Gerechtshof bepaalt dat de man en de vrouw voortaan gezamenlijk zullen zijn belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:252 BW
Genoemd in 98 uitspraken · Officiële wettekst
98 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Geschil tussen ongehuwde vader en moeder over gezamenlijk gezag over hun minderjarig kind; niet-ontvankelijkheid op grond van art. 1:252 BW een ongeoorloofde beperking van het door art. 6 lid 1 EVRM aan de vader gegarandeerde recht op toegang tot de rechter ter vaststelling van z
Geschil tussen ongehuwde vader en moeder over gezamenlijk gezag over hun minderjarig kind; niet-ontvankelijkheid op grond van art. 1:252 BW een ongeoorloofde beperking van het door art. 6 lid 1 EVRM aan de vader gegarandeerde recht op toegang tot de rechter ter vaststelling van z
Geschil tussen ongehuwde vader en moeder over gezamenlijk gezag over hun minderjarig kind; niet-ontvankelijkheid op grond van art. 1:252 BW een ongeoorloofde beperking van het door art. 6 lid 1 EVRM aan de vader gegarandeerde recht op toegang tot de rechter ter vaststelling van z
Geschil tussen ongehuwde vader en moeder over gezamenlijk gezag over hun minderjarig kind; niet-ontvankelijkheid op grond van art. 1:252 BW een ongeoorloofde beperking van het door art. 6 lid 1 EVRM aan de vader gegarandeerde recht op toegang tot de rechter ter vaststelling van z
Verzoek om gezamenlijk gezag als bedoeld in art 1: 253c lid 3 BW moet volgens appellant worden ingediend bij de kantonrechter en niet bij de rechtbank. Hof oordeelt dat dit een kwestie is van sectorcompetentie die niet afdoet aan absolute competentie van de rechtbank.
Voor het antwoord op de vraag of een minderjarige onder toezicht moet worden gesteld, dient te worden beoordeeld of deze minderjarige zodanig opgroeit, dat haar zedelijke of geestelijke belangen of haar gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze
Eenzijdig verzoek om gezamenlijk gezag van vader die nimmer met de moeder gehuwd is geweest en die nimmer het gezag samen met de moeder heeft uitgeoefend is ontvankelijk cfm HR 27-5-05 R 2005,78. Maatstaf is of het gezamenlijk gezag in het belang van kind wenselijk is, art 1:253c
27 mei 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/088HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vader], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. L. van Hoppe, t e g e n [De moeder], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen.
Moeder heeft alleen het gezag, vader vraagt eenzijdig om gezamenlijk gezag. Daarvoor is nu geen wettelijke basis. Wetsvoorstel tot wijziging van art 1:253cBW van 14-02-05.
18 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/047HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [De vader], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1
kantonzaak, familierecht, gezamenlijk ouderlijk gezag tegen de zin van moeder toegewezen.
Kantonrechter beslist dat het in artikel 1.252 BW verwoorde vereiste, dat een verzoek om aantekening van de gezamenlijke ouderlijke macht over een buiten huwelijk geboren kind, alleen door beide ouders gezamenlijk kan worden gedaan, niet in strijd is met het bepaalde in artikel 8
kantonzaak; verzoek wijziging gezagsvoorziening na adoptie door kantonrechter opgevat als verzoek tot gezamenlijk gezag; griffier gelast van dit gemeenschappelijk verzoek aantekening te maken in gezagsregister.
De in art. 1:252 BW getroffen regeling tot vestiging van gezamenlijk ouderlijk gezag van ouders die niet met elkaar zijn gehuwd verdraagt niet dat daarin, met een beroep op art. 8 EVRM, wordt geintroduceerd de mogelijkheid van vervangende toestemming door de rechter in het geval
Verzoek om gezamenlijk gezag van een ouder die niet met ander gehuwd is geweest niet-ontvankelijk verklaard. Art 1: 252 BW is van toepassing, niet art 1: 253o BW.
Bijzonder curator, gezag minderjarige, omgangsregeling
Het in art. 8 EVRM besloten recht op eerbiediging van family life brengt met zich mee dat ook een niet gezagdragende ouder die niet gehuwd is of is geweest met de wel gezagdragende ouder, zich steeds zelfstandig tot de (kanton)rechter moet kunnen wenden indien hij gezamenlijk gez
Hof Den Bosch, 13 januari 2004, R200300705 Art. 1:252 BW, verzoek door een van de ongehuwde ouders tot gezamenlijk gezag Uit de inmiddels verbroken relatie van partijen is een kind geboren. De vader heeft in eerste aanleg verzocht om partijen met het gezamenlijk gezag over dit ki
Bij voormelde tussenbeschikking is aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzocht een onderzoek in te stellen naar de vraag of het verzoek van [verzoeker] tot gezagswijziging in het belang van [A.] wenselijk is. Tevens is een omgangsregeling tussen [verzoeker] e
Verzoek moeder tot toekenning van gezamenlijk gezag aan haar en haar partner voldoet in dit geval aan de eisen van artikel 1:253t BW. Toewijzing van het verzoek geen inbreuk op eerbiediging van family-life in de zin van artikel 8 EVRM voor de vader die het gezag over de minderjar
-
-