Ambtshalve verleende vermindering. Geen bezwaar mogelijk.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 26 AWR
Genoemd in 277 uitspraken · Officiële wettekst
277 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven.
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; art. 22j en 26b AWR; art. 6:10 Awb; art. 52 , van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; voortijdig gemaakt bezwaar tegen voldoening op aangifte; ontvankelijkheid.
Dividendbelasting. Belanghebbende verricht diensten voor buitenlandse pensioenfondsen, bestaande uit het verkrijgen van aandelen en dividendrechten en optreden als bewaarder. [de bank] treedt op als sub-bewaarder. Tussen belanghebbende en [de bank] is een overeenkomst gesloten, w
Artikel 29 en 31 Wet OB. Verzoeken om teruggaaf van OB zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze niet binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.
Artikel 26 AWR. Art. 6:22, 7:1, 7:2 en 7:4 Awb. Gesloten stelsel van rechtsbescherming. Een brief van de Inspecteur met daarin de mededeling dat hij de activiteiten van belanghebbende niet langer aanmerkt als bron van inkomen is geen voor bezwaar vatbare beschikking. Geen opgewek
Brief met vermelding dat geen informatiebeschikking wordt vastgesteld is geen beschikking waartegen bezwaar en beroep open staat.
Bezwaren tegen aanslagen inkomstenbelasting van oude jaren.
Eiseres heeft in 2018 bij de verkoop van haar tandartspraktijk en praktijkpand herinvesteringsreserves gevormd. Volgens eiseres zijn die reserves datzelfde jaar nagenoeg geheel afgeboekt op de aanschaf van onroerend goed in Frankrijk. Volgens de inspecteur is enkel de herinvester
Wrakingsverzoek afgewezen.
Geschil over het recht op een dwangsom en over het intrekken van een beroep (wel of geen dwaling).
Artikelen 6:5 en 6:6 Awb; bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV voor de jaren 2017, 2018 en 2019 en bezwaren tegen de voorlopige aanslagen IB/PVV voor de jaren 2020, 2021 en 2022 terecht niet-ontvankelijk verklaard. Compromis partijen met betrekking tot de bezwaren tegen de afwijzin
Art. 3, lid 2, Uitv. reg. Awr: Verzoek om aftrek voorbelasting in verband met kantoorruimte in nieuw gebouwde woning. Bezwaarschrift had niet-ontvankelijk moeten worden verklaard wegens te laat ingediend verzoek om uitnodiging aangiftebiljet in verband met teruggaaf van omzetbela
Belanghebbende heeft in beroep gesteld dat de ambtshalve besluiten niet tijdig zijn genomen en dat de heffingsambtenaar om die reden dwangsommen heeft verbeurd, maar belanghebbende heeft tegen deze ambtshalve genomen besluiten niet eerst bezwaar aangetekend. De heffingsambtenaar
Belanghebbende verzoekt bij suppletie om teruggaaf van omzetbelasting. Zij heeft ten onrechte omzetbelasting gefactureerd. Een suppletie is geen aangifte en het verzoek is, in dit geval, niet meer dan een verzoek om ambtshalve teruggaaf. Hiertegen staat geen bezwaar en beroep ope
BPM: heffingsmodaliteiten; betalingsmodaliteiten; extra leeftijdskorting; gelijkheidsbeginsel; vergunninghouders; griffierecht heffen voorafgaand aan de behandeling en de uitspraak; gelijkwaardigheidsbeginsel; doeltreffendheidsbeginsel; geen hogere proceskostenvergoeding; geen aa
Verschil in betalingsmodaliteiten; bewijslastverdeling; extra leeftijdskorting; vergelijking met vergunninghouders; betaling griffierecht voorafgaand aan de behandeling; geen (im)materiële schade; geen strijd met het Unierecht: gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbegin
BPM: heffingsmodaliteiten; betalingsmodaliteiten; extra leeftijdskorting; gelijkheidsbeginsel; vergunninghouders; griffierecht heffen voorafgaand aan de behandeling en de uitspraak; gelijkwaardigheidsbeginsel; doeltreffendheidsbeginsel; geen hogere proceskostenvergoeding; geen aa
BPM; Unierecht; betalingsmodaliteiten; heffingsmodaliteiten; niet aannemelijk gemaakt dat recht bestaat op een extra leeftijdskorting; gelijkheidsbeginsel (vergunninghouders); het Hof ziet geen aanleiding voor een vergoeding wegens schade, materieel of immaterieel, in hoger beroe
BPM: verschil in betalingsmodaliteiten; bewijslastverdeling ten aanzien van extra leeftijdskorting en vergelijking met vergunninghouders; verplichting om voorafgaand aan behandeling griffierecht te betalen; hoogte van de proceskostenvergoeding.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Art. 3.8 Wet IB 2001; kostenaftrek; rechtmatigheid boekenonderzoek; zelfstandigenaftrek; FSV en project 1043; algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Naheffingsaanslag omzetbelasting. Intrekken van btw-identificatienummer. Verrichten van belaste economische activiteiten. Verzuimboete.
Intrekking btw-identificatienummer. Tenaamstelling nota griffierecht; dwangsom; schadevergoeding ex artikel 8:73 Awb; vergoeding van immateriële schade; proceskostenvergoeding, geen sprake van beroepsmatig verleende rechtsbijstand; wettelijke rente.
Eiser heeft vanaf december 2011 twee onroerende zaken gehuurd. Eiser heeft de huur van één van de onroerende zaken per december 2012 beëindigd. De andere onroerende zaak heeft eiser gehuurd tot april 2020. Eiser is voor de jaren 2013 tot en met 2021 steeds aangeslagen voor de onr