Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:3158
2024-08-05
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202404187/1/V2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2024:3158 → ECLI:NL:RBDHA:2024:10217 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.K. Westerhof, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2023:4348 Raad van State 23-11-2023
Geciteerd door (20)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20040 Rechtbank Den Haag 10-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20270 Rechtbank Den Haag 09-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18502 Rechtbank Den Haag 18-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18655 Rechtbank Den Haag 07-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9399 Rechtbank Den Haag 23-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6288 Rechtbank Den Haag 16-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9191 Rechtbank Den Haag 15-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6230 Rechtbank Den Haag 14-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7744 Rechtbank Den Haag 26-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8999 Rechtbank Den Haag 29-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4134 Rechtbank Den Haag 21-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22826 Rechtbank Den Haag 18-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22829 Rechtbank Den Haag 18-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21262 Rechtbank Den Haag 21-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19482 Rechtbank Den Haag 20-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21326 Rechtbank Den Haag 15-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21398 Rechtbank Den Haag 11-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21193 Rechtbank Den Haag 11-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17536 Rechtbank Den Haag 28-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21018 Rechtbank Den Haag 02-10-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.206 tekens)
202404187/1/V2.
Datum uitspraak: 5 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 2 juli 2024 in zaak nr. NL24.24218 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.K. Westerhof, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de
Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 23 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4348, onder 2.1, over de motivering van het voornemen van de staatssecretaris in een Dublinprocedure). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Iedema
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2024
984
Datum uitspraak: 5 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 2 juli 2024 in zaak nr. NL24.24218 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.K. Westerhof, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de
Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 23 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4348, onder 2.1, over de motivering van het voornemen van de staatssecretaris in een Dublinprocedure). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Iedema
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2024
984