Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Raad van State

ECLI:NL:RVS:2016:1993

2016-07-04 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht 201601950/1/V1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Raad van State
Uitspraakdatum
2016-07-04
Publicatiedatum
2016-07-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
201601950/1/V1
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Bij brief van 17 maart 2015 heeft het college, voor zover thans van belang, gereageerd op een verzoek van de vreemdeling om hem onderdak te verstrekken.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.567 tekens)
201601950/1/V1.
Datum uitspraak: 4 juli 2016

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2016 in zaak nr. 15/4866 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam.

Procesverloop

Bij brief van 17 maart 2015 heeft het college, voor zover thans van belang, gereageerd op een verzoek van de vreemdeling om hem onderdak te verstrekken.

Bij besluit van 29 juli 2015 heeft het college het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 4 maart 2016 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep betreffende het verzoek om onderdak en aanspraken op basis van het beleid van het college ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J. Sprakel, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde, mede gelet op de uitspraken van de Afdeling van 29 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1782 en ECLI:NL:RVS:2016:1783, geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.

2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.L.D.J. van Heijst, griffier.

w.g. Lubberdink w.g. Van Heijst
lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2016

787.