BPM. Formeel recht. Art. 20, leden 1 en 2, AWR en art. 6, leden 1 en 2, Wet BPM 1992. Art. 8, lid 1, IW 1990. Naheffing ter zake van de registratie van een personenauto kan plaatsvinden vóór de registratie van die auto. Bekendmaking van een aanslag door de inspecteur in plaats va
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 20 AWR
Genoemd in 319 uitspraken · Officiële wettekst
319 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Bpm. Immateriële schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn. De termijn die is gebruikt voor het motiveren van het bezwaar en voor de beslissing of kon worden ingestemd met een vaststellingsovereenkomst, is daarbij aan eiser toegerekend.
Wet Bpm. Beroep ongegrond. De rechtbank wijst het verzoek om een immateriële schadevergoeding af. Van de totale behandelingsduur van ongeveer twee jaar en drie maanden komt een periode van ruim vier maanden volledig voor rekening van eiseres omdat het bezwaarschrift en het beroep
Artikel 3 AWR. Artikel 5 en 11 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003. Beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, Wet RO.
Artikel 3 AWR. Artikel 5 en 11 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003. Inspecteur heeft landelijke bevoegdheid. Ressorteringsbepalingen doen daar niet aan af.
Conclusie PG: A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van X B.V., belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 mei 2012, nr. BK-10/00395. Belanghebbende is door de Ontvanger bij beschikking van 31 januari 2
CONCLUSIE PG Belanghebbende is door de Ontvanger bij beschikking van 31 januari 2007 als inlener van personeel en op grond van ketenaansprakelijkheid aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen en omzetbelasting van ee
Naheffingsaanslag belasting van personenauto's en motorrijwielen (Bpm) / processueel belang / proceskosten
Naheffingsaanslag belasting van personenauto's en motorrijwielen (Bpm) / processueel belang
Naheffingsaanslag belasting van personenauto's en motorrijwielen (Bpm) / processueel belang / proceskosten
De naheffingsaanslag is opgelegd voordat het kenteken op naam is gesteld. Artikel 20 van de Awr staat alleen naheffing toe wanneer de belasting die ter zake van de registratie van de auto is verschuldigd en betaald had moeten worden, niet is voldaan. De naheffingsaanslag kan derh
CONCLUSIE PG Deze zaak is voor conclusie geselecteerd vanwege de vraag hoe de zinsnede 'omzetbelasting welke hij, anders dan op grond van dit artikel, niet verschuldigd is geworden' uit artikel 37 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) moet worden uitgelegd en in h
Omzetbelasting; art. 15, lid 1, Uitvoeringsbeschikking OB; art. 27e, art. 27j en art. 52 AWR; inbouw kilometeronderbreker in auto; heffing ter zake van privégebruik; toepassing van art. 81 RO.
Genietingsmoment optierechten: tijdstip waarop het desbetreffende recht inhoudelijk volledig is bepaald en kan worden uitgeoefend, nadat een daarop betrekking hebbend aanbod door de werknemer is aanvaard (wilsovereenstemming). Bewijsregels strafzaken en belastingzaken: dat de str
Genietingsmoment optierechten: tijdstip waarop het desbetreffende recht inhoudelijk volledig is bepaald en kan worden uitgeoefend, nadat een daarop betrekking hebbend aanbod door de werknemer is aanvaard (wilsovereenstemming). Bewijsregels strafzaken en belastingzaken: dat de str
Belanghebbende is door de Ontvanger aansprakelijk gesteld voor door de A B.V. onbetaald gelaten naheffingsaanslagen in de loonbelasting en in de omzetbelasting over de jaren 2000 en 2001. ’s Ontvangers toegepaste bewijslastverdeling is juist. Een overzicht van de uitwinning van h
Jaarlijkse vermelding omzetbelastingschuld in balans. Naheffingsaanslag tijdig opgelegd. Met betrekking tot het niet gelijktijdig met de naheffingsaanslag opleggen van een boete oordeelt het Hof dat is voldaan aan de voorwaarde van artkel 67f AWR. De inspecteur heeft bewezen dat
Brandstoffenbelasting en (regulerende) energiebelasting. Art. 20 AWR, art. 21, lid 2, art. 30, lid 1, en art. 36c, lid 1, Wbm en art. 70 Wet op de accijns. De verzoeken om teruggaaf zijn ingevolge de belastingwet gedaan.
Beroepsaansprakelijkheid belastingadviseur bij advies geruisloze inbreng vof in bv . Advies in strijd met Besluiten reële gevallen, het Besluit van 7 augustus 2003 (crediteringsmaximum) en het Besluit van 12 augustus 2007 (voortzettingsvereiste) tijdige klacht ex art. 6:89 BW. .
Belanghebbende heeft ten tijde van het indienen van zijn bezwaarschrift nog geen Minas-heffing voldaan, maar de Inspecteur heeft er vanaf gezien om belanghebbende daarom niet-ontvankelijk te verklaren. De inspecteur komt in een brief aan het Hof op dit standpunt terug. Het Hof oo
Motorrijtuigenbelasting; artikel 20 Algemene wet inzake rijksbelastingen; artikel 72, lid 1, aanhef en letter n, en artikel 76 Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994; wijze van naheffen bij niet voldoen aan voorwaarden voor toepassing taxivrijstelling. Boete; artikel 67c Algemene
Omzetbelasting. Tenaamstelling naheffingsaanslag fiscale eenheid is juist. Aftrek voorbelasting ter zake van verbouwingsdiensten woongedeelte terecht gecorrigeerd.
Motorrijtuigenbelasting; artikel 72, lid 1, aanhef en letter n, en artikel 76, leden 1 en 2, Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994; niet voldoen aan voorwaarden vrijstelling ter zake van taxivervoer; duur naheffingstermijn; berekening na te heffen belasting.
Motorrijtuigenbelasting; artikel 72, lid 1, aanhef en letter n, en artikel 76, leden 1 en 2, Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994; niet voldoen aan voorwaarden vrijstelling ter zake van taxivervoer; duur naheffingstermijn; berekening na te heffen belasting.
Proceskosten. Werkwijze verweerdeer waarbij BPM-aangifte werd geweigerd is in strijd met het wettelijk systeem. Vergaande onzorgvuldigheid. Integrale proceskostenvergoeding toegekend.