Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:1
2024-01-02
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202307299/1/V3 en 202307299/2/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2024:1 → ECLI:NL:RBDHA:2023:20932 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 17 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2023:3411 Raad van State 13-09-2023
- ECLI:NL:RVS:2023:3479 Raad van State 13-09-2023
Geciteerd door (21)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4944 Rechtbank Den Haag 26-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13440 Rechtbank Den Haag 09-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10548 Rechtbank Den Haag 06-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8771 Rechtbank Den Haag 29-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8778 Rechtbank Den Haag 29-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9196 Rechtbank Den Haag 27-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10549 Rechtbank Den Haag 14-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10983 Rechtbank Den Haag 14-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8543 Rechtbank Den Haag 13-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6600 Rechtbank Den Haag 02-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6288 Rechtbank Den Haag 25-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5867 Rechtbank Den Haag 23-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5446 Rechtbank Den Haag 16-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5215 Rechtbank Den Haag 12-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1442 Rechtbank Den Haag 09-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1587 Rechtbank Den Haag 07-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1193 Rechtbank Den Haag 02-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2680 Rechtbank Den Haag 19-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:595 Rechtbank Den Haag 19-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2058 Rechtbank Den Haag 17-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:377 Rechtbank Den Haag 16-01-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.889 tekens)
202307299/1/V3 en 202307299/2/V3.
Datum uitspraak: 2 januari 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor haar minderjarige kinderen [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 november 2023 in zaken nrs. NL23.33118, NL23.33120, NL23.33122 en NL23.33124 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 17 oktober 2023 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 22 november 2023 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. R.P.M. Ngasirin, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Uit de uitspraken van de Afdeling van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411 en ECLI:NL:RVS:2023:3479, volgt namelijk dat de staatssecretaris voor Kroatië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank heeft verder terecht geoordeeld dat de staatssecretaris in de persoonlijke omstandigheden van de vreemdelingen geen aanleiding hoefde te zien om de asielaanvragen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening in behandeling te nemen.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Soffers
voorzieningenrechter
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2024
872-981
Datum uitspraak: 2 januari 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor haar minderjarige kinderen [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 november 2023 in zaken nrs. NL23.33118, NL23.33120, NL23.33122 en NL23.33124 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 17 oktober 2023 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 22 november 2023 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. R.P.M. Ngasirin, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Uit de uitspraken van de Afdeling van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411 en ECLI:NL:RVS:2023:3479, volgt namelijk dat de staatssecretaris voor Kroatië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank heeft verder terecht geoordeeld dat de staatssecretaris in de persoonlijke omstandigheden van de vreemdelingen geen aanleiding hoefde te zien om de asielaanvragen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening in behandeling te nemen.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Soffers
voorzieningenrechter
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2024
872-981