Artikel 3:4 Awb. Schending van het beginsel van evenredige belangenafweging. De Inspecteur had verminderingen van aanslagen moeten effectueren door het opleggen van nadere voorlopige aanslagen tot een negatief bedrag, zodat het rentenadeel van belanghebbende zou worden gecompense
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 65 AWR
Genoemd in 161 uitspraken · Officiële wettekst
161 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
In geschil is of de naheffingsaanslag, de verzuimboete alsmede de heffingsrente terecht en tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Ook is in geschil of en in hoeverre er recht bestaat op een vergoeding van de verlet- en reiskosten die belanghebbende in verband met de behandeling
Het Hof is van oordeel dat op de Inspecteur de last rust feiten en omstandigheden te stellen en – bij betwisting door belanghebbende – aannemelijk te maken die de conclusie rechtvaardigen dat een direct verband bestaat tussen de vergoeding van € 45.000 en (het beëindigen van) de
Formele rechtskracht verontreinigingsheffing 2001. Grond voor het maken van een uitzondering op de formele rechtskracht? Vordering afgewezen.
Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De brief van belanghebbende met dagtekening 24 augustus 2006 is ruim na het verstrijken van de bezwaartermijn ingediend en terecht als een bezwaarschrift aangemerkt. De Inspecteur heeft de brief eveneens terecht als een verzoek om amb
Naheffing brandstoffenbelasting, energiebelasting en voorraadheffing ter zake van aanvoer van butagas uit Frankrijk. De belastingen zijn door de leverancier verschuldigd, maar niet betaald. Hoewel de leveringsconditie DDU (Delivery Duty Unpaid) normaliter niet van toepassing is v
Vertrouwensbeginsel; uitlating belastingdienst ter zitting een toezegging?
Verzet tegen dwangbevelen.
Artikel 14, eerste lid, onderdeel d, WVA - geen recht op grond van afdrachtvermindering onderwijs.
Belanghebbende, een BV, heeft in januari 2006 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over 2006 ontvangen en deze betaald in 11 gelijke termijnen. Na indiening van de aangifte vennootschapsbelasting bleek de voorlopige aanslag te hoog te zijn. De inspecteur heeft in 2007 de
Het Hof verwerpt het hoger beroep gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de belastingrechter niet bevoegd is te beoordelen of de inspecteur artikel 65 AWR juist heeft toegepast.
Eiseres is terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar. Het ontbreken van een rechtsmiddelenverwijzing brengt in casu geen verschoonbare termijnoverschrijding met zich mee. Dat de adviseur niet tijdig bezwaar heeft gemaakt dient voor rekening van eiseres te komen. Het ber
Artikel 6:7 Awb; artikel 65 AWR; artikel 10 EG. Kan de belanghebbende die zich erop beroept dat in overeenstemming met een arrest van de Hoge Raad doch – blijkens latere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG – in strijd met gemeenschapsrecht een heffing is opgelegd, w
Aanslag waarbij een vervreemdingsvoordeel als bedoeld in art. 20c lid 1 Wet IB 1964 is belast. Beschikking verkrijgingsprijs van de aandelen staat onherroepelijk vast. Art. 20i Wet IB 1964 geeft een belastingplichtige geen recht herziening te vorderen om te bewerkstellingen dat d
Beschikking verkrijgingsprijs als bedoeld in art. 20c lid 3 Wet IB 1964 staat onherroepelijk vast. Art. 20i bedt een belastingplichtige geen recht herziening te verzoeken om te bewerkstelligen dat de verkrijgingsprijs op een hoger bedrag wordt vastgesteld.
Naar aanleiding van een veel hogere verkoopprijs van AB-aandelen dan verwacht verzoekt eiser om een herziening van de step-up-beschikking. De afwijzende beslissing van de inspecteur op dit verzoek is een beslissing op een verzoek in de zin van artikel 65 van de AWR waartegen geen
Eiseres heeft niet tijdig WVA verklaringen aangevraagd. Op grond van de wettelijke regeling heeft zij geen recht op vermindering afdracht langdurig werklozen. Verweerder heeft de enkelvoudige belasting nageheven en boetes opgelegd. Belastingrechter is niet bevoegd met toepassing
Over een ambtshalve teruggaaf omzetbelasting dient heffingsrente te worden vergoed. Belanghebbende, een Duitse ondernemer, exploiteert onroerende zaken in Nederland. Zij vraagt op aangiften de aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting terug. De aangiften zijn steeds negatief.
procesbelang hangende beroepsprocedure vervallen?
Naheffingsaanslagen omzetbelasting. Jaren 2000, 2001, 2002 en 2003. Formeel recht. In geschil is of verweerder eisers bezwaarschrift terecht niet ontvankelijk heeft verklaard. Geen verschoonbare termijnoverschrijding in de zin van artikel 6:11 van de Awb. Beroep op Europese jur
Te laat ingediende bezwaren door inspecteur terecht niet-ontvankelijk verklaard. Beroep op de arresten C-188/95 (Fantask) en C-208/90 (Emmott) treft geen doel. Blijkens HR 23/1/2004, 38653, treft het beroep op de zaken C-397/98 en C-410/98 (Metallgesellschaft e.a.) evenmin doel.
Verzoek aan inspecteur om herziening van onherroepelijk geworden UTB's. Beroep op arrest Kühne en Heitz van het HvJ EG wordt verworpen omdat geen sprake is van latere rechtspraak waaruit volgt dat de uitspraak van het CBB op een onjuiste uitleg van het gemeenschapsrecht heeft ber
Verrekening van voorlopige aanslagen. Eiser komt op tegen de naar zijn mening onjuiste verrekening van een tweetal eerdere voorlopige aanslagen bij het vaststellen van een tweetal nadere voorlopige aanslagen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiser terecht ontvan
De ontvankelijkheid van het beroepschrift.
-