30%-regeling. Belanghebbende kan niet worden aangemerkt als ingekomen werknemer. Beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Beroep ongegrond.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 4 AWR
Genoemd in 176 uitspraken · Officiële wettekst
176 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Overweging over ontvankelijkheid officier van justitie ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel. Officier van justitie deels niet-ontvankelijk gelet op de uitsluitingsgrond in artikel 69, vierde lid AWR. Vrijspraak voor het opstellen en gebruik maken van een vals geschrift. Veroor
Art. 10e Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Belanghebbende, afkomstig uit India, heeft met een studentenvisum een jaar in België gestudeerd en is daarna onder de regeling “zoekjaar afgestudeerden” naar Nederland gekomen om een baan te vinden. In Nederland heeft hij enige tijd
Feitelijke leiding, zakelijke rente
Art. 4 AWR en art. 4, lid 2, letter a, Belastingverdrag Nederland-Turkije. Belanghebbende is sinds zijn pensionering werkzaam als piloot voor een Turkse luchtvaartmaatschappij. Belanghebbende heeft een appartement in Turkije. De echtgenote is in het onderhavige jaar teruggegaan n
Woonplaats art. 4 AWR; duurzame band van persoonlijke aard; belanghebbende woont op grond van nationaal recht in Nederland; toepassing Verdrag Nederland - Duitsland.
Informatiebeschikking. Informatieplicht.
Tardiefverklaring van stukken. Vereiste aangifte; geen omkering en verzwaring bewijslast voor het jaar 2016. Art. 4 AWR en art. 4 Verdrag Nederland-Polen; belanghebbende is inwoner van Nederland. Belanghebbende is geen ondernemer voor de Wet IB 2001. Navorderingsaanslag 2013 en a
De in Italië wonende belanghebbende heeft in 2015 een inkomen van € 64.066 ontvangen van [B.V.], waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is. Het inkomen is in Nederland volledig in de heffing betrokken. Belanghebbende betwist dat Nederland heffingsbevoegd is. In geschil is of ar
Belanghebbende is op grond van nationale wetgeving zowel inwoner van Nederland als van Marokko. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Marokko wordt belanghebbende aangemerkt als inwoner van Marokko, zodat belanghebbende beperkt binnenlands belastingplichtig is. De
Belanghebbende kwalificeert niet als een door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven werknemer in de zin van art. 10e, lid 2, letter b, UBLB 1965. De Inspecteur heeft het verzoek van belanghebbende om toepassing van de 30%-bewijsregel terecht afgewezen.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Verzoek toepassing 30%-regel. Herhaald verzoek.
Eiser is voor het jaar 2017 terecht aangemerkt als binnenlands belastingplichtige. Ondanks dat hij als piloot in Spanje en Italië was gehuisvest, onderhield hij een duurzame betrekking van persoonlijke aard met Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank is een op de Italiaanse
Inkomstenbelasting; woonplaats, vereiste aangifte; redelijke schatting van het inkomen; vergrijpboete; intrekking ingebrekestelling; immateriëleschadevergoeding; voeging van zaken; conversie van een navorderingsaanslag in een aanslag.
Art. 4 AWR (plaats van werkelijke leiding lichaam); artikel 7.5, lid 6, Wet IB 2001 (vestigingsplaatsfictie). Buitenlandse belastingplicht box 2. Dga van naar Nederlands recht opgerichte BV is in oktober 2005 geëmigreerd naar Spanje en vervolgens in 2013 naar Curaçao. Is de BV in
SPF. Art. 2.14a lid 7, van de Wet IB 2001 is niet van toepassing. De inspecteur heeft terecht het bedrag van € 135.000 gerekend tot de rendementsgrondslag voor het belastbare inkomen uit sparen en beleggen.
IB/PVV. Belastingplicht. Woonplaats.
Aan X is een naheffingsaanslag Bpm en een vergrijpboete opgelegd. Rechtbank Den Haag laat de naheffingsaanslag in stand en verklaart het beroep tegen de boete gegrond. De rechtbank acht aannemelijk dat X niet in Duitsland maar in Nederland woonde.
Woonplaats op grond van artikel 4 AWR en artikel 2.2 Wet IB 2001. Mag Nederland heffen over het pensioen van belanghebbende? Toepassing van het Verdrag tussen Nederland en Saudi-Arabië.
Het hof is van oordeel dat belanghebbenden de vereiste aangifte hebben gedaan. Indien de ingediende aangifte niet toerekenbaar is aan belanghebbenden dan kan de bewijslast niet worden omgekeerd en verzwaard, omdat de aanslagen zijn opgelegd voordat de termijn voor het doen van aa
Wob-verzoek. Openbaarmaking van de stukken op goede gronden geweigerd met toepassing van artikel 10, lid 2, aanhef en onder d, Wob. Belang van openbaarmaking weegt niet op tegen het belang van controle, inspectie en toezicht. Beroep ongegrond
Belangh. werkt vanaf oktober 2012 tot en met augustus 2013 in Rusland voor een Russische werkgever. Verder geniet hij pensioen en inkomen uit een stamrechtvennootschap. De eigen woning in Nederland heeft hij aangehouden. In Rusland had hij een huurflat. Bankrekeningen, auto, lidm
Inkomstenbelasting; naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende ten onrechte een woning in zijn aangiften als eigen woning aangemerkt. Daarom zijn de vereiste aangiften niet gedaan en wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard. Redelijke schatting?