Subjectieve vrijstelling van nijvere verenigingen en stichtingen met bescheiden winsten (art. 6(1) Wet Vpb: niet hoger dan € 15.000 in het jaar of niet hoger dan € 75.000 over laatste 5 jaar tezamen). Hoe werkt dat bij een lichaam dat nog geen 5 ondernemingsjaren bestaat? Feiten:
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
De Inspecteur maakt aan de hand van de door hem opgemaakte kasopstellingen en de kasverschillen die daaruit voortvloeien aannemelijk dat belanghebbende inkomsten heeft genoten die niet zijn aangegeven. De verklaringen die belanghebbende geeft voor de door de Inspecteur geconstate
In geschil is of de regeling van de verlengde navorderingstermijn bij schenkingen (in casu op een Zwitserse bankrekening) waarvan geen aangifte is gedaan, een verboden beperking van het vrije kapitaalverkeer is. Tevens is in geschil of het Hof mocht afzien van het stellen van pre
Inkomstenbelasting, navorderingsaanslag. Geen sprake van nieuw feit. Beroep op vertrouwensbeginsel faalt.
IB/PVV. Buitenlandse tegoeden. Inspecteur heeft geen gevolg gegeven aan beslissing geheimhoudingskamer dat geheimhouding dan wel beperkte kennisneming van gegevens met betrekking tot identiteit tipgever niet gerechtvaardigd is. Toepassing art. 8:31 Awb. Horen van tipgever als get
Navorderingsaanslag, verzuimboete. Sprake van een niet aangegeven bron van inkomen. Belanghebbende heeft niet de vereiste aangifte gedaan; hij moet hebben beseft dat het niet opgeven van de inkomsten verband houdende met het gewoontewitwassen tot gevolg had dat hij een onjuiste,
A-G IJzerman heeft een conclusie genomen ten eerste over de vraag of de navorderingstermijn wordt verlengd door verleend uitstel voor het doen van aangifte in het geval dat de aangifte al was ingediend ten tijde van het verzoek om uitstel. De tweede kwestie is of belanghebbende d
A-G IJzerman heeft een conclusie genomen over de vraag of de navorderingstermijn wordt verlengd door verleend uitstel voor het doen van aangifte in het geval dat de aangifte al was ingediend ten tijde van het desgevraagd verleende uitstel. Het betreft de zaak met nummer 19/01613
Artikel 16 en 27e AWR. Doorwerking omkering van de bewijslast bij een informatiebeschikking naar de verlengde navorderingstermijn. Uitleg begrip ‘bestanddeel’ in artikel 16(4) AWR. De rechtbank gaat in deze uitspraak onder meer in op twee kwesties. (1) Heeft omkering van de bewij
Onbeperkte navorderingstermijn erfbelasting/successierecht. Uitleg nationaal recht; strijd met unierecht? Omdat artikel 66, derde lid, van de SW op 1 januari 2012 in werking is getreden zonder dat daarbij in overgangsrecht is voorzien, is dit artikel naar het oordeel van de recht
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van de beroepen in cassatie, over en weer, van [X] Beheer BV, belanghebbende, en de Staatssecretaris van Financiën, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2017. Met dagtekening 15 maart 2014 is aan
Artikel 66, derde lid, Sw. Situatie waarin de navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, AWR op 1 januari 2012 nog niet was verstreken. Terugwerkende kracht. Artikel 1 EP EVRM. Artikel 63 VwEU. Is voortvarend gehandeld bij het opleggen van de navorderingsaanslag?
Activiteiten met betrekking tot de verkoop van safe and fun producten vormen geen bron van inkomen. Inspecteur was niet gerechtigd het vastgestelde verlies te herzien; er is sprake van een beoordelingsfout en niet van een fout in de zin van art. 16, lid 2, letter c, AWR. Aan vade
Voor bijlage zie ECLI:NL:PHR:2017:1081. A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 mei 2017, nr. 14/00788. Deze procedure maakt deel uit van een cluster van z
Voor bijlage zie ECLI:NL:PHR:2017:1081. A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X1] en [X2], belanghebbenden, tegen de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 13 juli 2016, nrs. BK-15/00833 en BK-15/00835. Deze procedure maakt deel uit
Voor bijlage zie ECLI:NL:PHR:2017:1081. A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2016, nr. 15/01535. Deze procedure maakt deel uit van een cluster van
Belanghebbende dreef als ondernemer een interieurwinkel. Daarnaast stond belanghebbende op bepaalde markten, op vaste standplaatsen. Daarmee heeft belanghebbende winst uit onderneming behaald. De verkoop werd, althans grotendeels, contant afgerekend. Belanghebbende heeft op 26 ju
Vpb. Navordering. Bevoegdheid. Frauderende belastingambtenaar. Ambtshalve vermindering. Overschrijding mandaatbevoegdheid. Onverschuldigde betaling.
Belanghebbende en haar zuster (de belanghebbende in de met deze zaak samenhangende zaak met zaaknummer 16/05639), nichten van erflaatster, zijn als erfgenamen gerechtigd tot de nalatenschap van erflaatster, overleden op 9 november 2002. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen i
Belanghebbende en haar zuster (de belanghebbende in de met deze zaak samenhangende zaak met zaaknummer 16/05636), nichten van erflaatster, zijn als erfgenamen gerechtigd tot de nalatenschap van erflaatster, overleden op 9 november 2002. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen i
Artikel 66, derde lid, Sw. Het Hof is evenals de rechtbank van oordeel dat deze bepaling niet van toepassing is op gevallen waarin vóór 1 januari 2012 navordering op basis van artikel 16, vierde lid, AWR niet meer mogelijk was. Geen materieel terugwerkende kracht. Rechtszekerheid
Artikel 66, derde lid, Sw. Het Hof is evenals de rechtbank van oordeel dat deze bepaling niet van toepassing is op gevallen waarin vóór 1 januari 2012 navordering op basis van artikel 16, vierde lid, AWR niet meer mogelijk was. Geen materieel terugwerkende kracht. Rechtszekerheid
De Inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over het jaar 2007, wegens eerder onverschuldigd aan belanghebbende terugbetaalde loonbelasting ad € 36.961. Niet in geschil is dat belanghebbende dit bedrag teveel heeft terug gekregen. Het gesch
Inkomstenbelasting. Art. 3.92 Wet IB 2001; art. 16, lid 1, en art. 67e, lid 1, AWR. Naar buitenlandse bankrekening van vennootschap overgeboekt bedrag terecht aangemerkt als door belanghebbende genoten bate. Het opzettelijk niet vermelden daarvan in de aangifte levert zowel kwade
In hoger beroep is in geschil of de navorderingsaanslagen en de vergrijpboeten terecht en tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Meer in het bijzonder is in geschil of: 1. er diverse beginselen zijn geschonden ten gevolge waarvan de navorderingsaanslagen en vergrijpboeten diene