem van de wet biedt geen wettelijke grondslag om op de verzoeken te beslissen.
-
vervolg op ECLI:NL:GHAMS:2026:193. Artikel 1:253a BW; bekrachtiging hoofdverblijfplaats, hetgeen een verhuizing van de minderjarige tot gevolg heeft, en bekrachtiging zorgregeling. Artikel 812 lid 2 Rv; verzoek om zo nodig met behulp van de sterke arm de minderjarige aan de vader
Luchtvaart. Restitutie ticketprijzen geen persoonlijk recht. Gevorderde wettelijke rente vanaf 7 dagen na de vlucht afgewezen gelet op artikel 8 van de Verordening.
Handlichting; bevoegdheid openen zakelijke rekening;
Hoofdverblijf Zorgregeling Raadsonderzoek
Gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:253t BW. Nu de vader van de minderjarige onbekend is en daarmee geen sprake is van een andere ouder met familierechtelijke betrekking, dient de rechtbank enkel nog te beoordelen of sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de
Vader wordt mede met het gezag over de kinderen belast. Inmiddels heeft de vader de kinderen erkend en is hij een tot het gezag bevoegde ouder. Voor zover de kinderen niet langer bij de vader wonen wordt een zorgregeling vastgesteld.
De ouders van een minderjarig kind dat in een pleeggezin woont en onder voogdij staat van Jeugdbescherming Gelderland, verzoeken primair op grond van artikel 1:253q lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) om hen gezamenlijk te belasten met het ouderlijk gezag. De rechtbank
Verzoek moeder om met het gezag over dochter belast te worden. De GI is belast met de voogdij over de minderjarige die in een pleeggezin woont.
Vervangende toestemming tot verhuizing. Hoofdverblijf, zorg- en contactregeling
BW 1 BW 3 echtscheiding gemeenschap huwelijksvoorwaarden vergoedingsrecht vaststelling verdeling
Wettelijke criteria voor ambtshalve toewijzing van gezag aan inmiddels gezagsbevoegd geworden moeder na overlijden van de voogd.
alimentatie / jong-meerderjarige / behoefte. De man heeft er op gewezen dat het gebrek aan inkomen aan de jong-meerderjarige zelf kan worden verweten en dat de man ook daarom niet meer onderhoudsplichtig is. Dit standpunt miskent evenwel het in artikel 1:392, lid 2 BW neergelegde
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over einde van alimentatieplicht na hun tweede kinderloos gebleven huwelijk; duur eerste huwelijk ingevolge art. 1:166 BW meetellen bij duur huwelijk als bedoeld in art. 1:157 lid 6 BW; misbruik van bevoegdheid om te appelleren?
Gezagskwestie. Gezamenlijk gezag door huwelijk. Eenhoofdig gezag aan moeder. Recht op omgang voor onbepaalde tijd ontzegd. Verdere verdeling van gemeenschap van goederen.
Verzoek om gezamenlijk gezag als bedoeld in art 1: 253c lid 3 BW moet volgens appellant worden ingediend bij de kantonrechter en niet bij de rechtbank. Hof oordeelt dat dit een kwestie is van sectorcompetentie die niet afdoet aan absolute competentie van de rechtbank.
Nu het kind diens gewone verblijfplaats in Nederland heeft en het hof derhalve bevoegdheid toekomt inzake van dit geschil, dient het uit te gaan van de gezagsverhouding die van rechtswege voortvloeit uit het Turkse recht. Voorts zal het hof bij de beoordeling van de vraag wie het
9 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/073HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. K.T.B. Salomons, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet versch
-