BPM; procesrecht; artt. 8:113 en 8:115 Awb; art. 10, lid 9, Wet BPM; art. 8, lid 4, letter b, en paragraaf 3.5 van bijlage I, Uitvoeringsregeling BPM (tekst 2015); cassatieberoep tegen einduitspraak van een gerechtshof in vervolg op eerdere terugwijzing van de zaak door hetzelfde
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:113 Awb
Genoemd in 32 uitspraken · Officiële wettekst
32 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Invorderingswet 1990, art 7 en 30. Awb artikelen 1:3 en 3:45. Invorderingsrente. Ontvankelijkheid van het (hoger) beroep in verband met de aan een kennisgeving als bedoeld in art. 30, eerste lid, Inv 1990 te stellen eisen.
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01619, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01620. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2013 was hij in loondienst bij [B] BV. Met ingang van 1 febru
BPM. Diverse formele klachten. Uitspraak op bezwaar ter zake van de invorderingsrente ontbreekt. Hoger beroep gegrond.
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01620, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01619. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Belanghebbende was gedurende het gehele jaar 2013 in loondienst bij [C] Ltd. De SVB heeft op 24 juni 2
Algemeen. Informatiebeschikking. Reikwijdte?
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de ontvankelijkheid van de bezwaren van belanghebbende tegen de hoogte van de terzake van teruggaaf van BPM te vergoeden rentebedragen en over de vraag of de Nederlandse heffings- en belastingrenteregelingen voldoen aan het Unierechtelijk
Belanghebbende verricht sinds 2010 interim-managementwerkzaamheden en adviseert op financieel gebied. Sindsdien geeft hij ieder jaar een verlies uit onderneming aan. In geschil is of sprake is van een bron van inkomen. Het Hof wijst de zaak terug naar de Inspecteur met toepassing
Het Hof wijst een tweede verzoek om uitstel van de zitting af. Het niet-afhalen van een aangetekend verzonden poststuk komt voor rekening en risico van belanghebbende. Het Hof wijst de zaak terug naar de Inspecteur met toepassing van de judiciële lus ex artikel 8:113, lid 2, Awb
Verzoek om openbaarmaking op grond van de Wob van (delen van) het archief van de commissie Scheltema – De vraag op welke grondslag de bevoegdheid van de minister tot het besluiten omtrent openbaarmaking van door RTL gevraagde informatie berust - de Wob dan wel geheel of gedeeltel
Inkomstenbelasting, box-3 heffing, hoorplicht, compromis. Belanghebbende is het niet eens met de aan hem opgelegde IB-aanslagen 2014 - 2020. Zijn klachten zien onder andere op de omvang van de box-3 heffing, schending van zijn hoorrecht en bevoegdheid van de rechtbank. Ook meent
Art. 7:2, lid 1; 8:113, lid 2 Awb. Hoorgesprek. Schending hoorplicht. Toepassing judiciële lus.
BPM. Diverse formele klachten. Hoorplicht bezwaarfase geschonden. Hoger beroep gegrond.
BPM. Diverse formele klachten. Schending hoorplicht. Hoger beroep gegrond.
WOZ 2021 woning. Waarde niet meer in geschil. Hoger beroep gegrond omdat rechtbank ten onrechte geen griffierecht heeft vergoed t.z.v. imsv. Geen schending artikel 40 WOZ en motiveringsbeginsel. Matiging pkv o.g.v. artikel 2, lid 2, BPB.
WOZ 2022 woning. Waarde niet te hoog vastgesteld. Geen strijd met artikel 40 WOZ. Geen motiveringsgebreken in uitspraken.
Art. 8:113(2) Awb; judiciële lus. Moet de toepassing van de judiciële lus door de hogerberoepsrechter worden gemotiveerd? Geen belang in cassatie bij klacht over huwelijkse staat.
Artikel 6:5, 6:6 en 7:2 Awb. Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens afwezigheid gronden en omdat een voorafgaande waarschuwing dat het niet herstellen van dit verzuim tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. Schending hoorrecht, omdat het niet reageren op uitnodigin
Beroep bij het hof (judiciële lus) tegen nieuwe uitspraak op bezwaar over een beschikking invorderingsrente van € 5 in verband met een naheffingsaanslag BPM. Diverse formele beslispunten. Beroep ongegrond.
Aanslagen reinigingsrecht 2018 en 2019. De Heffingsambtenaar heeft afzonderlijke uitspraken op bezwaar gedaan op in één geschrift vermelde bezwaren tegen meerdere op één aanslagbiljet opgenomen aanslagen. Geen strijd met 7:11 Awb en 25, lid 4, AWR. Schending hoorplicht aangezien
Het Hof oordeelt dat de hoorplicht is geschonden en wijst de zaak terug naar de Heffings-ambtenaar met toepassing van de judiciële lus ex artikel 8:113, lid 2, Awb. Uit de omstandig-heid dat geen reactie werd ontvangen op het verzoek om contact op te nemen voor het maken van een
Tussen partijen is in geschil of de hoorplicht is geschonden en zo ja, of de Rechtbank de heffingsambtenaar had moeten opdragen om opnieuw op het bezwaar te beslissen, ditmaal na belanghebbende (op de juiste wijze) te hebben gehoord.
Art. 10 Wet bpm. Art. 110 VWEU. Art. 8:113 Awb. Art. 21 Rv. Taxatiemethode niet van toepassing vanwege essentiële gebreken. Verwijzing door Rechtbank naar belastbare feit in plaats van afschrijvingsmoment leidt niet tot gegrondverklaring hoger beroep, maar tot bevestiging met ver
Art. 17 Wet WOZ. Art. 40, lid 2, Wet WOZ. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Geen schending van de toezendplicht. Geen schending art. 7:9 Awb door het vermelden van nieuwe referentieobjecten in uitsp
Art. 17 Wet WOZ. Art. 40, lid 2, Wet WOZ. Art. 7:9 Awb. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Geen schending van de toezendplicht. Na het hoorgesprek geen feiten of omstandigheden bekend geworden waarov