Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7759

2026-07-16 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/448498 / JE RK 26-896
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-16
Publicatiedatum
2026-08-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/448498 / JE RK 26-896
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek verlenging ondertoezichtstelling toegewezen

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.647 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Middelburg



Zaaknummer: C/02/448498 / JE RK 26-896
Datum uitspraak: 16 juli 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van



de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg, feitelijk uitgevoerd door het Landelijk Expertiseteam
Jeugdbescherming (hierna: het LET),
hierna tezamen te noemen: de GI,



over





[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,





[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2011 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,





[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedag 3] 2008 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. W. Tiggelaar te Middelburg,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting (hierna: de PI) te [plaats 1] ,
advocaat: mr. J.M. Poortinga te Putten.





1Het verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 mei 2026.




1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:


de moeder, bijgestaan door haar advocaat;


de vader, bijgestaan door advocaat mr. N.R. Pronk, waarnemend advocaat voor mr. J.M Poortinga;


een vertegenwoordigster van de GI.





1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben hierover afzonderlijk een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 2] heeft met de kinderrechter gesproken voorafgaand aan de mondelinge behandeling over zijn gesloten plaatsing (C/02/449157 / JE RK 26/1020 / C/02/450297 JE RK 26-1261). De kinderrechter heeft tijdens deze zitting samengevat wat [minderjarige 2] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.





2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .



2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.



2.3.

[minderjarige 2] verblijft op grond van een machtiging uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, te weten bij [accommodatie] .



2.4.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 27 januari 2021 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van de kinderrechter van 10 juli 2025 met ingang van 27 juli 2025 en tot 27 juli 2026.





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en voor [minderjarige 3] tot aan zijn meerderjarigheid en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4De standpunten


4.1.

[minderjarige 1] geeft in haar gesprek met de kinderrechter aan dat het goed gaat met haar. Het gaat goed op school en thuis. Ze heeft goed contact met haar moeder en [minderjarige 2] is haar beste vriend. [minderjarige 1] maakt zich wel zorgen over de thuissituatie en of de moeder het allemaal aan kan. Met name op het moment dat beide broers samen thuis zullen wonen. [minderjarige 1] voelt zich erg verantwoordelijk voor de thuissituatie. Verder vindt [minderjarige 1] het fijn dat er begeleiding is als ze naar de vader in de PI gaat. Ze zou het fijn vinden om meer met de vader te praten.



4.2.

[minderjarige 2] geeft aan geen mening te hebben over de verlenging van de ondertoezichtstelling.



4.3.

[minderjarige 3] heeft geen mening over de verlenging van de ondertoezichtstelling. [minderjarige 3] geeft in zijn gesprek met de kinderrechter aan dat het goed met hem gaat. Hij heeft zijn mavodiploma gehaald en gaat Social Work studeren in [plaats 2] . Hij wacht op een woonruimte in [plaats 2] . Het verdere verloop van zijn strafzaak is voor hem niet geheel duidelijk. Er loopt op dit moment een schorsing. Doordat [minderjarige 3] niet door de screening van de PI komt kan hij op dit moment zijn vader niet zien. Thuis botst het soms met [minderjarige 2] . [minderjarige 3] spreekt [minderjarige 2] aan op onrespectvol gedrag.



4.4.
De GI handhaaft het verzoek en verwijst ter onderbouwing van het verzoek naar de overgelegde stukken. De komende periode zal, met de thuisplaatsing van [minderjarige 2] , spannend zijn. Het is belangrijk dat [minderjarige 1] in deze situatie gezien blijft. Het is ook fijn dat zij met begeleiding naar de vader kan gaan. [minderjarige 3] is bijna meerderjarig. Hij heeft ook aangegeven met de vader te willen praten.



4.5.
Door en namens de moeder wordt aangeven dat de moeder het eens is met de verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder ervaart een goede samenwerking met de GI. De komende maanden zal er veel gebeuren in het gezin. Het is fijn voor het gezin als de jeugdbeschermer betrokken blijft.



4.6.
Door en namens de vader wordt aangegeven dat de vader het eens is met de verlenging van de ondertoezichtstelling. De ondertoezichtstelling is goed voor de kinderen en ook prettig voor de vader. Mogelijk kan de GI nog meer ondersteuning bieden in het contact tussen de vader en de kinderen. De vader merkt nog wel op dat hij het erg vervelend vindt dat hij als gevolg van het huidige beveiligingsregime niet met zijn advocaat heeft kunnen praten over de zaak.





5De beoordeling



Wettelijk kader



5.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.



5.2.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een
minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.



Inhoudelijke beoordeling




5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



5.4.
Het is de kinderrechter gebleken dat er positieve ontwikkelingen zijn binnen het gezin. Met [minderjarige 1] en [minderjarige 3] gaat het naar omstandigheden goed, zowel thuis als op school. Daarnaast zal [minderjarige 2] onder voorwaarden weer thuis mogen gaan wonen. De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt echter nog steeds ernstig bedreigd, omdat de kinderen al lange tijd opgroeien in een onrustige thuissituatie. Er is veel spanning (geweest) rondom de scheiding van de ouders. Daarnaast is de vader wisselend beschikbaar voor de kinderen doordat hij in detentie verblijft. Dit heeft geleid tot een voortdurende loyaliteitsbelasting voor de kinderen, waardoor zij in mindere mate zijn toegekomen aan de eigen ontwikkeling. [minderjarige 1] ontwikkelt zich positief, maar er zijn zorgen over haar emotionele belasting en verantwoordelijkheidsgevoel. Met [minderjarige 3] gaat het momenteel ook goed. Het is echter gebleken dat [minderjarige 3] beïnvloedbaar is als hij in contact is met een risicovolle omgeving. Hij is meerdere malen betrokken geweest bij justitie en er loopt op dit moment nog een strafzaak. [minderjarige 3] is bijna meerderjarig en begeeft zich daarom in een kwetsbare overgangsfase. Bij [minderjarige 2] zijn er zorgen over zijn emotie-regulatie, impulsiviteit en veiligheid. Dit leidt regelmatig tot botsingen binnen het gezin, zowel tussen [minderjarige 2] en de moeder als tussen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De komende periode zal veel veranderen in het gezin nu [minderjarige 2] (onder voorwaarden) weer thuis komt wonen. Dit zal met name veel van moeder vergen. Het is daarom erg belangrijk dat hier begeleiding voor is en dat de moeder voldoende steun in de thuissituatie krijgt.



5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat regie van de GI nodig is om de veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen. De positieve ontwikkelingen zijn nog onvoldoende stabiel en geborgd. De moeder is een stabiele opvoeder en accepteert de hulpverlening. De situatie is echter zeer belastend voor de moeder. De moeder moet ontlast blijven worden door de GI. De komende periode zal de GI zich richten op stabiliteit en veiligheid binnen het gezin, ook nu [minderjarige 2] weer (onder voorwaarden) thuis komt wonen. Het is hierbij belangrijk dat het psychisch welzijn van [minderjarige 1] goed gemonitord wordt omdat zij zich in grote mate verantwoordelijk voelt voor de thuissituatie. Verder zal [minderjarige 3] de komende maanden verder begeleid moeten worden naar zelfstandigheid. Tot slot zal de GI de komende periode de contactmomenten met de vader en de kinderen verder vormgeven en monitoren. [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben aangegeven hier behoefte aan te hebben.



5.6.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar en verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] tot zijn meerderjarigheid, te weten tot 7 oktober 2026.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] met ingang van 27 juli 2026
tot zijn meerderjarigheid, te weten tot 7 oktober 2026;




6.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 27 juli 2026 en tot 27 juli 2027;


6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. Borm, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Den Boer als griffier, en op schrift gesteld op 30 juli 2026.














































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:260 BW.