Arubaanse zaak. Vader is in beroep tegen beslissing van het GEA om de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag. Hof belast de ouders gezamenlijk met het gezag en past de omgangsregeling aan.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:252 BW
Genoemd in 98 uitspraken · Officiële wettekst
98 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Arubaanse zaak. Moeder wenst alleen met het gezag te worden belast, vader verzet zich tegen de veroordeling tot ex-echtgenotenalimentatie. Hof oordeelt dat het niet zonder meer in het belang van het kind is het ouderlijk gezag aan een van de ouders toe te kennen en het hoger bero
Omdat er van (juridisch) gezag geen sprake is, nu het moederschap van de door vader genoemde vrouw niet vast staat en vader ook geen gezag heeft, kan dat ook niet geschorst worden. Wel dient een voogd te worden benoemd bij afwezigheid van enig gezag.
De voormalige (vrouwelijke) levensgezel van de moeder verzoekt de adoptie van de minderjarigen uit te spreken door haar. Daarnaast verzoekt zij te verklaren dat zij gezamenlijk met de moeder zal zijn belast met het gezag over de minderjarigen. Alhoewel niet aan het samenlevingsve
Verzoekers hebben een relatie gehad, waaruit drie minderjarige kinderen zijn geboren. Gezamenlijk gezag is aangetekend in het gezagsregister. Uit artikel 1:247a BW volgt, dat indien een aantekening als bedoeld in artikel 1:252 lid 1 BW is geplaatst en de ouders hun samenleving be
- erkenning adoptie - Massachusetts - beginseltoestemming - art. 2 Wobka - art. 7 lid 1 sub a van de WCAd - adoptie - art. 1:227 lid 2 BW - art. 1:228 lid 1 sub f BW - (adoptief)ouder - gezamenlijk gezag - art. 1:252 lid 1 BW Twee Nederlandse vrouwen, die samenwonen maar niet geh
Arubaanse zaak. Het hoger beroep van moeder strekt ertoe dat zij het eenhoofdig gezag zal behouden, of subsidiair dat de ouders gezamenlijk met gezag worden belast. GEA heeft vader het gezag toegewezen en het kind onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. Met verwijzing naar
verzoek wijziging gezag i.v.m. vermeende vervalsing handtekening moeder; deskundigenonderzoek m.b.t handtekening alvorens op verzoek te beslissen
Een aantekening in het gezagsregister wordt door de griffier geweigerd – zo blijkt uit artikel 1:252 lid 2 sub c BW – indien op het tijdstip van het verzoek een voogd met het gezag over het kind is belast. Deze weigering geldt ook in het geval een (tijdelijke) voogd is benoemd in
Betreft zaak waarin moeder vraagt om het ouderlijk gezag over kind. Het Gerecht heeft het gezag aan vader toegewezen, voogdijraad adviseert beide ouders te belasten met het ouderlijk gezag. Hof acht dat in casu niet kan worden gezegd dat eenhoofdig gezag in het belang van het kin
Familierecht; geschil tussen voormalige levenspartners over een omgangsregeling en gezamenlijk gezag over door vader erkend minderjarig kind; wenselijkheid gezamenlijke gezagsuitoefening als bedoeld art. 1:253c lid 2 BW, maatstaf; ten onrechte gepasseerde bezwaren; motiveringseis
Familierecht; geschil tussen voormalige levenspartners over gezamenlijk gezag over door vader erkend minderjarig kind (81 RO).
Internationale kinderontvoering teruggeleiding; gewone verblijfplaats; Spaans gezagsrecht; onderzoek IJI; onderzoek raad; horen minderjarige
Een eenzijdig verzoek van de vader om tezamen met de moeder te worden belast met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen. Het verzoek wordt toegewezen, nu het bepaalde in artikel 1:252 BW (te weten: een verzoek tot gezamenlijk gezag kan slechts op gezamenlijk verzoek)
Internationale kinderontvoering - bezwaarschrift tegen een besluit van de Centrale Autoriteit om de behandeling van een verzoek te staken - artikel 6 lid 2 Uitvoeringswet.
Familierecht. Voortduring gezamenlijk gezag; voorwaarden (HR 19 april 2002, nr. R01/079, NJ 2002, 458); toekenning gezag aan een ouder; belang van het kind; Wijziging gezag van één ouder; vereisten art. 1:253o BW.
Antillenzaak. Afwijzing verzoek vader tot gezamenlijk gezag na echtscheiding op grond van art. 1:251 BWNA, dat eensluidend verzoek vereist, in strijd met art. 6 en 8 EVRM?; bescherming recht op gezinsleven en toegang tot de rechter; vgl. HR 27 mei 2005, nr. R04/088, NJ 2005, 485
Antillenzaak. Afwijzing verzoek vader tot gezamenlijk gezag na echtscheiding op grond van art. 1:251 BWNA, dat eensluidend verzoek vereist, in strijd met art. 6 en 8 EVRM?; bescherming recht op gezinsleven en toegang tot de rechter; vgl. HR 27 mei 2005, nr. R04/088, NJ 2005, 485
Familierecht. Verzoek man na door echtscheiding ontbonden huwelijk tot (herstel van) gezamenlijk ouderlijk gezag; toegang tot de rechter, in art. 1:253o lid 1 BW gestelde eis van gezamenlijk verzoek in strijd met art. 6 lid 1 en art. 8 lid 1 EVRM; belang van het kind; maatstaven.
Internationale kinderontvoering; verzoek tot teruggeleiding afgewezen in verband met worteling kind; internationale omgangsregeling.
Wijziging gezag over minderjarige kinderen. Partijen hebben met hun kinderen samengewoond en zijn niet gehuwd geweest. Moeder heeft van rechtswege gezag. De huidige omgangsregeling loopt al een aantal jaren goed. De kinderen verblijven ongeveer de helft van de week bij ieder van
Gezamenlijk verzoek ouders tot aantekening in gezagsregister.
Beslissing na verwijzing Hoge Raad (LJN AV0656). Gezamenlijk gezag na niet huwelijkse samenleving. Artikel 6 EVRM en artikel 1:253c BW.
Gezagskwestie. Gezamenlijk gezag door huwelijk. Eenhoofdig gezag aan moeder. Recht op omgang voor onbepaalde tijd ontzegd. Verdere verdeling van gemeenschap van goederen.
Artikel 1:253c, lid 2 BW. Wijziging gezag.