Art. 29 en 30 Wet WOZ; art. 2 Uitvoeringsbesluit Wet waardering onroerende zaken; art. 7:15 Awb. Is de heffingsambtenaar bevoegd om binnen de bezwaartermijn een vastgestelde WOZ-waarde ambtshalve te verminderen? Moet voor beoordeling of recht bestaat op kostenvergoeding worden ui
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 26 AWR
Genoemd in 277 uitspraken · Officiële wettekst
277 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 7 april 2021 met rolnummers 20/00987 en 20/01343.
Het geschil in cassatie betreft de vraag of de ministeriële regelgever met artikel 38 van de Uitv.reg. IB 2001 buiten de aan hem gedelegeerde bevoegdheid is getreden door het beperken van de in aftrek te brengen uitgaven voor extra kleding en beddengoed in de zin van artikel 6.17
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 oktober 2024 in de zaken met rolnummers 24/00575 ECLI:NL:PHR:2024:1140 en 24/01942 ECLI:NL:PHR:2024:1118 inzake de verenigbaarheid met hoger recht van de Wet herwaardering proces-kostenvergoedingen WOZ en bpm
De rechtbank heeft zich terecht onbevoegd verklaard. Tegen een uitspraak op administratief beroep met betrekking tot een verzoek kwijtschelding gemeentelijke belastingen kan geen beroep worden ingesteld.
Belanghebbenden hebben een woning op erfpacht en verzoeken in 2017 (in verband met de zgn. erfpacht-overstapregeling) om een ‘tweede’ WOZ-beschikking voor het jaar 2015/2016. De Wet WOZ biedt hiervoor evenwel geen mogelijkheid. Omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen (art.
Overdrachtsbelasting, bedrijfsopvolgingsvrijstelling (art. 15(1)(b) Wet BVR). Schenking van aandelen in een onroerendezaaklichaam (OZL) met materiële onderneming. (i) Zijn de ‘doorkijkarresten’ van toepassing? Gelijke behandeling van fictieve onroerende zaken en onroerende zaken?
Bezwaar tegen eigen aangifte. Vergoeding kosten van bezwaar. Wettelijk systeem noodzaakt tot het voldoen van belasting voorafgaand aan het tijdstip waarop het belastbare feit plaatsvindt. De Belastingdienst komt daaraan tegemoet door bij de bepaling van de handelsinkoopwaarde uit
Belanghebbende en haar echtgenoot zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Zij wonen samen in de echtelijke woning te [Z]. De woning staat als eigendom geregistreerd op naam van de echtgenoot. Van de kant van de Heffingsambtenaar is aan de echtgenoot van belanghebbende op 29 febr
Titel 8.4 Awb; verzoek schadevergoeding wegens te hoog vastgestelde WOZ-waarden; leerstuk formele rechtskracht. Leidt erkenning onrechtmatigheid van WOZ-beschikking ná onherroepelijk worden ervan tot uitzondering op beginsel van de formele rechtskracht? Betekenis arrest Maple Tre
Prejudiciële vragen Samenloop massaal-bezwaarprocedure (systemische verenigbaarheid van box 3 2017 met eigendomsrecht en discriminatieverbod) en afgesplitste individuele procedures (excessive burdens in strijd met eigendomsrecht en discriminatieverbod) De (achtergrond van de) pre
Premieplicht Rijnvarende; werkgever in Luxemburg en scheepsexploitant in Nederland; (i) Inspecteur bevoegd om verzekerings- en premieplicht zelfstandig te beoordelen? (ii) betekenis ingetrokken Luxemburgs certificat d’exploitant en niet-ingetrokken Luxemburgse E101-verklaring; (i
Fiscale strafzaak. Informatiebeschikking. Détournement de pouvoir. Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. Verdachte weigert gemotiveerd tijdens een boekenonderzoek door de Belastingdienst bepaalde e-mails te overleggen. In goed overleg me
De Inspecteur heeft belanghebbende schriftelijk medegedeeld dat zijn btw-identificatienummer (hierna: btw-nummer) wordt ingetrokken. Belanghebbende meent dat hij recht heeft op aftrek van omzetbelasting en stelt dat recht ter discussie door beroep aan te tekenen bij de rechtbank
In geschil is of de Heffingsambtenaar het verzoek om toekenning van een dwangsom terecht heeft afgewezen.
Curaçaose zaak. Prejudiciële vragen. Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Invordering belastingen en premies. Concordantiebeginsel. Hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurder voor belasting- en premieschulden vennootschap. Eisen art. 1 EP EVRM. Staat verzet voor aansprakelijkges
art. 26a(2) AWR-belanghebbende; niet eerst bezwaar gemaakt; art. 6:13 Awb; versoepeling verwijtbaarheidstoets?
Feiten: De in Nederland wonende belanghebbende is Nederlander en was in de geschiljaren 2007 en 2009 in loondienst bij een Luxemburgs uitzendbureau. Hij werkte op binnenvaartschepen van Nederlandse eigenaren. Niet in geschil is dat hij niet premieplichtig was in Nederland van 27
A.F.M.J. Verhoeven dient als gemachtigde van eiseres nagenoeg identieke beroepen in inzake de voldoening van BPM. De fiscale gelijkenis tussen deze zaken brengt de rechtbank ertoe 269 van deze beroepen op één zitting te behandelen en daarin één uitspraak te doen.
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01619, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01620. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2013 was hij in loondienst bij [B] BV. Met ingang van 1 febru
Conclusie PG: A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 juni 2012, nr. BK-11/00462, LJN BY7069. In geschil is of het Hof, als belastingrechter, bevoegd is kennis
Grondwaterbelasting. Art. 6, lid 2, Wbm, art. 22j en 26, lid 2, AWR en art. 6:10 Awb. Een voor het begin van de bezwaartermijn ingediend bezwaarschrift gericht tegen een op aangifte voldaan belastingbedrag is ontvankelijk, indien het bezwaarschrift is verzonden op of na de datum
Belastingrente; art. 8:73 Awb; recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in zaken die uitsluitend een geschil over een beschikking inzake belastingrente betreffen; berekening vergoeding van immateriële schade voor fase van bezwaar e
Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.
Rioolheffing en OZB. Dwangsombeschikkingen. Proceskostenvergoeding. Samenhang?