Buitenlandse rekening op naam van echtgenote De navorderingsaanslagen zijn tijdig en voortvarend opgelegd. Toepassing van de verlengde navorderingstermijn is niet rechtens onverbindend. Het stond de Nederlandse belastingdienst vrij het spontaan door de Belgische autoriteiten vers
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Vennootschapsbelasting. Belastingadviespraktijk. Navordering. Geen ambtelijk verzuim. Correctie inzake afschrijving gebouwen terecht. Vergrijpboete terecht opgelegd.
Inkomstenbelasting. Verlengde navorderingstermijn. Zwitsers vermogen beheerd door Nederlands administratiekantoor. Aan het zicht van fiscus onttrokken. Evenredigheidsbeginsel. Fiod is in dit geval geen onderdeel van de ‘belastingautoriteit’.
Rekeningenproject - Verwijzingsprocedure Microfiches zijn geen op de zaak van belanghebbende betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 42 Awb. Dit is slechts anders voor de daarop voorkomende regels waarop de naam is vermeld die overeenkomt met de naam van belanghebbende
Inkomstenbelasting. Uitkeringen in 2002 uit Liechtensteinse Stiftung opgericht door de vader van belanghebbende. Het beroep van de Inspecteur op schending van de informatieverplichting door belanghebbende en de daaraan verbonden afwijking van de bewijslastverdeling wordt afgeweze
KB-Lux: Massale aanlevering van gegevens vanuit België eind oktober 2000 vergt een projectmatige verwerking van concrete gegevens met betrekking tot individuele belastingplichtigen. Het opleggen van navorderingsaanslagen ultimo mei 2003 aan belastingplichtigen die geen dan wel on
Navordering inkomstenbelasting. Aan belanghebbende is april 2010 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd met toepassing van de 12-jaarstermijn van artikel 16, vierde lid, van de AWR. De FIOD-ECD beschikte in 2006 over de nodige gegevens en heeft eind 2006 een proces-v
Artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb; artikel 11, lid 3, AWR. Van het niet tijdig vaststellen van de aanslag als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb is geen sprake als de aanslag binnen de wettelijke driejaarstermijn in de zin van artikel 11, lid 3, AWR is opgelegd.
Vennootschapsbelasting. Nieuw feit. Kwade trouw. Geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten van de Inspecteur.
Navordering. Geen nieuw feit omdat inspecteur uitkomst van lopend boekenonderzoek niet heeft afgewacht. Van kwade trouw is evenmin sprake. Navordering is niet mogelijk.
De door de inspecteur aangevoerde feiten en omstandigheden, op zichzelf maar ook in samenhang beschouwd, rechtvaardigen naar het oordeel van het Hof niet de gevolgtrekking dat sprake is van kwade trouw, reeds omdat in de aangifte bij vraag 19k een bedrag van € 1.235.935 is vermel
De duur van het strafrechtelijk onderzoek volgend op de door de FIOD verrichte identificatie kan de inspecteur niet worden tegengeworpen. Voor het daarna aangevangen fiscale onderzoek heeft de inspecteur niet meer tijd gebruikt dan die welke noodzakelijkerwijs was gemoeid met het
Hof acht aannemelijk dat aandeelhouder X besliste of een handelstransactie via BV in Nederland of AG in Zwitserland zou lopen. Het Hof acht het aannemelijk dat X zijn werkzaamheden in dienstbetrekking voor de Nederlandse BV heeft verricht. De winst die is gerealiseerd met de door
Buitenlandse bankrekening. De rechtbank acht aannemelijk dat de echtgenoot van belanghebbende in het jaar 1996 rekeninghouder was van een bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg. Daaraan ontleent de rechtbank het vermoeden dat haar echtgenoot beschikte over aanzienlijke
Buitenlandse bankrekening. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende in het jaar 1996 rekeninghouder was van een bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg. Daaraan ontleent de rechtbank het vermoeden dat zij beschikte over aanzienlijke bedragen aan inkomsten uit ve
Buitenlandse bankrekening. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende in het jaar 1996 rekeninghouder was van een bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg. Daaraan ontleent de rechtbank het vermoeden dat zij beschikte over aanzienlijke bedragen aan vermogen die nie
Inkomstenbelasting. Buitenlandse bankrekening. Bezwaarschrift gericht tegen de aanslag en boetebeschikking ontvankelijk nu de inspecteur de ontvangst van de boetebeschikking niet kan bewijzen. De FIOD heeft in februari 2005 informatie ontvangen over rekeninghouders van Van Lansch
Vermogensbelasting. Buitenlandse bankrekening. De FIOD heeft in februari 2005 informatie ontvangen over rekeninghouders van Van Lanschot Luxemburg. De inspecteur heeft alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. De rechtbank acht het deels anonimiseren ervan in dit g
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van de op de microfiche vermelde KB-Luxbankrekeningenen op een naam die overeenkomt met zijn naam. Het vermoeden dat belanghebbende deze rekeningen gedurende de gehele door de inspecteur in aanmerking genomen periode heeft gehouden is n
Inkomstenbelasting, buitenlandse bankrekening De FIOD heeft in februari 2005 informatie ontvangen over rekeninghouders van Van Lanschotbank Luxemburg. Belanghebbende is aangeschreven in juli 2007. Hij heeft in november 2007 openheid van zaken gegeven. De navorderingsaanslag over
art. 16, lid 1, AWR, nieuw feit, ambtelijk verzuim, onderzoeksplicht inspecteur bij gemoedsbezwaarde met hoge ziektekosten
Navorderingsaanslag, nieuw feit, geen ambtelijk verzuim. Aanvullende aangifte die is ingediend nadat de aanslag door de belastingdienst is geregeld maar voordat de aanslag naar de belastingplictige is verzonden, vormt in het onderhavige geval een feit op grond waarvan verweerder
Aannemelijk is dat belanghebbende en zijn toenmalige echtgenote houder zijn van de op de microfiches vermelde KB-Luxrekeningen met dezelfde namen als die van belanghebbende en zijn toenmalige echtgenote gedurende de door de inspecteur gestelde periode en dat de ter zake daarvan o
Art. 27 Belastingverdrag Nederland-België 2001. Art. 9.2, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Art. 16, lid 2, letter a, AWR. Herrekening compensatieregeling grensarbeiders na definitieve aanslag. Navordering mogelijk bij verrekening voorheffing tot onjuist bedrag.
KB-Lux zaak. Rechtbank verwerpt grotendeels de grieven van eiser. Wel vermindering van de boete, onder andere vanwege overschrijding redelijke termijn. Beroepen gedeeltelijk gegrond.