Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Raad van State

ECLI:NL:RVS:2005:AU5003

2005-10-26 Bestuursrecht 200503179/1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Raad van State
Uitspraakdatum
2005-10-26
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
200503179/1
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Milieurecht Totaal 2005/4190 | JOM 2007/559 | OGR-Updates.nl 1001081

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 december 2004 heeft verweerder zijn beslissing om op 15 november 2004 jegens appellant bestuursdwang toe te passen ter zake van het in strijd met Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.770 tekens)
200503179/1.
Datum uitspraak: 26 oktober 2005



AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK


Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en


het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,
verweerder.


1.    Procesverloop

Bij besluit van 9 december 2004 heeft verweerder zijn beslissing om op 15 november 2004 jegens appellant bestuursdwang toe te passen ter zake van het in strijd met Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld.

Bij besluit van 17 maart 2005, kenmerk A.B.2005.2.00705/JIV, verzonden op dezelfde dag, heeft verweerder het daartegen door appellante gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellant door toezending van het bezwaarschrift, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 27 juli 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 oktober 2005, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. K.I. Siem, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het standpunt van verweerder dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de gronden van het beroep niet zien op het bestreden besluit maar op het primaire besluit van 9 december 2004, deelt de Afdeling niet. Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), dat bepaalt dat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevat, staat er niet aan in de weg dat in beroep dezelfde gronden worden aangevoerd als in bezwaar.

2.2.    Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet is ondertekend.

2.2.1.    Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, Awb wordt het bezwaarschrift ondertekend.

   Ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, Awb kan het bezwaar indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen daarvan, niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

2.2.2.    Vaststaat dat het bij verweerder ingediende bezwaarschrift niet is ondertekend. Bij brief van 3 februari 2005 heeft verweerder appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim voor 17 februari 2005 te herstellen. Appellant is er hierbij op gewezen dat zijn bezwaar op grond van artikel 6:6 Awb niet-ontvankelijk zou worden verklaard indien hij het verzuim niet dan wel niet tijdig zou herstellen. Appellant heeft het verzuim niet hersteld.

   Gelet hierop heeft verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.3.    Aan een beoordeling van de gronden van het beroep, welke inhouden dat appellant de overtreding niet heeft begaan, komt de Afdeling, gelet op het vorenstaande, niet toe.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.


w.g. Oosting    w.g. van der Maesen de Sombreff
Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat


Uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2005

190-509.