Art. 4:19 Awb; art. 26 en 65 AWR. Bij een beroep inzake een dwangsombeschikking is de rechter bevoegd die ook bevoegd is het beroep inzake het onderliggende besluit te behandelen. Geen bezwaar en beroep is mogelijk bij de bestuursrechter als het onderliggende besluit een ambtshal
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 65 AWR
Genoemd in 161 uitspraken · Officiële wettekst
161 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19
Conclusie van advocaat-generaal Wattel over het toetsingskader bij het terugkomen van in rechte onaantastbaar geworden boetebesluiten. In de conclusie wordt gesteld dat het in beginsel evident onredelijk is om heroverweging van een boetebesluit te weigeren als die boete onmiskenb
Artikel 6:7 Awb; artikel 65 AWR; artikel 10 EG. Kan de belanghebbende die zich erop beroept dat in overeenstemming met een arrest van de Hoge Raad doch – blijkens latere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG – in strijd met gemeenschapsrecht een heffing is opgelegd, w
Cassatie in het belang der wet. Is de bestuursrechtelijke dwangsomregeling (art. 4:17-4:20 Awb) van toepassing op een op aanvraag genomen besluit tot ambtshalve vermindering van een aanslag gemeentelijke heffingen? Is de burgerlijke rechter bevoegd om kennis te nemen van een vord
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 oktober 2024 inzake: 24/01207 ECLI:NL:PHR:2024:1133 , 24/01208 ECLI:NL:PHR:2024:1134 en 24/01291 ECLI:NL:PHR:2024:1135
Art. 11(3)(e) Verordening (EG) nr. 883/2004, art. 9.6 Wet IB 2001 en art. 45aa(b) UR IB 2001; volgens onherroepelijke aanslag premieplicht in Nederland, volgens later arrest HvJ premieplicht in Litouwen; verzoek om ambtshalve vermindering: nieuwe jurisprudentie? In deze zaak ligt
Art. 29 en 30 Wet WOZ; art. 2 Uitvoeringsbesluit Wet waardering onroerende zaken; art. 7:15 Awb. Is de heffingsambtenaar bevoegd om binnen de bezwaartermijn een vastgestelde WOZ-waarde ambtshalve te verminderen? Moet voor beoordeling of recht bestaat op kostenvergoeding worden ui
Art. 4:6 Awb; art. 6:19 Awb; art 7:2 Awb; alsnog voldoen aan hoorplicht, mogelijkheid tot doen van tweede uitspraak op bezwaar; bevestiging BNB 2012/105
Overheidsprivaatrecht. Onrechtmatige overheidsdaad. Oplegging verkeersboetes o.g.v. Wahv. Boetes ten onrechte opgelegd omdat auto reeds vernietigd was. Boetes om die reden vernietigd door ovj in administratief beroep. Vraag of boeteoplegging onrechtmatig kan of moet worden geoord
VN pensioenuitkeringen. Weigering van een ambtshalve vermindering. Is sprake van nieuwe jurisprudentie? Opeenvolgend overgangsrecht. Deze zaak gaat over nieuwe jurisprudentie. Preciezer geformuleerd draait het erom of de onjuistheid van de aanslagen voortvloeit uit jurisprudentie
Belanghebbende en haar echtgenoot zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Zij wonen samen in de echtelijke woning te [Z]. De woning staat als eigendom geregistreerd op naam van de echtgenoot. Van de kant van de Heffingsambtenaar is aan de echtgenoot van belanghebbende op 29 febr
Titel 8.4 Awb; verzoek schadevergoeding wegens te hoog vastgestelde WOZ-waarden; leerstuk formele rechtskracht. Leidt erkenning onrechtmatigheid van WOZ-beschikking ná onherroepelijk worden ervan tot uitzondering op beginsel van de formele rechtskracht? Betekenis arrest Maple Tre
Wet Woz. Proceskostenvergoeding.
Bij ambtshalve vermindering van de aanslag geen vergoeding van de kosten van de bezwaarfase. Het Hof oordeelt dat ingeval een bezwaar niet-ontvankelijk is omdat het niet tijdig is ingediend, maar de Inspecteur de aanslag ambtshalve vermindert zodat materieel bezien wel tegemoet w
WOZ-waarde verminderd bij ambtshalve vermindering. Betwisting ontvangst verminderingsbeschikking. Bevoegdheid tot ambtshalve vermindering. Toepassing van artikel 6:19 Awb: bezwaar heeft van rechtswege mede betrekking op verminderingsbeschikking. Geen recht op proceskostenvergoedi
aanvullende conclusie 21/04407
Art. 9.6 Wet IB 2001; art. 45aa van de URIB 2001; na herziening van een aanslag door middel van een navorderingsaanslag gaat geen nieuwe termijn van vijf jaar lopen
Conclusie PG: A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 juni 2012, nr. BK-11/00462, LJN BY7069. In geschil is of het Hof, als belastingrechter, bevoegd is kennis
Artt. 20 en 65 AWR; in strijd met beleid van staatssecretaris van Financiën ambtshalve verlenen van teruggaaf van belasting; is inspecteur bevoegd die belasting na te heffen?
Het Hof is van oordeel dat de verhuurderheffing ten aanzien van belanghebbende niet leidt tot een schending van artikel 1 Eerste Protocol. In het arrest van de Hoge Raad van 26 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:109 is (onder meer) overwogen dat het EHRM niet de koers volgt dat artike
In deze procedure is in geschil of belanghebbende tijdig een verzoek heeft gedaan om toepassing van een overgangsregeling waarin is voorzien bij de afschaffing van de afvalstoffenbelasting per 1 januari 2012. Het van toepassing zijn van deze overgangsregeling zou betekenen dat be
Art. 28 AWR. Aanslag vernietigd; geen belang bij beroep in cassatie, ook niet op grond van regels van Europees recht
Art. 10e tot en met 10ej Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965; 30%-regeling. Formele rechtskracht. Art. 4:6 Awb. Evidente onredelijkheid. Ingekomen werknemer. Kan met vrucht een nieuw verzoek tot (voortgezette) toepassing van de 30%-regeling worden gedaan voor een andere periode
Tegoeden buitenlandse bank niet opgegeven. Navorderingsaanslagen belasting gebaseerd op schattingen. Tot aan HR geprocedeerd: aanslagen bleven in stand. Jaren later alsnog opgave werkelijke tegoeden. Te laat. Verzet tegen dwangbevelen ongegrond.