Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:2472
2024-06-18
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202403437/1/V2 en 202403437/2/V2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2024:1863 Raad van State 02-05-2024
Geciteerd door (16)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12891 Rechtbank Den Haag 15-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10439 Rechtbank Den Haag 16-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7320 Rechtbank Den Haag 17-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6363 Rechtbank Den Haag 11-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11827 Rechtbank Den Haag 27-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1811 Rechtbank Den Haag 04-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1861 Rechtbank Den Haag 30-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22064 Rechtbank Den Haag 27-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:23404 Rechtbank Den Haag 06-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17427 Rechtbank Den Haag 25-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:23279 Rechtbank Den Haag 02-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14926 Rechtbank Den Haag 19-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15547 Rechtbank Den Haag 18-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15697 Rechtbank Den Haag 10-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14660 Rechtbank Den Haag 09-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:23085 Rechtbank Den Haag 15-08-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.565 tekens)
202403437/1/V2 en 202403437/2/V2.
Datum uitspraak: 18 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 mei 2024 in zaak nr. NL24.17784 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 28 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D. van Elp, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat niet uit het AIDA Country Report: France (update 2022) kan worden opgemaakt dat er structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Frankrijk zijn. De Afdeling wijst hierbij op haar uitspraak van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1863, onder 1.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.
w.g. Essenburg
voorzieningenrechter
w.g. Toonen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2024
936
Datum uitspraak: 18 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 mei 2024 in zaak nr. NL24.17784 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 28 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D. van Elp, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat niet uit het AIDA Country Report: France (update 2022) kan worden opgemaakt dat er structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Frankrijk zijn. De Afdeling wijst hierbij op haar uitspraak van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1863, onder 1.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.
w.g. Essenburg
voorzieningenrechter
w.g. Toonen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2024
936