Art. 8:73 (art. 8:88 e.v.) Awb. Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Overzichtsarrest en beslissingen over nog niet behandelde kwesties.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:10 Awb
Genoemd in 292 uitspraken · Officiële wettekst
292 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Onrechtmatige overheidsdaad. Schade van belanghebbende aan wie bouwvergunning is verleend doordat hij niet heeft kunnen bouwen gedurende schorsing besluit tot vergunningverlening door voorzieningenrechter op verzoek van derden die tegen dit besluit eerder tevergeefs bezwaar hebbe
Geldigheid (per e-mail verzonden) verdagingsbesluit, artikel 7:10, lid 3, Awb, artikelen 3:40 en 3:41, lid 1, Awb, artikel 2:17, lid 1, Awb; aannemelijk maken en (onvoldoende) betwisting verzending e-mail
Prejudiciële vraag; art. 25c, 25e en 25f AWR; massaalbezwaarprocedure box 3-heffingen; behandeling van de aangewezen rechtsvraag door de rechter tijdens massaalbezwaarprocedure; beslissing beperkt tot individuele vraag belastingplichtige; redelijke termijn voor berechting.
Art. 4:15, lid 2, letters b en c, Awb i.v.m. (art. 7:14 Awb en) art. 47 AWR: verzuim/weigering belanghebbende om desgevraagd gegevens m.b.t. verzwegen buitenlandse bankrekeningen te verstrekken geen overmacht bij de behandeling van bezwaar tegen navorderingsaanslagen, en evenmin
Overschrijding redelijke termijn en art. 7:10, lid 4, letter b, Awb; instemming met verder uitstel is op zichzelf beschouwd geen bijzondere omstandigheid.
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
Procesrecht; art. 12 Invorderingswet 1990; art. 3 Kostenwet invordering rijksbelastingen; artt. 4:17 en 7:10 Awb; kosten betekening dwangbevel; betwisting verzending aanmaning; tijdstip van ingebrekestelling wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar.
Formeel belastingrecht. Artikel 6:10, lid 2, Awb, ECLI:NL:HR:2003:AK8288; belastingaanslagen op naam van ontbonden rechtspersoon naar Curaçaos recht; bekendmaking; artikel 6:2, sub b, Awb; artikel 7:1, lid 1, sub f, Awb; niet-tijdig nemen besluit; artikel 4:17 Awb; dwangsom.
Hoger beroep - Boete wegens vangletsel bij kuikens. De minister heeft de juiste wettelijke grondslag (artikel 3 van de Transportverordening) gehanteerd, omdat het pluimveebedrijf – ook al is hij niet de vervoerder – wel de houder van de kuikens is en het laden van de kuikens een
Slechts in noodgeval mag van de vluchtstrook gebruik worden gemaakt. Het ontwijken van een file is geen noodgeval als bedoeld in art. 43 RVV 1990. In casu geen strijd met gelijkheidsbeginsel. Anders dan de betrokkene wil verbindt de wet aan overschrijding van de beslistermijn van
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak (rijksmonument) waartoe een woonboerderij en een weiland behoren en waarvan een gedeelte wordt geëxploiteerd als bed & breakfast. Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar de beslistermijn van artikel 236, tweede lid
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 15 maart 2024 in de zaken met de nrs. 23/02244 ECLI:NL:PHR:2024:297 en 23/02561 ECLI:NL:PHR:2024:293
Overschrijding redelijke termijn en art. 7:10, lid 3, Awb; instemming belanghebbende met verder uitstel uitspraak op bezwaar is geen bijzondere omstandigheid; aanhouden bezwaarschrift in verband met prejudiciële vragen.
Art. 4:17 Awb. Art. 7:10, lid 4, letter a, Awb. Bestuursorgaan in verzuim na ontvangst van brief waarin belanghebbende instemming met uitstel beslissing op bezwaar beëindigt. Ingebrekestelling door belanghebbende niet prematuur. Bestuursorgaan verbeurt maximale dwangsom.
Tussen partijen is in geschil of de aanslag wegens overschrijding van de beslistermijn als bedoeld in artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigd dient te worden. Bij ontkennende beantwoording van deze vraag is in geschil of de waarde van de participaties [A]
Boete wegens overtreding van het mededelingsverbod als bedoeld in artikel 5:57, eerste lid, onder a, Wft. Voor de vraag of sprake is van voorwetenschap kan de betrouwbaarheid van de informatiebron mede van belang zijn. De omstandigheid dat de overtreding werd begaan in het kader
Art. 4:17 Awb. Art. 7:10, lid 4, letter a, Awb. Bestuursorgaan in verzuim na ontvangst van brief waarin belanghebbende instemming met uitstel beslissing op bezwaar beëindigt. Ingebrekestelling door belanghebbende niet prematuur. Bestuursorgaan verbeurt maximale dwangsom.
Mededeling van een verrekening met invorderingsrente op aanslag IB/PVV is een voor bezwaar vatbare beschikking. Rechtbank (belastingkamer) en Hof zijn bevoegd. Verzoek proceskostenvergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand afgewezen, omdat het ervoor moet worden gehoud
De Heffingsambtenaar heeft vlak voor de zitting en daarna ter zitting pas voor het eerst gereageerd op het hoger beroepschrift van belanghebbende en daarbij een aantal stukken ingediend. De stukken en het standpunt van misbruik van recht worden door het Hof buiten beschouwing gel
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01619, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01620. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2013 was hij in loondienst bij [B] BV. Met ingang van 1 febru
19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/128HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: SOTEL B.V., gevestigd te Soest, EISERES tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster, advocaat: mr. H.J.W. Alt, t e g e n GEMEENTE BERGEN OP ZOOM, gevestigd te Bergen op Zo
WOZ. Hotel in Rosmalen. De heffingsambtenaar maakt met de gecorrigeerde aankoopprijs én de huurwaardekapitalisatiemethode voor de belastingjaren 2019 en 2020, en een controleberekening op grond van de Taxatiewijzer Hotels voor het belastingjaar 2020, de WOZ-waarden van het hotel
Het Hof is van oordeel dat de forfaitaire rendementsheffing (box 3) in het jaar 2015 niet in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Het Hof heeft daarbij gekeken naar het nominale rendement van risicomijdende beleggingen en concludeert dat in dit jaar weliswaar het
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01620, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01619. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Belanghebbende was gedurende het gehele jaar 2013 in loondienst bij [C] Ltd. De SVB heeft op 24 juni 2