Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:1968
2023-05-16
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202302670/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:1968 → ECLI:NL:RBDHA:2023:5993 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2022:3269 Raad van State 14-11-2022
Geciteerd door (45)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4593 Rechtbank Den Haag 02-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1279 Rechtbank Den Haag 06-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21138 Rechtbank Den Haag 29-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21490 Rechtbank Den Haag 30-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18355 Rechtbank Den Haag 23-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18115 Rechtbank Den Haag 14-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21488 Rechtbank Den Haag 09-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17236 Rechtbank Den Haag 08-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16405 Rechtbank Den Haag 26-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16854 Rechtbank Den Haag 25-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15089 Rechtbank Den Haag 02-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16074 Rechtbank Den Haag 26-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16071 Rechtbank Den Haag 26-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14718 Rechtbank Den Haag 26-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14714 Rechtbank Den Haag 26-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14591 Rechtbank Den Haag 22-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14607 Rechtbank Den Haag 22-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14325 Rechtbank Den Haag 19-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14328 Rechtbank Den Haag 19-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14283 Rechtbank Den Haag 18-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12953 Rechtbank Den Haag 25-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12708 Rechtbank Den Haag 22-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12763 Rechtbank Den Haag 17-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12452 Rechtbank Den Haag 15-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12344 Rechtbank Den Haag 14-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12728 Rechtbank Den Haag 10-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12725 Rechtbank Den Haag 10-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11920 Rechtbank Den Haag 07-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11092 Rechtbank Den Haag 21-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11094 Rechtbank Den Haag 21-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11104 Rechtbank Den Haag 21-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10376 Rechtbank Den Haag 11-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10417 Rechtbank Den Haag 11-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10147 Rechtbank Den Haag 07-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10144 Rechtbank Den Haag 07-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10148 Rechtbank Den Haag 07-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9994 Rechtbank Den Haag 04-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9283 Rechtbank Den Haag 28-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9335 Rechtbank Den Haag 26-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9829 Rechtbank Den Haag 23-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8704 Rechtbank Den Haag 15-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8707 Rechtbank Den Haag 14-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8706 Rechtbank Den Haag 14-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8718 Rechtbank Den Haag 12-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8257 Rechtbank Den Haag 05-06-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.115 tekens)
202302670/1/V3.
Datum uitspraak: 16 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 19 april 2023 in zaak nr. NL23.10513 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 4 april 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 19 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.H.K. van Middelkoop, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 14 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3269, over zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2023
846
Datum uitspraak: 16 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 19 april 2023 in zaak nr. NL23.10513 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 4 april 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 19 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.H.K. van Middelkoop, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 14 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3269, over zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2023
846