Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:1067
2023-03-16
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202205708/1/V1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:1067 → ECLI:NL:RBDHA:2022:8711 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (28)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8218 Rechtbank Den Haag 12-05-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:4162 Rechtbank Noord-Holland 18-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1212 Rechtbank Den Haag 29-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17062 Rechtbank Den Haag 17-10-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:3805 Raad van State 24-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:23464 Rechtbank Den Haag 09-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13650 Rechtbank Den Haag 27-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9813 Rechtbank Den Haag 24-06-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2267 Raad van State 03-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5338 Rechtbank Den Haag 09-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5213 Rechtbank Den Haag 03-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5213 Rechtbank Den Haag 03-04-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:1328 Raad van State 29-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3707 Rechtbank Den Haag 28-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1869 Rechtbank Den Haag 15-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4159 Rechtbank Den Haag 08-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21724 Rechtbank Den Haag 21-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:22059 Rechtbank Den Haag 21-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16578 Rechtbank Den Haag 12-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14240 Rechtbank Den Haag 31-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12964 Rechtbank Den Haag 15-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12014 Rechtbank Den Haag 11-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10522 Rechtbank Den Haag 18-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10522 Rechtbank Den Haag 18-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18951 Rechtbank Den Haag 25-05-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6173 Rechtbank Den Haag 25-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6231 Rechtbank Den Haag 06-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4262 Rechtbank Den Haag 29-03-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.466 tekens)
202205708/1/V1.
Datum uitspraak: 16 maart 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 september 2022 in zaak nr. NL22.12642 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 8 juni 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 1 september 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. El-Sharkawi, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft desgevraagd een schriftelijke uiteenzetting gegeven waarop de vreemdeling heeft gereageerd.
Overwegingen
1. Hoewel de vreemdeling in grief 1 terecht betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat hij bij terugkeer naar Qoryooley geen reëel risico loopt op ernstige schade als gevolg van de aanwezigheid van Al-Shabaab, leidt dit niet tot een geslaagd hoger beroep. De rechtbank heeft namelijk onder 4 terecht ook overwogen dat voormeld reëel risico zich niet voordoet bij vestiging in Mogadishu. Deze overweging kan de uitspraak van de rechtbank zelfstandig dragen. Grief 1 slaagt niet.
2. Het hoger beroep leidt ook voor het overige niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. A. Kuijer en mr. M. Soffers, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier
w.g. Verheij
voorzitter
w.g. De Groot
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2023
210
Datum uitspraak: 16 maart 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 september 2022 in zaak nr. NL22.12642 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 8 juni 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 1 september 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. El-Sharkawi, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft desgevraagd een schriftelijke uiteenzetting gegeven waarop de vreemdeling heeft gereageerd.
Overwegingen
1. Hoewel de vreemdeling in grief 1 terecht betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat hij bij terugkeer naar Qoryooley geen reëel risico loopt op ernstige schade als gevolg van de aanwezigheid van Al-Shabaab, leidt dit niet tot een geslaagd hoger beroep. De rechtbank heeft namelijk onder 4 terecht ook overwogen dat voormeld reëel risico zich niet voordoet bij vestiging in Mogadishu. Deze overweging kan de uitspraak van de rechtbank zelfstandig dragen. Grief 1 slaagt niet.
2. Het hoger beroep leidt ook voor het overige niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. A. Kuijer en mr. M. Soffers, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier
w.g. Verheij
voorzitter
w.g. De Groot
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2023
210