Partneralimentatie. Art. 1:160 BW: einde alimentatieplicht wegens samenleven met een ander als waren zij gehuwd? HR 13 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3603, NJ 2001/586. Restrictieve uitleg, ook indien de nieuwe partner van de alimentatiegerechtigde diens huwelijk in stand houdt met
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:160 BW
Genoemd in 590 uitspraken · Officiële wettekst
590 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
Alimentatie gewezen echtgenoten. Samenleven in de zin van art. 1:160 BW; vereisten. Restrictief uitleggen (HR 13 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3603, NJ 2001/586; HR 3 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5961, NJ 2005/381).
Beroep man op 1:160 BW: schending artikelen 21 en 22 Rv door de vrouw leidt onder gegeven omstandigheden tot conclusie dat zij de stelling van de man dat zij samenwoont als ware zij gehuwd niet langer heeft weersproken.
Partner- en kinderalimentatie; draagkracht en beoordeling of sprake is van samenwonen als ware zij gehuwd aan de zijde gerechtigde
Artikel 1:160 BW; geslaagde bewijslevering door middel van het horen van getuigen van het samenleven met een ander als waren zij gehuwd; einde onderhoudsverplichting en terugbetalingsverplichting.
Voormalige samenlevers met samenlevingscontract. In geschil is of partijen meer dan tien jaar hebben samengewoond zodat de vrouw volgens de bepalingen van dat contract recht kan doen gelden op een deel van het pensioen van de man.
Partneralimentatie. Echtscheidingsconvenant. Art. 1:159 lid 2 BW. Vervalt niet-wijzigingsbeding van rechtswege indien echtscheidingsconvenant gesloten meer dan drie maanden voor indiening echtscheidingsverzoek? Ambtshalve toepassing? HR 13 oktober 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC3205, NJ
Bodemzaak partneralimentatie waarbij rechter zeer gemotiveerd weergeeft waarom partneralimenatie van rechtswege is geëindigd en de vrouw de reeds ontvangen pertneralimentatie (met terugwerkende kracht) dient terug te betalen.
Beëindiging/matiging partneralimentatie (artikel 1:157 BW) De rechter kan de onderhoudsverplichting beëindigen dan wel matigen indien de onderhoudsgerechtigde (ex-)echtgenoot zich jegens de onderhoudsplichtige (ex-)echtgenoot zodanig heeft gedragen dat het vragen om financiële on
Familierecht. Partneralimentatie. Verzoek tot wijziging op de voet van art. 1:401 BW. Onnodige uitlokking eigen faillissement alimentatieplichtige. Buiten beschouwing laten van door alimentatieplichtige zelf teweeggebrachte, niet voor herstel vatbare inkomensvermindering bij bepa
Hoge uitkering tot levensonderhoud gezien vermogen van de man.
Beëindiging partneralimentatie, samenwoning in de zin van 1:160 BW; tegenbewijs, vermoeden ontzenuwd.
Samenleven als waren zij gehuwd.
Vaststelling partneralimentatiel; samenwoning voordat het huwelijk is beëindigd.
Beëindiging partneralimentatie; samenwoning in de zin van 1:160 BW; ingangsdatum wijziging kinderalimentatie; onderzoekskosten ter instructie van de zaak.
Toewijzing artikel 1:160 BW verzoek. Samenwonen als ware men gehuwd. Einde partneralimentatie. Veroordeling in de kosten van het rechercherapport alsmede terugbetaling van eerder ontvangen alimentatie. Wonen in hetzelfde appartementencomplex.
Alimentatie op nihil gesteld op grond van wangedrag van de vrouw.
Samenleven als waren zij gehuwd; bewijs einde samenleving geleverd.
Wijziging partneralimentatie, prorogatie
Man verzoekt, met een beroep op artikel 1:160 BW, de voorlopige voorzieningen te wijzigen en te bepalen dat zijn onderhoudsverplichting jegens de vrouw zal worden beëindigd. Rechtbank verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Beëindiging partneralimentatie o.g.v. artikel 1:160 BW; bewijsopdracht; ontvankelijkheid hoger beroep tegen opschorting betalingsverplichting.
De door de man verzochte wijziging kan niet worden gebaseerd op artikel 1:401 BW, dat niet ziet op een wijziging van een verplichting uit hoofde van artikel 1:155 BW. De vernietiging dan wel wijziging van de aanvullende overeenkomst op grond van wilsgebreken dient derhalve lang
Verbleekte behoefte alsmede interen op vermogen.
Verdeling gemeenschap;(geen) partneralimentatie (artikel 1:160 BW); ontvankelijkheid in hoger beroep en bevoegdheid
Bij tussenbeschikking de man toegelaten tot het leveren van het bewijs van zijn stelling dat de vrouw samenwoont en dat artikel 1:160 BW en (artikel 5.2 van) het echtscheidingsconvenant van toepassing zijn. Het hof oordeelt dat, ook al doen de vrouw en A veel "dingen"samen daarme