IB/PVV. Inkomen buitenlandse bankrekening. Voortvarend gehandeld.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
IB/PVV. Inkomen buitenlandse bankrekening. Voortvarend gehandeld.
Inkomstenbelasting. Verzwegen inkomsten uit handel. Navordering. Verlengde navorderingstermijn van toepassing? In het buitenland opgekomen? Vereiste aangifte? Schending algemene beginselen van behoorlijk bestuur? Boete passend en geboden?
Inkomstenbelasting. KB Lux. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Onrechtmatig bewijs? Identificatie. Voortvarendheidsvereiste. Omkering bewijslast en redelijke schatting.
Tussen partijen is in de meest ver strekkende zin in geschil of de navorderingsaanslagen tot en met het jaar 2005 voortvarend zijn opgelegd. Deze vraag beantwoordt belanghebbende ontkennend en de Inspecteur bevestigend. Voorts is de berekening van de correctie obligatierente over
[X] beschikte in de jaren 1998 tot en met 2006 over buitenlandse bankrekeningen, tot en met eind 2003 in Zwitserland en vanaf begin 2004 in Luxemburg. De Inspecteur heeft ter zake van de hiermee verband houdende inkomens- en vermogensbestanddelen – deels met gebruikmaking van de
Als gevolg van een fout van de inspecteur is de aanslag op een te laag bedrag vastgesteld. Deze fout was kenbaar voor belanghebbende.
Inleiding A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/05832 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 7 november 2012, nrs. 08/00229 en 08/00267. Aan belanghebbende zijn met dagte
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/05865 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 7 november 2012, nr. 08/00241. Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 met dagtekening
Het Hof heeft in 92 BZN-hoger-beroepen beslist dat de inspecteur niet voortvarend gehandeld heeft. Het Hof heeft zowel een uitspraak op een hoger beroep van belanghebbende als een uitspraak op een hoger beroep van de inspecteur gepubliceerd. De overige uitspraken zijn (nagenoeg)
Het Hof heeft in 92 BZN-hoger-beroepen beslist dat de inspecteur niet voortvarend gehandeld heeft. Het Hof heeft zowel een uitspraak op een hoger beroep van belanghebbende als een uitspraak op een hoger beroep van de inspecteur gepubliceerd. De overige uitspraken zijn (nagenoeg)
Aan belanghebbende is voor het jaar 2004 een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd alsmede een vergrijpboete. Voorts is voor het jaar 2005 een aanslag IB/PVV opgelegd alsmede een vergrijpboete. In geschil is de vraag of het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV 2004 gerechtvaa
De Inspecteur heeft in 2010 een boekenonderzoek ingesteld bij de onderneming van belanghebbende. Op 8 januari 2010 is de behandelopdracht ingeboekt bij de Belastingdienst. Volgens een interne werkinstructie dient een administratief medewerker dan in het computersysteem te vermeld
Inkomstenbelasting. Onrechtmatig verkegen bewijs. Una via. Niet kan worden geoordeeld dat de bewijsmiddelen die de inspecteur heeft gebezigd ter onderbouwing van de (navorderings)aanslagen zijn verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende
Aan belanghebbende zijn met toepassing van de verlengde navorderingstermijn navorderingsaanslagen IB/PVV 1993 en VB 1994 opgelegd in verband met rente-inkomsten en vermogen op Duitse bankrekeningen. In geschil is of de inspecteur de aanslag voldoende voortvarend en op de juiste w
KB-Lux affaire. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende houder van een rekening was bij de KB-Lux en dat deze rekening in juli 1995 is opgeheven. De fiche vertoont een saldo per 31 januari 1994 van hfl 20.000. Belanghebbende stelt gemotiveerd dat de rekening wegens
Bankrekeningen aangehouden in Zwitserland en Zuid-Afrika, zogenaamde derde landen. Art. 16, lid 4, AWR. Verlengde navorderingstermijn geldt onverkort door toepassing van de standstill-bepaling. Het aanhouden van banktegoeden in het onderhavige geval aangemerkt als "financiële die
De feiten en omstandigheden wettigen het vermoeden dat het economische eigendom van de aandelen van een vennootschap berustte bij (de leden van) een maatschap, waaronder belanghebbende. Belanghebbende is dus houder van een aanmerkelijk belang en heeft ter zake van de verkoop van
In geschil is het antwoord op de volgende vragen: 1. Is de Inspecteur gerechtigd met toepassing van artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) de navorderingsaanslagen IB/PVV en VB op te leggen? 2. Heeft de Inspecteur terecht de rente-inkoms
1 van 16 zaken. Navorderingen Van Lanschotbank Luxemburg 1. Belanghebbende wordt alleen als rekeninghouder vermeld op het renseignement per 21 december 1994. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat belanghebbende op die datum rechthebbende wa
Inkomstenbelasting. Navordering en herziening verliesbeschikking. Nieuw feit. Geen toerekening kennis ontvanger aan inspecteur. Schending inlichtingenplicht. Omkering en verzwaring bewijslast. Heffing over schadevergoeding.
Art. 231, lid 2, letter b, jo. 232, lid 4, Gemeentewet en art. 1, lid 2, jo. art. 30 Wet WOZ. Bevoegdheid ambtenaar openbaar lichaam. Art. 18a AWR en art. 22 Wet WOZ. Herziene WOZ-beschikkingen na onjuiste objectafbakening.
Buitenlandse bankrekening: verlengde navorderingstermijn. De datum van het tripartiete overleg moet worden gezien als tijdstip waarop bij de belastingautoriteiten aanwijzingen zijn opgekomen over het aanhouden van banktegoeden buiten Nederland, nu bij dat overleg ten minste één m
Algemeen. Navordering wegens ten onrechte verrekende voorheffing kan zonder ‘nieuw feit’. Kwade trouw door onjuiste informatieverstrekking aan adviseur.
Voor de vermogensbelasting is toepassing van artikel 27e AWR in dit geval niet mogelijk. Berekening van het vermogen op 1 januari 1992 door kapitalisatie van het op het microfiche vermelde saldo op 31 januari 1994 zou echter leiden tot een hoger vermogen dan wanneer dit zou zijn