Zaken 14/02421 en 14/02693 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 65 AWR
Genoemd in 161 uitspraken · Officiële wettekst
161 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Zaken 14/02420 en 14/02691 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
Zaken 14/02417 en 14/02692 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
Zaken 14/02416 en 14/02686 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
De hoorplicht is niet geschonden. Blijkens de verslagen van de hoorgesprekken is de (niet)ontvankelijkheid met belanghebbende besproken. Het bezwaar is terecht wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Het nationale- noch het Unierecht staat daaraan in de weg.
BPM. Proefprocedure. Een bezwaarschrift of een beroepschrift moet altijd binnen de termijn van zes weken worden ingediend, ook al kleven EU-aspecten aan de voor te leggen zaak.
BPM. Belanghebbende heeft na het einde van de bezwaartermijn bezwaar gemaakt tegen het door haar op aangifte voldane bedrag. Het Hof beslist dat belanghebbende terecht niet-ontvankelijk in haar bezwaar is verklaard. De Inspecteur is niet gehouden om het aangiftebiljet te voorzien
Mediation. Belastingrecht. Geschil tussen particulier en Inspecteur over taxatie appartement in verband met navorderingsaanslag. Overeenkomst tot mediation volgens NMI-reglement. Is Inspecteur gebonden aan tussentijdse afspraken die niet voldoen aan vormvoorschriften NMI-reglemen
Art. 3 en art. 6, lid 1 en 4, WW. Is directeur-grootaandeelhouder werknemer in de zin van de WW? Grammaticale uitleg van art. 2, lid 1, letter d, van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder.
Belanghebbende komt in (hoger) beroep op tegen de aanslag recht van successie 2006. Belanghebbende heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze aanslag. Belanghebbendes broer heeft dit wel gedaan voor wat betreft zijn gelijkluidende aanslag. Als gevolg van het bezwaar van de broer zijn
Artikel 5 AWR; Artikel 3:40 Awb. Het op de voorgeschreven wijze bekendmaken van een aanslag is geen voorwaarde voor het tot stand komen daarvan. (vgl. BNB 2000/220 en BNB 2006/43).
Inkomstenbelasting. De besluiten van de inspecteur zijn ambtshalve verminderingen in de zin van art. 65 Awr, zodat daartegen geen beroep op de belastingrechter openstaat. Belanghebbende heeft de ambtshalve verminderingen redelijkerwijs ook niet op kunnen vatten als uitspraken op
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de inspecteur belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar bezwaar tegen de beschikking van 18 juli 2009 (zaak AWB 10/00812) en of de inspecteur de voorlopige aanslag V.81 naar een te laag belastbaar be
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 8:88 Awb in samenhang met art. 29 AWR; verzoek tot herziening van een arrest van de Hoge Raad vanwege een later verschenen arrest van het Hof van Justitie; geen sprake van feit dat of omstandigheid die tot herziening noopt; geen doorbreking van het beginsel van eerbiediging
Inspecteur had nadere voorlopige aanslag moeten opleggen in plaats van ambtshalve vermindering
artikel 10 Wet op de dividendbelasting 1965; de gestelde termijn van drie jaar is niet in strijd met het gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbeginsel; Resolutie van 25 maart 1991, nr. DB89/735, BNB 19991/142, discrimineert niet in andere lidstaat gevestigde rechtsperso
Aan belanghebbende is een voorlopige aanslag vpb opgelegd met een te betalen bedrag van € 147.950,-; naar aanleiding van de ingediende aangifte is de voorlopige aanslag ambtshalve verminderd tot een bedrag van € 50024,-. Er is bij de teruggaaf een bedrag van € 3546,- aan invorder
Formeel belastingrecht. AWB en AWR. Heffingsrente. Inspecteur legt op 1 januari 2006 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over dat jaar op. De aanslag wordt geacht op 1 juli 2006 volledig te zijn betaald. Naar aanleiding van de ingediende aangifte vermindert de inspecteu