Bedrijfsopvolgingsvrijstelling van overdrachtsbelasting (art. 15(1)(b) Wet BvR) bij overdracht onroerende-zaakrechtspersoon (art. 4 Wet BvR) door BV van vader aan de BVs van twee zoons? Die BVs zijn geen ‘kinderen van een ondernemer’ zoals de wettekst eist; toch vrijstelling op g
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 63 AWR
Genoemd in 119 uitspraken · Officiële wettekst
119 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1185 Art. 2.17(4) en (9) Wet IB 2001. Herverdeling tussen partners vanwege achterwaartse verliesverrekening mogelijk bij onherroepelijke vaststaande aanslagen? Buiten toepassing laten wet in formele zin. Beschikking in de zin van art. 2.17(9) Wet IB 2001
Gemeenschappelijke bijlage: ECLI:NL:PHR:2023:137 Eigendomsgrondrecht (art. 1 Protocol I EVRM); waardering pensioenverplichting; verplichte 4% rekenrente (art. 3.29 Wet IB 2001) bij veel lagere marktrente; ‘possession’? ‘Interference’? (Un)fair balance? Feiten: Belanghebbendes dga
Artikel 13bis Wet LB 1964; privégebruik auto. Belanghebbende en zijn echtgenote werken voor dezelfde werkgever, die een auto feitelijk aan belanghebbende en – tot aan haar overlijden – zijn echtgenote ter beschikking heeft gesteld. Dat betekent dat de bijtelling voor privégebruik
In geschil is of belanghebbende recht heeft op aftrek van rente voor de eigen woning in de situatie dat zij niet heeft voldaan aan de informatieplicht in de aangifte ter zake van de met haar vader gesloten overeenkomst van geldlening. Kan zij een geslaagd beroep doen op ambtshalv
Procesrecht, toegang tot de rechter.
Deelnemingsvrijstelling, liquidatieverliesregeling. Intra-concern voortzetting van de onderneming van deelneming 1 door deelneming 2 (2002), gevolgd door interne verhanging en uiteindelijk vervreemding van deelneming 2 aan een derde (2003), gevolgd door liquidatie van deelneming
Voor bijlage zie ECLI:NL:PHR:2017:1081. A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X] B.V., belanghebbende, tegen de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 13 september 2016, nr. 15/00813. Deze procedure maakt deel uit van een cluster v
BPM. Voldoeningen op aangifte. Zes bezwaren waren te laat. De bezwaren hadden niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Beroepen in zoverre gegrond. Het zevende bezwaar is wel tijdig. Ook leeftijdskorting wanneer de auto in de tijd tussen aangifte en registratie is hersteld, nie
De Inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over het jaar 2007, wegens eerder onverschuldigd aan belanghebbende terugbetaalde loonbelasting ad € 36.961. Niet in geschil is dat belanghebbende dit bedrag teveel heeft terug gekregen. Het gesch
nieuwe inhoudingsplichtige, inhoudingsplichtig, gemiddelde uurloon
Geen recht op verhoging van gecombineerde heffingskorting als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Inspecteur heeft niet in strijd met de in artikelen 3:2 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde normen van zorgvuldigheid en evenredigheid die bes
Vennootschapsbelasting. Art. 8 en 13d Wet Vpb 1969. Art. 7 Wet IB 1964. Onzakelijk vormgegeven lening "omlaag". Afwaarderingsverlies aftrekbaar bij voltooiing van liquidatie door ophoging van voor deelneming opgeofferde bedrag. Vergoeding kosten bezwaarfase.
Art. 15, aanhef en letter h, Wet BRV; art. 5b, lid 5, Uitvoeringsbesluit BRV (tekst tot 2008); art. 63 AWR. Internereorganisatievrijstelling overdrachtsbelasting. Geen gerechtvaardigd vertrouwen gewekt door resolutie waarin ten aanzien van andere gevallen toepassing hardheidsclau
Art. 15, lid 1, letter h, Wet op belastingen van Rechtsverkeer; art. 5b, lid 3, Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer (tot 2008). Begrippen ‘concern’ en ‘bezit van aandelen’. Leidt certificering van aandelen tot het niet langer voldoen aan het concernvoortzettingsvere
Gelijkheidsbeginsel in verband met algehele kwijtschelding van het recht van schenking voor Prins Bernhard Cultuurfonds en Nederlandse Rode Kruis.
Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen
Kapitaalsbelasting; strijd met artikel 56 EG? Liquiditeiten onderdeel van zelfstandig bedrijfsonderdeel?
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd. Tevens is een verzuimboete opgelegd. Door het plaatsen van een laadbak wordt niet langer voldaan aan de inrichtingseisen van een bestelauto. De auto van belanghebbende is door de inspecteur terecht aang
Aanslagen IB/PVV. Art. 9.6 Wet IB 2001. Art. 45aa Uitv. reg. IB 2001. Belastingrente.
Geschil over het antwoord op de vraag of de inspecteur voldoende rechtsherstel heeft verleend door de verhoging van de IVA-uitkering niet tot het belastbaar maar wel tot het verzamelinkomen van eiser te rekenen en of de inspecteur bij de vaststelling van dat rechtsherstel alle re
Wet IB 2001. Geen sprake van ‘woning in aanbouw’ in de zin van art. 3.111, lid 3, Wet IB 2001, omdat geen sprake is van voldoende concrete stappen zijn op grond waarvan naar redelijke verwachting viel aan te nemen dat de bouwkundige werkzaamheden binnen afzienbare tijd zouden beg
Artikel 21, letter e, onder 2, AWR. Teveel ontvangen bijstandsuitkering is terecht tot het belastbare loon gerekend. Inspecteur heeft het inkomensgegeven juist vastgesteld.
Naheffing OB; fonds wervende actie; ondernemerschap; giftelement.
IB/PVV 2020, nabetaling pensioenuitkering ABP belastbaar inkomen, ABBB, artikel 1 EP.