Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1781

2019-11-15 Bestuursrecht; Belastingrecht 19/00471
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-11-15
Publicatiedatum
2019-11-14
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
19/00471
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2019/2541 | NLF 2019/2522 met annotatie van Joost Vetter | V-N 2019/55.23 met annotatie van Redactie | FED 2020/18 met annotatie van M. Lambregts | Belastingadvies 2020/3.6 | BNB 2020/55 met annotatie van J.A.R. van Eijsden | NTFR 2019/2870 met annotatie van dr. D. Molenaar | FutD 2019-2953 | Viditax (FutD) 2019111518

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Artt. 20 en 65 AWR; in strijd met beleid van staatssecretaris van Financiën ambtshalve verlenen van teruggaaf van belasting; is inspecteur bevoegd die belasting na te heffen?

Citeert (1)

Geciteerd door (4)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.213 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER



Nummer 19/00471

Datum 15 november 2019



ARREST



in de zaak van


de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN


tegen



[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 december 2018, nrs. 17/00579 tot en met 17/00581, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 16/4214 tot met BRE 16/4216) betreffende aan belanghebbende over tijdvakken in de jaren 2008 tot en met 2011 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.




1Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 25 september 2019 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2019:948).
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.




2Beoordeling van het middel

2.1
Het middel berust op de opvatting dat belasting die op de voet van artikel 65 AWR is teruggegeven, op grond van artikel 20 AWR kan worden nageheven uitsluitend omdat de belasting is teruggegeven in strijd met het beleid zoals neergelegd in het Besluit ambtshalve verminderen of teruggeven.


2.2
Het middel faalt. Artikel 20 AWR strekt ertoe dat de inspecteur te weinig betaalde belasting kan naheffen die op aangifte behoorde te worden voldaan of afgedragen. Deze bepaling biedt de inspecteur niet de mogelijkheid om teruggegeven bedragen aan belasting na te heffen indien een teruggaaf niet ertoe heeft geleid dat te weinig belasting is betaald. Dat geldt ook indien de teruggaaf is verleend op de voet van artikel 65 AWR maar niet in overeenstemming is met het door de Belastingdienst bij de toepassing van dat artikel gehanteerde beleid.




3Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.920 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.



Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2019.







Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 519.



Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 16 december 2010, nr. DGB2010/6799M, Stcrt. 2010, 20999 (oud).