Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:38
2022-01-06
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202107669/1/V1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2021:881 Raad van State 19-04-2021
Geciteerd door (44)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3935 Rechtbank Den Haag 20-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3931 Rechtbank Den Haag 20-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2290 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1938 Rechtbank Den Haag 20-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1943 Rechtbank Den Haag 15-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1948 Rechtbank Den Haag 15-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1946 Rechtbank Den Haag 15-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1113 Rechtbank Den Haag 31-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2515 Rechtbank Den Haag 31-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:563 Rechtbank Den Haag 18-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14626 Rechtbank Den Haag 29-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15498 Rechtbank Den Haag 21-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15497 Rechtbank Den Haag 21-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15203 Rechtbank Den Haag 20-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15203 Rechtbank Den Haag 20-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15629 Rechtbank Den Haag 16-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15308 Rechtbank Den Haag 15-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15312 Rechtbank Den Haag 15-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15448 Rechtbank Den Haag 07-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12977 Rechtbank Den Haag 01-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12779 Rechtbank Den Haag 24-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12311 Rechtbank Den Haag 17-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15443 Rechtbank Den Haag 15-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12010 Rechtbank Den Haag 09-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15093 Rechtbank Den Haag 08-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15561 Rechtbank Den Haag 31-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15245 Rechtbank Den Haag 24-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15249 Rechtbank Den Haag 21-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15243 Rechtbank Den Haag 21-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15248 Rechtbank Den Haag 21-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15109 Rechtbank Den Haag 18-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14992 Rechtbank Den Haag 13-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14973 Rechtbank Den Haag 13-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14900 Rechtbank Den Haag 07-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14902 Rechtbank Den Haag 07-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10132 Rechtbank Den Haag 03-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15012 Rechtbank Den Haag 21-09-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14793 Rechtbank Den Haag 15-09-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8589 Rechtbank Den Haag 23-08-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14628 Rechtbank Den Haag 23-08-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13793 Rechtbank Den Haag 21-06-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12431 Rechtbank Den Haag 08-06-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:5300 Rechtbank Den Haag 27-05-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:2703 Rechtbank Den Haag 31-01-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.753 tekens)
202107669/1/V1.
Datum uitspraak: 6 januari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 1 december 2021 in zaak nr. NL21.14411 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 8 september 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 1 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Szirmai, advocaat te Heerenveen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 19 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:881, over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Italy 2020 Update" van de European Council on Refugees and Exiles (ECRE) van 3 juni 2021 geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Italië voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de hiervoor genoemde uitspraak van 19 april 2021 is betrokken. Ook de informatie die ten grondslag ligt aan het ingeroepen SFH-rapport van 10 juni 2021 is al grotendeels betrokken in die uitspraak van 19 april 2021. Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2022
862
Datum uitspraak: 6 januari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 1 december 2021 in zaak nr. NL21.14411 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 8 september 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 1 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Szirmai, advocaat te Heerenveen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 19 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:881, over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Italy 2020 Update" van de European Council on Refugees and Exiles (ECRE) van 3 juni 2021 geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Italië voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de hiervoor genoemde uitspraak van 19 april 2021 is betrokken. Ook de informatie die ten grondslag ligt aan het ingeroepen SFH-rapport van 10 juni 2021 is al grotendeels betrokken in die uitspraak van 19 april 2021. Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2022
862