Belanghebbende heeft in beroep gesteld dat de ambtshalve besluiten niet tijdig zijn genomen en dat de heffingsambtenaar om die reden dwangsommen heeft verbeurd, maar belanghebbende heeft tegen deze ambtshalve genomen besluiten niet eerst bezwaar aangetekend. De heffingsambtenaar
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 65 AWR
Genoemd in 161 uitspraken · Officiële wettekst
161 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Belanghebbende verzoekt bij suppletie om teruggaaf van omzetbelasting. Zij heeft ten onrechte omzetbelasting gefactureerd. Een suppletie is geen aangifte en het verzoek is, in dit geval, niet meer dan een verzoek om ambtshalve teruggaaf. Hiertegen staat geen bezwaar en beroep ope
Parkeerbelasting. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat sprake is van een ambtshalve beslissing inhoudende de vernietiging van de naheffingsaanslag. Daarmee is het materiële geschil beslecht en de redelijke termijn voor de vergoeding van immateriële schade geëindigd. Het stan
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Artikel 28c van de Invorderingswet Recht op invorderingsrente bij ambtshalve teruggaaf OB?
Na de aanslagregeling ingediende herziene aangiftebiljetten zijn bezwaarschriften. Deze bezwaarschriften zijn te laat ingediend en dienen door de inspecteur tevens als een verzoek om ambtshalve vermindering te worden aangemerkt. De herziene aangiftebiljetten zijn marginaal beoord
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Belastingrecht. Invordering. Geschil inzake betekeningskosten. Beoordeling door burgerlijke rechter. Maatstaf en Motivering.
verzet ongegrond; art 26 Awr; geen bezwaar of beroep mogelijk tegen ambtshalve beslissing.
Overheidsaansprakelijkheid. Eiseres verwijt de Belastingdienst dat hij te laat handhavend heeft opgetreden tegen concurrenten van eiseres en/of het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden.
Overheidsaansprakelijkheid. De inspecteur heeft niet onrechtmatig gehandeld met zijn afwijzing van de verzoeken om ambtshalve teruggaaf op de verzoeken van Haag Wonen tot teruggave van pro rata btw over de jaren 2007 tot en met 2011 vanwege het in de noemer van de pro rata breuk
Onrechtmatige overheidsdaad. Verzoek om ambtshalve vermindering van na doorlopen bestuursrechtelijke rechtsgang onherroepelijk geworden op schattingen gebaseerde (navorderings)aanslagen ter zake van een tot in het hoger beroep verzwegen buitenlandse bankrekening. Hangende het hog
BPM. Handelaar in gebruikte auto’s. Teruggaaf bij export. Wijziging ministeriële regeling inzake afschrijvingstabel per 1 juli 2012. Onmiddellijke werking. Goedkeuring voor omzetbelasting. Schending gelijkheidsbeginsel?
Onrechtmatige overheidsdaad. Rekeninghouder geeft na doorlopen bestuursrechtelijke rechtsgang en onherroepelijk worden van op schattingen gebaseerde aanslagen opening van zaken over KB-Lux-rekening. In de gegeven omstandigheden is de weigering de aanslagen ambtshalve te verminder
en zaak-/rolnummer C-09-496120/HA ZA 15-1050. KB-lux. Weigering van Inspecteur navorderingsaanslagen ambtshalve te verminderen onrechtmatig? Verzet tegen dwangbevelen. Vorderingen afgewezen
Afwijzing van verzet tegen een dwangbevel tot invordering van belastingaanslagen die opgelegd waren na het bekend raken van buitenlandse tegoeden bij KB Lux. Geen schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door de inspecteur.
Belanghebbende vordert - en krijgt van rechtbank - een dwangsom omdat heffingsambtenaar niet voldoet aan informatieverzoek ex art. 40 WOZ. Hof vernietigt rechtbankuitspraak en verklaart de bestuursrechter onbevoegd om van deze vordering kennis te nemen. Rechtbank stelt (in 2014)
In geschil is of het bezwaarschrift door de Heffingsambtenaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard
Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Tussen partijen in niet in geschil dat belanghebbende in 2010 het bedrag van € 3.553 heeft betaald terwijl de verschuldigde BPM, na het onverbindend verklaren van artikel 10, lid 2, Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 door de Hoge Raad, op het bedrag van
Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende in 2011 het bedrag van € 6.969 BPM heeft voldaan terwijl de verschuldigde BPM na onverbindend verklaren van artikel 10, lid 2, Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 op het bedrag van € 6.094 vastgesteld
Belanghebbende was van 1 september 1993 tot en met 16 november 2001 bestuurder van de beursgenoteerde [A] N.V. Deze is op 17 december 2001 failliet verklaard. Naast zijn salaris ontving belanghebbende optierechten op aandelen [A]. In de periode van 1 september 1993 tot en met 31