Procedure na verwijzing HR. De Inspecteur heeft een boekenonderzoek aangekondigd bij belanghebbende en enige van zijn vennootschappen. Tijdens dat onderzoek is aan de Inspecteur een map ter inzage verstrekt doch geweigerd kopieën ter beschikking te stellen. Omdat niet volledig is
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 4 AWR
Genoemd in 176 uitspraken · Officiële wettekst
176 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
artikel 1.2, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wet inkomstenbelasting 2001; artikel 4, eerste lid, van de Awr; Belanghebbende betoogt – kort weergegeven - dat zijn echtgenote vanaf 1 januari 2013 in Libanon woonachtig is en dat gezien de omstandigheid dat Nederland met Libano
artikel 1.2, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wet inkomstenbelasting 2001; artikel 4, eerste lid, van de Awr; Belanghebbende betoogt – kort weergegeven - dat zijn echtgenote vanaf 1 januari 2013 in Libanon woonachtig is en dat gezien de omstandigheid dat Nederland met Libano
Belanghebbende is na een verzoek van de Duitse justitiële autoriteiten op 12 maart 2009 tijdens een inval in een huurwoning aangehouden in Nederland. Dit in verband met het onderzoek na een gepleegde meervoudige moordaanslag in Duitsland. Uiteindelijk is belanghebbende na uitleve
Voormalig advocaat-generaal veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens belastingfraude De rechtbank heeft vandaag een voormalig advocaat, die ook werkzaam is geweest als advocaat-generaal bij het Openbaar Ministerie, veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geva
Tussen partijen is in geschil of de Inspecteur de navorderingsaanslagen, de verhogingen, de beschikkingen heffingsrente en de boetebeschikkingen terecht heeft opgelegd, onderscheidenlijk gegeven, welke vraag belanghebbende ontkennend beantwoordt en de Inspecteur bevestigend. Meer
“Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat belastingplichtige gedurende de jaren 2007 tot en met 2009 inwoner was van Nederland. Daartoe acht de rechtbank het volgende redengevend. Belastingplichtige heeft niet de Nederlandse nationaliteit, was niet ingeschreven in het Nederl
Zeelieden zonder Nederlandse nationaliteit en zonder woonplaats aan wal waren in de jaren zestig (gerechtvaardigd) niet verzekerd voor de AOW. Levert dat in de huidige eeuw, ten tijde van de vaststelling van het pensioen, terugwerkend alsnog strijd op met art. 14 EVRM (discrimina
Zeelieden zonder Nederlandse nationaliteit en zonder woonplaats aan wal waren in de jaren zestig (gerechtvaardigd) niet verzekerd voor de AOW. Levert dat in de huidige eeuw, te tijde van de vaststelling van het pensioen, terugwerkend alsnog strijd op met art. 14 EVRM (discriminat
Zeelieden zonder Nederlandse nationaliteit en zonder woonplaats aan wal waren in de jaren zestig (gerechtvaardigd) niet verzekerd voor de AOW. Levert dat in de huidige eeuw, te tijde van de vaststelling van het pensioen, terugwerkend alsnog strijd op met art. 14 EVRM (discriminat
Inkomstenbelasting. Navordering. Navorderingsaanslag tijdig vastgesteld? Woonplaats.
Inkomstenbelasting. Woonplaats. Binnenlandse belastingplicht. In geschil is of belanghebbende (en haar echtgenoot) door de inspecteur terecht in de belastingheffing zijn betrokken als binnenlandse belastingplichtigen en, bij bevestigende beantwoording, of de afkoop van de oudedag
Belanghebbende wordt begin april 2011 in de gelegenheid gesteld op het concept-controlerapport te reageren. Het op 29 april 2011 gewezen arrest van de Hoge Raad is voor de inspecteur reden zich te beraden op de consequenties daarvan voor de onderhavige zaak. Deze omstandigheden z
CONCLUSIE PG Belanghebbende woont in Duitsland en dreef in de vorm van een vennootschap onder firma een onderneming in Nederland. In 2007 heeft belanghebbende haar aandeel in de onderneming ingebracht in een B.V. en verzocht om toepassing van de faciliteit van de geruisloze omzet
CONCLUSIE PG Belanghebbende woont in Duitsland en dreef in de vorm van een vennootschap onder firma een onderneming in Nederland. In 2007 heeft belanghebbende zijn aandeel in de onderneming ingebracht in een B.V. en verzocht om toepassing van de faciliteit van de geruisloze omzet
Conclusie PG: Met diplomatiek personeel gelijkgestelde NAPMA-functionaris; kan heffingvrij vermogen ex. art. 5.5(2) Wet IB 2001 overgedragen worden aan de niet-vrijgestelde binnenlands belastingplichtige partner als de artt. 33 en 34 Uitv. reg. AWR als heffingsgrondslag bij de NA
Art. 6 Algemene Kinderbijslagwet. Art. 8 en 14 EVRM. Art. 26 IVBPR. Koppelingswet. Kinderbijslag. Verblijfstitel. Gelijkheidsbeginsel.
Premieheffing volksverzekeringen van Rijnvarenden. Belanghebbende is ingevolge art. 11, tweede lid, van het Rijnvarendenverdrag in Nederland verzekerd en premieplichtig voor de volksverzekeringen.
CONCLUSIE PG A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 11/04625 naar aanleiding van het beroep in cassatie van X, belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 september 2011, nr. BK-09/00330, LJN BW3605. Belanghebbende was lid va
Premieheffing volksverzekeringen van Rijnvarenden. Belanghebbende is rijnvarende in de zin van art. 1, aanhef en letter m, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden. Belanghebbende is in Nederland verzekerd en premieplichtig voor de volksverzekeringen.
Premieheffing volksverzekeringen van Rijnvarenden. Belanghebbende is rijnvarende in de zin van art. 1, aanhef en letter m, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden. Belanghebbende is in Nederland verzekerd en premieplichtig voor de volksverzekeringen.
De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de aanslag bekend is gemaakt. In dat geval neemt de bezwaartermijn neemt eerst een aanvang op de dag na de dag waarop belanghebbende via de ontvanger kennis neemt van de aanslag.
In het kader van zijn dienstbetrekking bij een in Nederland gevestigde onderneming is belanghebbende geheel 2007 met behoud van salaris werkzaam geweest bij een instituut voor management en ontwikkeling in Zwitserland. 1) Woonplaats artikel 4 AWR: Zwitserland. Dienstbetrekking en
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 RO.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 RO.