BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 6:10 Awb
Genoemd in 159 uitspraken · Officiële wettekst
159 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; art. 22j en 26b AWR; art. 6:10 Awb; art. 52 , van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; voortijdig gemaakt bezwaar tegen voldoening op aangifte; ontvankelijkheid.
IB/PVV. Box 3-heffing 2016. Individuele en buitensporige last?
Het t Gerecht is van oordeel dat belanghebbende als voormalig vereffenaar gerechtigd was om namens belanghebbende bezwaar en beroep in te stellen. Er is sprake van een ontvankelijk bezwaar. De naheffingsaanslag en verzuimboete zijn terecht opgelegd. De Inspecteur had het bezwaar
Vennootschapsbelasting. Ontbonden rechtspersoon. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard door het Hof? Bekrachtiging door voormalig vereffenaar mogelijk? Gelegenheid herstellen verzuim? Beroep terecht ontvankelijk verklaard?
Bekendmaking belastingaanslagen aan niet langer bestaande vennootschap; status belanghebbende; bevoegdheid instellen van bezwaar en beroep
Artikel 26 AWR. Art. 6:22, 7:1, 7:2 en 7:4 Awb. Gesloten stelsel van rechtsbescherming. Een brief van de Inspecteur met daarin de mededeling dat hij de activiteiten van belanghebbende niet langer aanmerkt als bron van inkomen is geen voor bezwaar vatbare beschikking. Geen opgewek
Ontvankelijkheid van het incidentele beroep na intrekking van het principale beroep; prematuur incidenteel beroep in cassatie; art. 3.55, lid 7, Wet IB 2001.
Heropening vereffening
Anders dan de rechtbank, komt het Hof tot het oordeel dat namens een niet-bestaande rechtspersoon bezwaar is ingesteld. De voormalig gemachtigde was niet bevoegd tot het het indienen van een bezwaarschrift. Het Hof verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
OB. Correcties n.a.v. boekenonderzoek.
Bekendmaking van de aanslagen. De rechtbank concludeert dat de bezwaren van belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard en verwijst de zaken terug naar de inspecteur.
Kort geding; vordering tot intrekking bezwaar bij de bestuursrechter. Eiseres is ontvankelijk bij de civiele voorzieningenrechter. Vorderingen worden afgewezen omdat geen sprake is van misbruik van bevoegdheid.
Beëindiging Regeling Tijdelijke bescherming
Beëindiging Regeling Tijdelijke bescherming, evenredigheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel rechtzekerheidsbeginsel, asiel buiten behandeling gesteld
Termijnoverschrijding beroep bij de kantonrechter verontschuldigbaar wegens het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule op de beslissing van de officier van justitie.
Naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd aan ontbonden vennootschap. Vanaf het moment dat belanghebbende is opgehouden te bestaan kon belanghebbende geen rechtshandelingen meer verrichten en dus ook geen bezwaar maken. Nu gesteld noch gebleken is dat de vereffening op enig momen
Naheffingsaanslag BPM. Toetsingskader Hoge Raad, ontvankelijkheid bezwaar aanslag en bezwaar boete. ECLI:NL:HR:2019:1102. Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag heeft de inspecteur terecht niet-ontvankelijk verklaard, maar het bezwaar tegen de boetebeschikking is ontvankelijk van
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Artt. 26 lid 1 AWR , 6:10, 6:15 en 7:1 Awb. Bezwaar tegen mededeling over openstaand bedrag voorlopige aanslag terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat noch de mededeling noch de voorlopige aanslag voor bezwaar vatbaar is. Bezwaar tevens terecht niet aangemerkt als verzoek om a
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
In geschil is of de diensten van eiseres zijn vrijgesteld op grond van artikel 11 lid 1 sub g, Wet OB 1968. Meer in het bijzonder is in geschil of de waarnemend huisarts een prestatie verricht aan eiseres, die eiseres op haar beurt aan de huisarts of huisartsenpraktijk die opdrac
Beroep ongegrond. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Loonheffingen. Naheffingsaanslag. Hoogte in rekening gebrachte heffings- en belastingrente.
Het bezwaar gericht tegen aanslagen IB/PVV en Zvw is terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. Geen sprake van een prematuur bezwaarschrift. Voor wat betreft de vergrijpboete rust op verweerder een verzwaarde bewijslast ten aanzien van de ontvangst van de