A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of belanghebbende als feitelijk bestuurder van een taxi is aan te merken, zodat hem mede het recht toekomt bezwaar te maken tegen de aan de B.V., als kentekenhouder, opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting. Formele a
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 26 AWR
Genoemd in 277 uitspraken · Officiële wettekst
277 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Tegen een besluit als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de AWR (verlengen termijn indienen aangifte) staat ingevolge artikel 26, eerste lid, AWR in verbinding met artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar open. Nu belanghebbende tegen dit besluit
Wet Woz. Waardevaststelling woning. Nsw-landgoed. Instandhoudingsfactor.
Caribische zaak. Belastingrecht, procesrecht. Verzet tegen invordering speelvergunningsrechten Sint Maarten. Heeft de Ontvanger exclusieve procesbevoegdheid? Is in een geschil over aanslagen speelvergunningsrechten, nu de belastingrechter ter zake niet bevoegd is, de burgerlijke
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Intrekking btw-identificatienummer door Belastingdienst. Onrechtmatigheid? Schuld?
Belanghebbende is in 2017 erfpachter van een woning geworden en verzoekt (i.v.m. de zgn. erfpacht-overstapregeling) om een WOZ-beschikking voor het jaar 2015. Artikel 26 of 28 Wet WOZ biedt hiervoor evenwel geen mogelijkheid. Omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen (art. 26
Heden neem ik conclusie in de zaak met nummer 18/00354 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X1], belanghebbende, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2017. In geschil is in formeel opzicht of de belastingrechter dan wel de ambtenaren
Heden neem ik conclusie in de zaak met nummer 18/00352 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X2], belanghebbende, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2017. In geschil is in formeel opzicht of de belastingrechter dan wel de ambtenaren
MRB. Bezwaar is ingediend vóór voldoening. Rekening MRB op zichzelf niet voor bezwaar vatbaar. Bezwaar toch ontvankelijk omdat belanghebbende zich op het moment dat hij kennisnam van de rekening een vastomlijnde voorstelling van het voorwerp bezwaar heeft gevormd. Belanghebbende
In geschil of de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarnaast is in geschil of, zoals belanghebbende primair voorstaat, de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking had moeten beslissen op de ingevolge artikel 10a AWR jo. artikel 15 Uitv. Besl
Ontvankelijkheid. Belanghebbende is rekeninghouder (geweest) bij Kredietbank Luxemburg (KBL). Belanghebbende is niet in zijn procespositie geschaad door de inbreng van stukken door de Inspecteur ter onderbouwing van diens standpunt. Geen sprake van een schending van de beginselen
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van de beroepen in cassatie, over en weer, van [X] Beheer BV, belanghebbende, en de Staatssecretaris van Financiën, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2017. Met dagtekening 15 maart 2014 is aan
Belanghebbende heeft te laat bezwaren ingediend tegen aanslagen forensenbelasting over de jaren 2008 tot en met 2014. Het Hof is met de rechtbank van oordeel dat hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd geen reden oplevert voor een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld i
Beschikking en bekendmaking Invorderingsrente; art. 1, 6 en 30 Inv. en artt. 1:3 en 4:86 Awb; Als invorderingsrente afgeboekte betalingen waaraan geen (kenbare) (voor bezwaar vatbare) beschikking ten grondslag ligt; waarin bestaat een beschikking invorderingsrente? Is een afboeki
Het geschil in cassatie betreft primair de vraag of de Inspecteur bevoegd is, onder meer een beroepsopleiding, te toetsen aan de voorwaarden van de WEB. Belanghebbende exploiteert een onderneming bestaande uit het vervaardigen van deuren, ramen en kozijnen van hout, het drijven v
Inkomstenbelasting. Ziektekosten. Uitgaven extra kleding en beddegoed. Delegatie van regelgevende bevoegdheid. Bevoegdheid minister. Verbindendheid art. 38 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting.
Vordering van de bestuurder van een failliete vennootschap om de Ontvanger te bevelen aan de curator mee te delen dat de fiscale vordering, die onderdeel vormt van het faillissementstekort waarvoor de curator de bestuurder op de voet van artikel 6:248 BW wil aanspreken, niet op d
Eiseres is wel ontvankelijk in haar bezwaar tegen de voldoening op aangifte van afvalstoffenbelasting. Eiseres' beroep is ongegrond. Zij heeft geen recht op een teruggaaf van afvalstoffenbelasting.
Niet ontvankelijkheid: vordering van energiemaatschappijen strekkende tot een verklaring voor recht dat artikel XII A en artikel 36 Wbm voor zover deze artikelen leiden tot belastingheffing op de invoer en uitslag van kolen die worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit
Bewijsaanbod ter zitting van het Hof tardief? Verwerping van dit aanbod door het Hof onvoldoende gemotiveerd, gelet op het verloop van die zitting.
Tegen door de inspecteur op grond van artikel 65 Awr genomen beschikkingen is geen bezwaar en beroep mogelijk. Het Hof oordeelt dat de rechtbank het beroepschrift ten onrechte heeft doorgezonden naar de inspecteur en hem ten onrechte heeft opgedragen alsnog op het bezwaar te besl
Artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb; artikel 11, lid 3, AWR. Van het niet tijdig vaststellen van de aanslag als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb is geen sprake als de aanslag binnen de wettelijke driejaarstermijn in de zin van artikel 11, lid 3, AWR is opgelegd.
Inkomstenbelasting. Artikel 18 Wet IB 1964, standaardvoorwaarden geruisloze inbreng; BV kan formele rechtskracht van standaardvoorwaarde niet worden tegengeworpen, standaardvoorwaarde wel verbindend.
- Artikel 23, lid 1, AWR; tegen een beschikking op een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting kan ook bezwaar worden gemaakt als de beschikking conform het verzoek is gegeven. - Artikel 6:10 Awb; ambtshalve beoordeling door het Hof van ontvankelijkheid van bezwaar tegen beschikk
Het Hof oordeelt dat belanghebbende ten onrechte in sector 10 (Metaalindustrie) is ingedeeld en deelt belanghebbende in in sector 44 (zakelijke dienstverlening II).