Aanmelding van eiseres voor een voorgenomen investering terecht afgewezen , alsmede het afgeven van voorlopige investeringsverklaringen op grond van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 63 AWR
Genoemd in 119 uitspraken · Officiële wettekst
119 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Procedure over navorderingsaanslagen IB/PVV en ZVW 2012 tot en met 2014 en aanslagen IB/PVV en ZVW 2015. Het hof verklaart het hoger beroep dat betrekking heeft op navorderingsaanslag IB/PVV 2012 niet-ontvankelijk, aangezien belanghebbende geen belang heeft dit hoger beroep. Bela
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Heffingsambtenaar, parkeercontroleur en bezwaarbehandelaar zijn bevoegd. Belanghebbende heeft de verschuldigde belasting zeven minuten na de controle betaald via de website van de gemeente. Gelet op de door belanghebbende aangevoerde omstandigh
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
De inspecteur heeft het inkomensgegeven juist vastgesteld. De door belanghebbende ten onrechte genoten uitkering van de gemeente is terecht tot het inkomen gerekend. Belanghebbende heeft niet binnen redelijke termijn aangegeven dit inkomen niet te willen behouden. Van terugbetali
Gemeente Amsterdam is bevoegd een legaat op te eisen met betrekking tot een collectie historische tekeningen uit een nalatenschap. Uitleg afspraken tussen de Gemeente en de erfgenaam in relatie tot artikel 67 lid 3 van de Successiewet (Kunstregeling).
Beroepsfout belastingadviseur. Kansschade. Algemene voorwaarde. Exoneratie.
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; de bestelauto met dubbele cabine van belanghebbende voldoet niet aan wettelijke inrichtingseisen (kap is 20 centimeter te laag); herstelbeleid (BLKB 2012/1106M) niet van toepassing; vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel geschonden?
Correctie van op grond van Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen 1995 verstrekte S&O-verklaring tot nihil, omdat appellante met terugwerkende kracht is overgedragen aan een B.V..
In geschil is of het in de aangifte IB/PVV 2013 opgevoerde bedrag van € 5.592 aan kosten van de Editie Cremers (losbladig) en Ars Aequi aftrekbaar is als uitgaven in de zin van artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001, hierna: scholingsuitgaven).
Belanghebbende stelt onder verwijzing naar het besluit van de staatssecretaris van 16 juni 2015 (BLKB2015/642M) dat zij recht heeft op een extra leeftijdskorting omdat de auto later is geregistreerd dan de aangiftedatum. De rechtbank volgt haar daarin. Dat de auto tussen het mome
Zelfstandigenaftrek/artikel 3.76 Wet IB 2001 Belanghebbende is overleden aan het begin van het in geschil zijnde jaar en had uit een voorgaand jaar nog niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek als bedoeld in artikel 3.76, vijfde lid Wet IB 2001. De inspecteur heeft terecht geweiger
In geschil is of terecht en naar juiste bedragen revisie- en heffingsrente in rekening zijn gebracht.
Leges. Tweede bouwaanvraag op verzoek van gemeente. Toezegging door wethouder dat geen leges wordt berekend? Is heffingsambtenaar gebonden?
Geen recht op verhoging van gecombineerde heffingskorting als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Inspecteur heeft niet in strijd met de in artikelen 3:2 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde normen van zorgvuldigheid en evenredigheid die bes
Vennootschapsbelasting. Art. 10d Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Thincapregeling. Begrip ‘groep’ in een geval waarin de aandelen in de belastingplichtige worden gehouden door twee vennootschappen in de verhouding 60/40 in het kader van een joint venture.
verklaart het incidentele beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, verklaart het principale beroep in cassatie van de Minister gegrond, zie ook het arrest 10/02824
Nu de echtgenoot over het onderhavige jaar geen inkomsten heeft genoten als gevolg van een arbeidsconflict met zijn werkgever heeft de echtgenote geen recht op een verhoging van de gecombineerde heffingskorting en dus geen recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting.
Art. 2.5 Wet IB 2001. Keuzerecht voor binnenlandse belastingplicht. Discrimineert deze regeling de buitenlandse belastingplichtige die inkomsten uit Nederland geniet doch niet woont in verdragsstaat?
Beroepsaansprakelijkheid belastingadviseur bij advies geruisloze inbreng vof in bv . Advies in strijd met Besluiten reële gevallen, het Besluit van 7 augustus 2003 (crediteringsmaximum) en het Besluit van 12 augustus 2007 (voortzettingsvereiste) tijdige klacht ex art. 6:89 BW. .
Wet op belastingen van rechtsverkeer. Inbrengvrijstelling van artikel 15, eerste lid, aanhef, onderdeel e, onder 2, WBR. Anders dan de inspecteur betoogt, ligt naar het oordeel van de rechtbank noch in de tekst van de WBR, noch in artikel 5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit
Art. 15, aanhef en letter h, Wet BRV; art. 5b, lid 5, Uitvoeringsbesluit BRV (tekst tot 2008); art. 63 AWR. Internereorganisatievrijstelling overdrachtsbelasting. Geen gerechtvaardigd vertrouwen gewekt door resolutie waarin ten aanzien van andere gevallen toepassing hardheidsclau
Belanghebbende betwist de in rekening gebrachte heffingsrente over het tijdvak gelegen vóór het moment waarop hij in oktober 2007 een verkoopbonus ontving, omdat door de fiscus geen liquiditeitsnadeel is geleden. Hij wil op gelijke wijze behandeld worden als in het Besluit heffin
Gelijkheidsbeginsel in verband met algehele kwijtschelding van het recht van schenking voor Prins Bernhard Cultuurfonds en Nederlandse Rode Kruis.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 44064