Art. 8:73 (art. 8:88 e.v.) Awb. Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Overzichtsarrest en beslissingen over nog niet behandelde kwesties.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 26 AWR
Genoemd in 277 uitspraken · Officiële wettekst
277 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht; art. 26, lid 2, AWR; art. 7:15, lid 2, Awb. Vergoeding van kosten ter zake van bezwaar tegen een op aangifte voldaan bedrag aan belasting nadat bij uitspraak op bezwaar dat bedrag is verlaagd; de omstandigheid dat geen sprake is van een door de Inspecteur gegeven bes
Art. 4:19 Awb; art. 26 en 65 AWR. Bij een beroep inzake een dwangsombeschikking is de rechter bevoegd die ook bevoegd is het beroep inzake het onderliggende besluit te behandelen. Geen bezwaar en beroep is mogelijk bij de bestuursrechter als het onderliggende besluit een ambtshal
BPM; artt. 6 en 10 Wet BPM; art. 7:15, lid 2, Awb; vergoeding van kosten voor bezwaar; verstrijken van periode tussen voldoening bpm op aangifte en feitelijke registratie in het kentekenregister; terugbetaling bpm wegens extra leeftijdskorting; wijze van heffing en betaling bpm n
Art. 8:113 Awb, taak appelrechter, onjuist dictum Rechtbank, belang bij vernietiging in hoger beroep?
Heffing in box 3 voor de jaren 2017-2018; massaalbezwaarprocedure; rechtsbescherming bij artikel 25e, lid 4, AWR; ambtshalve vermindering; artikel 9.6 Wet IB 2001 en artikel 45aa, aanhef en letter b, van de Uitvoeringsregeling IB 2001.
Feiten: De belanghebbende heeft registratie in het kentekenregister van twee kennelijk gebruikte auto’s aangegeven voor de BPM op basis van een bepaalde koerslijst en heeft tegen zijn voldoening van BPM op die basis bezwaar gemaakt. De gemachtigde van de belanghebbende was uitgen
Procesrecht; art. 26, lid 2, AWR; art. 6:11 Awb; de omstandigheid dat bij voldoening van belasting op aangifte art. 3:45 Awb niet van toepassing is, sluit een beroep op art. 6:11 Awb wegens het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule niet uit. Geen verschoonbare omstandigheid in
Voor bijlage zie ECLI:NL:PHR:2017:1081. A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk tegen de uitspraak van Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 februari 2017, nr. 15/01429.
Art. 40 Wet WOZ (tekst tot 1 oktober 2016). Tegen een besluit op een verzoek op de voet van artikel 40 Wet WOZ staat geen bezwaar open. Beoordeling verzoek moet plaatsvinden in de procedure tegen de waardevaststelling.
Omzetbelasting; procesrecht; art. 26 AWR; art. 2a, lid 1, letter g, Wet OB; gesloten stelsel van rechtsmiddelen; de intrekking van een btw-identificatienummer is een ingevolge de belastingwet genomen besluit, maar niet een voor bezwaar of beroep vatbare beschikking; het tegen dat
Procesrecht; artt. 8:41 en art. 8:109 Awb; art. 267 VWEU; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; toetsing regeling heffing van griffierecht aan Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel; vaststellen van de redelijke termijn van berechting; geen noodzaak to
Immateriële schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn; procedure over € 0,80 afrondingsverschil invorderingsrente. Gering financieel belang? Tellen nevenvorderingen mee voor de bepaling van de bagatelgrens van financieel belang bij de hoofdzaak? Contraire feite
Grondwaterbelasting. Art. 6, lid 2, Wbm, art. 22j en 26, lid 2, AWR en art. 6:10 Awb. Een voor het begin van de bezwaartermijn ingediend bezwaarschrift gericht tegen een op aangifte voldaan belastingbedrag is ontvankelijk, indien het bezwaarschrift is verzonden op of na de datum
Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Toetsingsmogelijkheden belastingrechter: kan de belastingrechter bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het kos
Feiten en geschil: De belanghebbende genoot in 2016 en 2017 een AOW-uitkering. Over die jaren had zij een box 1 inkomen ad € 14.444 respectievelijk € 14.754. Zij heeft in 2016 € 1.499 spaarrente genoten en € 262 groene-beleggingenopbrengst. In 2017 ontving zij € 667 rente en € 57
Procesrecht; art. 26, lid 2, AWR; art. 6:11 Awb; de omstandigheid dat bij voldoening van belasting op aangifte art. 3:45 Awb niet van toepassing is, sluit een beroep op art. 6:11 Awb wegens het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule niet uit. Geen verschoonbare omstandigheid in
Omvang geding. De heffingsambtenaar maakt niet aannemelijk dat de WOZ-waarde niet naar een te hoog bedrag is vastgesteld. Van overschrijding van de opbrengstlimiet ten aanzien van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing is geen sprake.
BPM; geheimhouding; 8:42 Awb - inbrengen kentekengegevens; bewijslast; hoorplicht; toepassing Unierecht; 110 VWEU; nieuwe of gebruikte auto; rentevergoeding; hoogte griffierecht
Omzetbelasting; procesrecht; art. 2a, lid 1, letter g, en artikel 7, lid 4, Wet OB; art. 26 AWR; gesloten stelsel van rechtsmiddelen; een voornemen tot toekenning van een btw-identificatienummer is geen ingevolge de belastingwet genomen besluit.
Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de onvolkomenheden bij deze beëdigingen geen grond voor nietigheid opleveren.
Motorrijtuigenbelasting; procesrecht; art. 26 AWR; artt. 14, 17 en 23, leden 4 en 5, Wet Mrb 1994; rekening fijnstoftoeslag voor dieselauto; niet-betaling fijnstoftoeslag en maken van bezwaar; ontvankelijkheid bezwaar.
Belastingrente; art. 8:73 Awb; recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in zaken die uitsluitend een geschil over een beschikking inzake belastingrente betreffen; berekening vergoeding van immateriële schade voor fase van bezwaar e
Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. Hangende de fiscale bezwaarprocedures is door het openbaar ministerie een vervolging gestart en zijn er doorzoekingen gedaan, op basis van de verdenking van schending van de fiscale informatieplich
Art. 11(3)(e) Verordening (EG) nr. 883/2004, art. 9.6 Wet IB 2001 en art. 45aa(b) UR IB 2001; volgens onherroepelijke aanslag premieplicht in Nederland, volgens later arrest HvJ premieplicht in Litouwen; verzoek om ambtshalve vermindering: nieuwe jurisprudentie? In deze zaak ligt