Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:1997
2023-05-24
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202302620/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:1997 → ECLI:NL:RBDHA:2023:8231 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (29)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21397 Rechtbank Den Haag 15-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9397 Rechtbank Den Haag 20-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9231 Rechtbank Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1863 Rechtbank Den Haag 23-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22875 Rechtbank Den Haag 13-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19757 Rechtbank Den Haag 22-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17569 Rechtbank Den Haag 24-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22324 Rechtbank Den Haag 01-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20597 Rechtbank Den Haag 20-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14658 Rechtbank Den Haag 06-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13653 Rechtbank Den Haag 21-08-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6839 Rechtbank Den Haag 06-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5065 Rechtbank Den Haag 10-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2573 Rechtbank Den Haag 23-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1253 Rechtbank Den Haag 06-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:712 Rechtbank Den Haag 23-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20030 Rechtbank Den Haag 12-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18154 Rechtbank Den Haag 21-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19188 Rechtbank Den Haag 14-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17143 Rechtbank Den Haag 10-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16664 Rechtbank Den Haag 06-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16803 Rechtbank Den Haag 02-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14957 Rechtbank Den Haag 21-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12716 Rechtbank Den Haag 24-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9791 Rechtbank Den Haag 06-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9515 Rechtbank Den Haag 27-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9828 Rechtbank Den Haag 26-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9828 Rechtbank Den Haag 26-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8175 Rechtbank Den Haag 07-06-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.286 tekens)
202302620/1/V3.
Datum uitspraak: 24 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 14 april 2023 in zaak nr. NL23.6157 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 14 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Oostenrijk een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van pushbacks. Het door de vreemdeling ook in hoger beroep aangehaalde AIDA-rapport (update 2022) bevat geen serieuze aanknopingspunten dat Dublinclaimanten op dit moment te maken krijgen met pushbacks als zij terugkeren naar Oostenrijk.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Verheij
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023
347-1017
Datum uitspraak: 24 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 14 april 2023 in zaak nr. NL23.6157 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 14 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Oostenrijk een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van pushbacks. Het door de vreemdeling ook in hoger beroep aangehaalde AIDA-rapport (update 2022) bevat geen serieuze aanknopingspunten dat Dublinclaimanten op dit moment te maken krijgen met pushbacks als zij terugkeren naar Oostenrijk.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Verheij
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023
347-1017