Partneralimentatie. Bewijs dat de vrouw samenleeft met een ander als ware zij gehuwd niet geleverd. bekrachtiging met betrekking tot de alimentatie.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:160 BW
Genoemd in 590 uitspraken · Officiële wettekst
590 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
Vervolg op tussenbeschikking van 23 augustus 2011; is de verplichting tot het verschaffen van partneralimentatie geëindigd omdat de onderhoudsgerechtigde is gaan samenleven met een ander als waren zij gehuwd?
Afwijzing van het verzoek van de vrouw tot vaststelling van partneralimentatie als voorlopige voorziening. Partijen waren overeengekomen dat de man miv 1 november 2011 maandelijks aan de vrouw als bijdrage in haar kosten van levensonderhoud € 3.000,- zou overmaken etc. Vanaf 1 ja
Artikel 1:160 BW ziet op de situatie waarin een gewezen echtgenoot gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd. Omdat partijen nog gehuwd zijn is genoemd artikel (nog) niet van toepassing. Omdat de vrouw nu al samenleeft met een ander en dat ook wil blijven doen maakt zij
De man heeft in hoger beroep zijn stelling dat sprake is geweest van samenleving door de vrouw met een ander als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW, tegenover de gemotiveerde betwisting door de vrouw, niet voldoende concreet onderbouwd. Voor zover dit laatste al ande
Is er sprake van samenleving als bedoeld in artikel 1:160 BW? Hof: nee. Passeren bewijsaanbod.
Man en vrouw komen in 1996 een levenslange partneralimentatie met een niet-wijzigingsbeding overeen. Man doet in 2011 een beroep op het bepaalde in artikel 1:159 lid 2 BW. Hof: dit beroep is in strijd met de goede procesorde.
Een kort geding waarbij in een eerder kort geding nog werd afgewezen, maar door nieuwe informatie alsnog het ten onrechte gelegde beslag op de woning wordt afgewezen, waarmee is tegengehouden dat voor voor een vordering van ca. € 5.000,-- de woning openbaar is verkocht.
Art. 81 RO. Alimentatie. Verzoek om verlenging duur partneralimentatie op de voet van art. 1:157 lid 5 BW.
Partneralimentatie; einde alimentatieverplichting o.g.v. art. 1:160 BW.
Verzoekende partij (in deze zaak de man) doet een beroep op: - nietigheid van het echtscheidingsconvenant en/of het ouderschapsplan; - wijzigingsgrond ex artikel 1:401 lid 5 BW; - wijzigingsgrond ex artikel 1:401 lid 1 BW. De vrouw voert verweer. Gelet op een deel van de inhoud v
Art. 8.15, lid 1, aanhef en letter c, Wet IB 2001. Alleenstaande-ouderkorting. Huishouding voeren met geen ander dan kinderen.
Wijziging partneralimentatie; samenlevingscontract en aanvullende notariële akte waarbij partijen zijn overeengekomen dat na beëindiging van de overeenkomst tussen hen de bepalingen van de artikelen 1:155 en 1:157 tot en met 1:160 BW gelden; lotsverbondenheid; wijziging van omsta
Bij tussenbeschikking vrouw toegelaten tot leveren van tegenbewijs door bewijsstukken en/of getuigen tegen vermoeden dat zij en partner samenleven als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW; vrouw daarin niet geslaagd.
Bij bewuste afwijking van de wettelijke maatstaven is artikel 1:401 lid 5 niet van toepassing.
Voortzetting van LJN BW1261 en LJN BW1263 Artikel 1:160 BW, man stelt dat vrouw samenwoont met partner als ware zij gehuwd. Hof beveelt vrouw (artikel 22 Rv) stukken in geding te brengen ter motivering van haar betwisting, teneinde man aanknopingspunten voor evt. bewijslevering t
Partneralimentatie. Man heeft voldaan aan bewijslast met betrekking tot samenwonen van de vrouw. Vrouw wordt toegelaten tegenbewijs te leveren tegen voorlopig bewijsoordeel.
Man eigen faillissement aangevraagd. Geen nihilstelling partneralimentatie.
Aftrek hypotheekrente voormalige echtelijke woning; samenhang met behoefte vrouw.
Artikel 1:160 BW. Anders dan de rechtbank komt het hof tot de vaststelling dat de relatie van de vrouw en de heer A alle kenmerken van een normaal huwelijk (of geregistreerd partnerschap) bevat. De vrouw dient de sinds 1 december 2007 ontvangen partneralimentatie terug te betalen
Verdeling huwelijkse gemeenschap. Verrekening overbedelingsschuld met achterstallige alimentatie. Bestaan van een gestelde lening niet aangetoond. Opleggen dwangsom.
Is de verplichting van de onderhoudsplichtige om levensonderhoud te verschaffen geëindigd? De onderhoudsplichtige heeft voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat de onderhoudsgerechtigde met een ander samenleeft als waren zij gehuwd; tussenbeschikking.
Partneralimentatie; samenleven als waren zij gehuwd; ingrijpende wijziging als bedoeld in art. 1:159 lid 3 BW
Samenwonen vrouw met partner als ware zij gehuwd.
1:160 BW Vrouw dient feitelijke gegevens te verstrekken ter motivering van haar betwisting van de stelling van de man dat zij samenleeft met een ander als waren zij gehuwd, teneinde de man aanknopingspunten te verschaffen voor bewijslevering.