Navorderingsaanslag Vpb opgelegd aan een naar het recht van Guernsey opgerichte, niet meer bestaande vennootschap. Hoewel de enig aandeelhouder een liquidatie-uitkering heeft ontvangen, oordeelt het Hof dat het namens hem op naam van de vennootschap ingestelde bezwaar niet-ontvan
Algemene wet bestuursrecht
Art. 6:10 Awb
Genoemd in 159 uitspraken · Officiële wettekst
159 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
(tweede) crisisheffing; kan die worden geheven als de degene die in 2013 inhoudingsplichtig was (de belanghebbende) op het wettelijke genietings- en heffingsmoment (31 maart 2014) niet meer bestond doordat de vereffening van haar vermogen op 15 december 2013 was voltooid en niet
Het namens eiseres ingediende beroep is niet-ontvankelijk nu de BV al was ontbonden en was opgehouden te bestaan. Bovendien is gesteld noch gebleken dat de vereffening op grond van artikel 2:23c, eerste lid, van het BW is heropend.
Invordering. Art. 49, lid 1, IW 1990. Bestuurdersaansprakelijkheid voor de belastingschulden van een rechtspersoon die wegens gebrek aan baten op het tijdstip van zijn ontbinding is opgehouden te bestaan.
Zelfvervaardigde sieraden zijn niet als kunstvoorwerpen aan te merken
VPB. OB. Bekendmaking belastingaanslagen aan ontbonden rechtspersoon.
BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven.
Aanslagen IB/PVV 2016 t/m 2018; artikel 6:7 Awb, artikel 6:10 Awb; vaststellingsovereenkomst. Termijnoverschrijding indienen bezwaar- en beroepschrift. Het Hof vernietigt de tweede uitspraak op bezwaar. De Rechtbank heeft het bezwaarschrift tegen de afwijzing van het verzoek om a
De inspecteur heeft een aanslag opgemaakt en toegezonden aan een vennootschap die was opgehouden te bestaan. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep ontvankelijk. Zowel het bezwaar als het beroep dienen te worden opgevat als gemaakt of ingesteld namens de voormalige veref
MRB. Bezwaar is ingediend vóór voldoening. Rekening MRB op zichzelf niet voor bezwaar vatbaar. Bezwaar toch ontvankelijk omdat belanghebbende zich op het moment dat hij kennisnam van de rekening een vastomlijnde voorstelling van het voorwerp bezwaar heeft gevormd. Belanghebbende
Pseudo-eindheffing hoog loon (artikel 32bd van de Wet LB 1964). Belanghebbende is in december 2013 geliquideerd. De vereffening is niet heropend. Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 maart - 31 maart 2014 een aanslag pseudo-eindheffing hoog loon opgelegd. Het Hof is van oorde
Afvalstoffenheffing; de heffingsambtenaar heeft niet in strijd gehandeld met de voor hem geldende beleidsregels, neergelegd in de Uitvoeringsregeling aanwijzing belastingplichtige in een keuzesituatie 2013 t/m 2016 door de onderhavige aanslagen afvalstoffenheffing aan belanghebbe
Eén van de voormalig firmanten van belanghebbende exploiteerde in de jaren 2007, 2008 en 2009 een agrarisch loonbedrijf in de vorm van een eenmanszaak. Op 1 oktober 2009 is deze eenmanszaak met terugwerkende kracht per 1 januari 2009 omgezet in een vennootschap onder een firma (V
Crisisheffing. Belanghebbende is als gewezen inhoudingsplichtige op grond van artikel 32bd Wet op de Loonbelasting 1964 in verbinding met artikel 10f, lid 2 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 de crisisheffing over het tijdvak maart 2014 verschuldigd. Naar het oordeel v
Ontvankelijkheidheid beroep in situatie waarin de aangeslagen BV is opgehouden te bestaan. Aangezien de aangeslagen BV is opgehouden te bestaan, kunnen op naam van haar niet langer rechtshandelingen, waaronder het instellen van beroep, worden verricht. Nu niet gebleken is dat de
Ontvankelijkheid van de beroepen. Dwangsommen terecht?
Inkomstenbelasting. Navordering en herziening verliesbeschikking. Nieuw feit. Geen toerekening kennis ontvanger aan inspecteur. Schending inlichtingenplicht. Omkering en verzwaring bewijslast. Heffing over schadevergoeding.
1. Rechtbank doet na uitspraak op verzet terstond uitspraak in de hoofdzaak, ten onrechte zonder belanghebbende te horen. 2. Naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd omdat de inspecteur tot het oordeel komt dat belanghebbende geen ondernemer is
Bewijsaanbod ter zitting van het Hof tardief? Verwerping van dit aanbod door het Hof onvoldoende gemotiveerd, gelet op het verloop van die zitting.
Art. 8:73 Awb. Vergoeding van (im)materiële schade bij overschrijding van de redelijke termijn in belastinggeschillen.
- Artikel 23, lid 1, AWR; tegen een beschikking op een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting kan ook bezwaar worden gemaakt als de beschikking conform het verzoek is gegeven. - Artikel 6:10 Awb; ambtshalve beoordeling door het Hof van ontvankelijkheid van bezwaar tegen beschikk
Rechtbank heeft het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Terugwijzing.
Belemmeringenwet Privaatrecht. Aanleg van hoogspanningsleidingen
-
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D