Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:8019

2026-04-14 Strafrecht 25-001843
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-14
Publicatiedatum
2026-08-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zaaknummer
25-001843
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ongegrond. Klager niet rechthebbende. Leasemaatschappij rechthebbende.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.244 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht


Zittingsplaats Breda



raadkamernummer : 25-001843
datum : 14 april 2026




beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:






[klager] ,

geboren op [geboortedag] 1972,
wonende op het adres [woonadres] ,



hierna te noemen: klager.





1De procedure


Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:



het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 6 december 2024 ter griffie van deze rechtbank;


de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 2 april 2025 onder [persoon 1] een Volkswagen Polo met [kenteken] in beslag is genomen: (hierna: de VW Polo);


de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 29 januari 2025;


het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 7 april 2025;


het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 3 juli 2025;


het e-mailbericht van [persoon 2] namens [bedrijf 1] BV van 10 juni 2025;


het e-mailbericht met bijlagen van mr. R. van Dongen, curator van de failliete vennootschap [bedrijf 2] BV;


de heropeningsbeslissing van 2 september 2025;


het e-mailbericht met bijlage van [bedrijf 1] BV van 11 november 2025 en


de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.




Op 31 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. P. Kuipers gehoord.



Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.



De belanghebbenden mr. R. van Dongen en [bedrijf 1] BV zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.



Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager.



Op 7 april jl. heeft de rechter de behandeling van het klaagschrift in raadkamer aangehouden om te laten onderzoeken of hernieuwde inslag van het serie/chassisnummer mogelijk is. Uit het onderzoeksrapport van het LIV blijkt dat de VW Polo voor herinslag in aanmerking komt en inmiddels ook een ‘WOK’ status van het RDW heeft gekregen.



Bij bericht van 10 juni 2025 heeft [bedrijf 1] BV aan de rechtbank kenbaar gemaakt dat zij als financieringsmaatschappij van de VW Polo de juridische eigenaar van het voertuig is.



Tijdens de raadkamerzitting van 12 augustus 2025 heeft de officier van justitie zich naar aanleiding van de inhoud van het onderzoeksrapport van het LIV en de WOK status op het voertuig op het standpunt gesteld er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag en dat het klaagschrift gegrond kan worden verklaard. Na sluiting van het onderzoek in raadkamer heeft de rechtbank een e-mail met bijlage ontvangen van mr. R. van Dongen, curator van de failliete [bedrijf 2] BV. Uit de bijlage blijkt - kort samengevat - dat de VW Polo ten tijde van de inbeslagname op naam van de gefailleerde vennootschap stond. Dit gaf de rechtbank de aanleiding om het onderzoek in raadkamer te heropenen om nader onderzoek te doen naar de rechthebbende van de VW Polo.



De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard nu klager niet als redelijkerwijs rechthebbende van de VW Polo kan worden aangemerkt. Het betreft een leasevoertuig dat eigendom is van de financieringsmaatschappij [bedrijf 1] BV.





2De beoordeling


De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.



Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.



Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.



De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.



Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.


Op grond van artikel 116, eerste lid, Sv laat het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene, zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Dit betekent het volgende. Als het Openbaar Ministerie zich op het standpunt stelt dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag, dan moet de rechter ervan uitgaan dat het standpunt juist is. Dit geldt ook als het Openbaar Ministerie van oordeel is dat het voorwerp teruggegeven kan worden aan een ander dan klager.



Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat de gronden voor het voortzetten van het strafvorderlijk beslag niet langer aanwezig zijn. Vervolgens rijst de vraag of de VW Polo aan klager dient te worden teruggeven. Hoofdregel is immers dat een voorwerp moet worden teruggegeven aan degene onder wie het in beslag is genomen. Dat is slechts anders indien een ander redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.



De rechtbank zal moeten beoordelen of klager als redelijkerwijs rechthebbende kan worden aangemerkt. Zij mag daarbij civielrechtelijke aspecten betrekken. De rechtbank hoeft daarbij geen burgerrechtelijke eigendoms- en bezitskwesties te beslechten. Het gaat om een voorlopig oordeel over eigendoms- en bezitsrechten.



De rechtbank begrijpt uit de zich in het raadkamerdossier bevindende stukken dat er voor de VW Polo een leasecontract is aangegaan met [bedrijf 1] BV. Indien sprake is van dergelijke leaseconstructie is in beginsel de lessor (in dit geval [bedrijf 1] BV) eigenaar van de auto totdat een lessee (in dit geval klager) aan alle betalingsverplichtingen heeft voldaan. Uit de door [bedrijf 1] BV toegestuurde leaseovereenkomst volgt dat deze in november 2023 is aangegaan en een looptijd heeft van 72 maanden. De rechtbank maakt daaruit op dat het leasecontract nog niet is beëindigd. Om die reden kan [bedrijf 1] BV in deze zaak als de rechthebbende van de VW Polo worden aangemerkt. Nu een ander dan klager als redelijkerwijs rechthebbende van de VW Polo is aan te merken, kan deze niet aan klager worden teruggegeven en dient het klaagschrift ongegrond te worden verklaard.





3De beslissing


De rechtbank:



- verklaart het klaagschrift ongegrond.



Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 14 april 2026.





INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).



ECLI:NL:HR:2010:BL2823.


ECLI:NL:HR:2003:AF3826.


ECLI:NL:HR:2003:AF6983.