Familierecht. Recht van het kind en de niet met gezag beklede ouder op omgang. Voorlopige omgangsregeling waarvan invulling aan het Omgangshuis wordt overgelaten. Wettelijke grondslag? Art. 8 EVRM. Verantwoordelijkheid rechter. Reformatio in peius? Oplegging dwangsom. Grenzen van de rechtsstrijd.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:247 BW
Genoemd in 3.440 uitspraken · Officiële wettekst
3.440 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Personen- en familierecht. Kan bevel tot terugverhuizing worden gegeven aan een ouder die, toen deze ouder alleen met het gezag over het kind was belast, met onbekende bestemming is verhuisd? Eenhoofdig gezag en gezamenlijk gezag. Art. 1:247 lid 3 BW, art. 1:253a BW en art. 8 EVRM.
Personen- en familierecht. Procesrecht. Gezag en omgang. Uit gezag ontheven moeder verzoekt uitbreiding van de omgangsregeling. In hoger beroep schorst het hof de omgangsregeling op verzoek van de met de voogdij belaste gecertificeerde instelling (GI). Is een GI bevoegd een verzoek m.b.t. de omgangs
Artikel 1:266 BW, 8 EVRM; gezagsbeëindigende maatregel. Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld of gebleken die maken dat de gezondheid en de ontwikkeling van het kind op dit moment worden geschaad indien de moeder het gezag behoudt. Daarom is naar het oordeel van het hof niet voldaan a
Familierecht. Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Omgangsregeling ouder met kind. Hoofdverblijfplaats kind. Overgangsrecht. Beëindiging samenleving ongehuwde ouders van wie het gezag op de voet van art. 1:252 lid 1 BW is aangetekend in het in art. 1:244 BW bedoelde gezags
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incidenteel hoger beroep
Personen- en familierecht. Omgang tussen een bekende spermadonor en kind. Mocht het hof bepalen dat de ouders, alvorens verdere omgang plaatsvindt, het kind moeten vertellen dat de man zijn biologische vader is (statusvoorlichting)? Ouderlijk gezag, art. 1:247 BW, art. 8 EVRM.
Overtreding art. 2.1 Leerplichtwet 1969 door als ouder zonder vrijstelling zijn 15-jarige zoon niet in te schrijven op een school. Vrijstelling leerplicht, richtingbezwaren, holistische levensovertuiging. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van art. 5.b Lpw is de daarin opgenomen vrijstel
Prejudiciële procedure (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarige bij pleegouders. Dienen de pleegouders toestemming te verkrijgen van de ouders met gezag dan wel de gecertificeerde instelling voor een uitstapje of vakantie met de minderjarig
Familierecht. Art. 1:247 en 1:253a BW. Vervangende toestemming moeder verhuizing met minderjarige kinderen naar Finland? HR 21 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7407, NJ 2010/398. Belang van minderjarige overweging van eerste orde. Uitzondering gelijkwaardig ouderschap ook buiten art. 1:247 lid 5 BW voorz
Onrechtmatige overheidsdaad. Justitiële kinderbeschermingsmaatregel; onderhoudsplicht Staat jegens minderjarig kind; kostenvergoeding aan pleegouder die voogdij van de voogdij-instelling heeft overgenomen; gelijkheidsbeginsel; art. 8 EVRM; Verdrag inzake de rechten van het kind.
“Ondertoezichtstelling onder meer gericht op contactherstel. Art. 798 lid 1 Rv., art 8 lid 1 EVRM. Moeder zonder gezag, informant in eerste aanleg, is in hoger beroep als belanghebbende aangemerkt. De termijn van de ondertoezichtstelling uit de bestreden beschikking is inmiddels geëindigd, maar in h
Zware mishandeling met voorbedachten rade begaan tegen kind de dood ten gevolge hebbende, poging tot zware mishandeling begaan tegen kind en mishandeling begaan tegen kind (meermalen gepleegd), art. 300, 302, 303 en 304 Sr. Stiefvader slaat, na eerdere mishandelingen, zijn verstandelijk beperkte 20-
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise van art. 810a lid 2 Rv
Rechtbank wijst af het verzoek van de raad tot beëindiging gezag. Binnen de OTS wordt niet gewerkt aan thuisplaatsing. Tav de ontwikkeling van het kind is onvoldoende gebleken van zorgelijk gedrag dat ertoe moet leiden dat een verderstrekkende maatregel in het belang van het kind is. De rechtbank st
Jeugdbescherming: beeindiging gezag; aanvaardbare termijn; uitgangspunt gezinshereniging; terugplaatsing; belangen kind; afwijzing 810a-verzoek.
Kan van een beschikking waarin het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is afgewezen door de GI hoger beroep worden ingesteld?
Familie- en jeugdrecht. Cassatie in het belang der wet. Kan rechter ambtshalve dwangsom verbinden aan omgangsregeling op grond van art. 1:377a BW? Ambtshalve dwangsom en art. 1:253a lid 5 BW.
Cassatie in belang der wet. Kan een perspectiefbesluit van de GI op grond van art. 1:262b BW aan de kinderrechter ter toetsing worden voorgelegd? Is hoger beroep en cassatie mogelijk?
Vingerwijzing naar handelen GI. Actieve opvatting taak wordt verwacht. Voorts ambtshalve oplegging dwangsom nakoming omgangsregeling 1:377a BW.
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 lid 1, onder a, BW). Art. 8 EVRM.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft plaatsgevonden of pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt, en over ontbreken van wettelijke
Toepassing HR 9 juli 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1113). Verlenging van een ondertoezichtstelling die van rechtswege is geëindigd omdat de rechtbank het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling heeft afgewezen is niet mogelijk, wat ook zij van de grieven.
Prejudiciële procedure (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarige bij pleegouders. Dienen de pleegouders toestemming te verkrijgen van de ouders met gezag dan wel de gecertificeerde instelling voor een uitstapje of vakantie met de minderjarig
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Kinderalimentatie. Is een niet-wijzigingsbeding voor kinderalimentatie nietig? Maakt het daarvoor uit of ten voordele of ten nadele van de onderhoudsgerechtigde is afgeweken van de wettelijke maatstaven? Is art. 1:159 lid 3 BW van toepass
Personen- en familierecht. Bevel terugverhuizing; HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1513.
Personen- en familierecht. Vervangende toestemming verhuizing; afwikkeling huwelijkse voorwaarden; Haviltex; bewijsaanbod.
Naar het oordeel van het hof is in de onderhavige zaak niet voldaan aan de vereisten die het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) stelt aan een gezagsbeëindiging en heeft de rechtbank dan ook ten onrechte, ongeacht of wordt voldaan a
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Beëindiging ouderlijk gezag. Art. 1:266 lid 1, aanhef en onder a, BW. Afwijzing verzoek deskundigenonderzoek. Art. 810a lid 2 Rv.
1. Tiende middel van verdachte. De door de bp-en gevorderde kosten voor rechtsbijstand. V.zv. het middel erover klaagt dat de toegewezen kosten deels zijn gemaakt t.b.v. bp-en die in hun vorderingen geheel of gedeeltelijk n-o zijn verklaard, miskent het middel dat die enkele omstandigheid niet eraan
Familierecht. Belang van het kind en het recht op omgang. Met gezag belaste ouder weigert stelselmatig en zonder goede gronden mee te werken aan omgangsregeling tussen kind en andere ouder. Taak rechter om te bevorderen dat omgangsregeling tot stand komt. Art. 8 EVRM, art. 9 lid 3 IVRK en art. 24 li
Spreektijd ter zitting. Gezag na scheiding en vaststelling zorgregeling. Uitvoerige motivering waarom het gezag in dit geval alleen aan de vader wordt opgedragen. Internationale aspecten.
Familierecht. Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Omgangsregeling ouder met kind. Hoofdverblijfplaats kind. Overgangsrecht. Beëindiging samenleving ongehuwde ouders van wie het gezag op de voet van art. 1:252 lid 1 BW is aangetekend in het in art. 1:244 BW bedoelde gezags
Verzoek van moeder die gedupeerd is door de toeslagenaffaire om herstel in het ouderlijk gezag, beëindigen van de uithuisplaatsing, bepalen van de hoofdverblijfplaats en opheffen van de ondertoezichtstelling. De rechtbank houdt de beslissing op de verzoeken aan, in afwachting van de resultaten van i
Ondertoezichtstelling. Omgang. Vader zonder gezag aangemerkt als belanghebbende.
Gezag
Het hof toetst artikel 1:266 BW (gezagsbeëindiging) aan het EVRM. Gezagsbeëindiging is niet noodzakelijk om duidelijkheid te verschaffen omtrent het toekomstperspectief van de minderjarige.
Verzoek tot ondertoezichtstelling, ontbreken omgang vader en minderjarige.
Ondertoezichtstelling. Niet met gezag belaste ouder als belanghebbende aangemerkt.
Beëindiging van het gezag.
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Nieuw recht. Ontvankelijkheid Gecertificeerde Instelling. Ontbreken familiegroepsplan leidt niet tot niet-ontvankelijkheid.
Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Hoofdverblijfplaats minderjarige. Verzoek vervangende toestemming internationale verhuizing.
bekrachtiging bestreden beschikking; gezagsbeëindiging van de moeder; art. 1:266 BW
Verzoek tot beëindiging gezag moeder alsnog toegewezen, artikel 8 EVRM belangenafweging.
Prejudiciële vragen over inzage in processtukken. Moet een gerecht op verzoek inzage in processtukken uit afgesloten civiele verzoekschriftprocedures en/of afschriften daarvan verstrekken?
Toetsing perspectiefbesluit. Hof is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en afgifte van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen. Het hof is net als de gecertificeerde instelling van oordeel dat het opgroeiperspectief niet mee
Personen- en familierecht. Verzoek vaststelling hoofdverblijfplaats jong kind van niet gehuwde ouders ingeval van co-ouderschap. Had beslissing hoofdverblijfplaats aangehouden moeten worden totdat ouderschapsplan is opgesteld?
Cassatie in belang der wet: mag de rechter in omgangszaken ex art. 1:377a BW ambtshalve een dwangsom opleggen?
vordering tot schadevergoeding van biologische vader zonder gezag; onrechtmatig handelen/nalaten van Staat, Jeugdbescherming en/of de moeder door niet mee te werken aan totstandkoming en uitvoering van omgangsregeling? Uitspraak wraking in deze zaak: ECLI:NL:GHDHA:2022:734
Beschikking rechtbank, waarin het gezag van beide ouders is beëindigd, vernietigd en inleidend verzoek tot beëindiging van het gezag afgewezen. Geen hoger beroep van de vader. Situatie is veranderd nu alleen de moeder in hoger beroep is gekomen, en het gezag van de vader beëindigd blijft. Gezagsbeëi
Personen- en familierecht. Kan bevel tot terugverhuizing worden gegeven aan een ouder die, toen deze ouder alleen met het gezag over het kind was belast, met onbekende bestemming is verhuisd? Eenhoofdig gezag en gezamenlijk gezag. Art. 1:247 lid 3 BW, art. 1:253a BW en art. 8 EVRM.
Verhuizing moeder voordat de vader met het (gezamenlijk) gezag was belast, geen grond voor bevel terugverhuizing.
Personen- en familierecht. Procesrecht. Gezag en omgang. Uit gezag ontheven moeder verzoekt uitbreiding van de omgangsregeling. In hoger beroep schorst het hof de omgangsregeling op verzoek van de met de voogdij belaste gecertificeerde instelling (GI). Is een GI bevoegd een verzoek m.b.t. de omgangs
Internationale kinderontvoering. Bezwaarschrift van de vader tegen beslissing van de Centrale autoriteit om verzoek tot teruggeleiding niet in behandeling te nemen. Ouders zijn eind 2014 gescheiden. De twee minderjarige kinderen zijn met ingang van augustus 2015 onder toezicht gesteld vanwege de zee
Gezagsbeëindiging. Niet voldaan aan vereisten artikel 1:266 BW en EVRM. Gezagsbeëindiging brengt, door onzekerheid over gezinshuisplaatsing, niet de gewenste duidelijkheid over het toekomstperspectief van het kind. Moeder werkt al jaren goed mee met hulpverlening en steunt gezinshuisplaatsing ondubb
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Kinderalimentatie; kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop in aanmerking nemen bij behoefte of bij draagkracht?
Gezamenlijk gezag. Hof wijst alsnog het inleidend verzoek van de vader af om hem voortaan gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarige te belasten.
Verzoek moeder om te worden hersteld in het gezag over haar dochter. Na verwijzing door de Hoge Raad komt het hof tot een eindbeschikking. Het hof wijst het verzoek van de moeder af. Het opvoedings- en ontwikkelingsperspectief van de minderjarige vormt voor het hof het centrale uitgangspunt voor de
Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Geschillenregeling. Hoofdverblijfplaats en inschrijving BRP. Art. 23, 32 en 399 in verbinding met 426 lid 4 Rv.
Vervolg van ECLI:NL:RBLIMB:2020:5236 en 6626 en ECLI:NL:GHSHE:2021:925. Kinderen die ondanks overrule beslissingen door Nederlandse rechters nog steeds (sedert medio 2018) in Polen bij hun moeder verblijven. Onder meer beslissingen over schending van recht op eerlijk proces voor de moeder, moeten de
Personen – en familierecht, hoofdverblijf; vervangende toestemming verhuizing, zorgregeling, kinderalimentatie, vermogensrechtelijk afwikkeling huwelijk
Valt een beslissing ex art. 1:265d BW onder het rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv? Gezagsbeëindiging ex art. 1:266 BW en het maken van een ‘echte’ belangenafweging op grond van art. 8 lid 2 EVRM
Adoptie. Terugwerkende kracht.
Gezamenlijk gezag, vervangende toestemming Rijksvaccinatieprogramma en zorgregeling (brengen en halen). Ondanks moeizame communicatie, niet gebleken dat kind klem of verloren geraakt of onaanvaardbaar risico daarop. Onvoldoende onderbouwd dat er bij kind specifieke medische contra-indicaties bestaan
Jeugdrecht Beëindiging gezag ouders. Is art.1:266 BW in strijd met art. 8 EVRM? Proportionaliteit en subsidiariteit.
Beëindiging ouderlijk gezag moeder. Artikel 843a Rv.
Verzoek vervangende toestemming om te verhuizen naar [plaats3] of [plaats2]. Gelet op artikel 2, eerste lid van het Vierde Protocol bij het EVRM had de rechtbank de vader niet kunnen verbieden om te verhuizen. Echter, het verzoek wijziging zorgregeling wordt wel afgewezen. Art 1:253a lid 4 BW, art 1
verwijzing begeleide omgangsregeling met oplegging dwangsom
Verlenging uithuisplaatsing, wijziging verblijf (art. 1:265i BW) en toetsing perspectiefbesluit in het kader van de geschillenregeling (art. 1:262 BW). De rechtbank verklaart de ouders ontvankelijk in hun verzoek op grond van de geschillenregeling, dat gaat over het perspectiefbesluit van de GI. Een
Gezagsbeeïndigende maatregel, bekrachtiging bestreden beschikking
Het hof bekrachtigt de gezagsbeëindiging door de rechtbank. De minderjarige wil graag bij de ouders wonen en voelt een sterke loyaliteit naar de ouders. De oudere kinderen van de ouders wonen inmiddels wel weer thuis en daarom is er boosheid en onbegrip bij de minderjarige. Het hof overweegt dat er
Gezagsbeëindiging na onderzoek door partijdeskundige en door de rechtbank gelast onderzoek door deskundigen van het NIFP.
Beëindiging gezag ouders Aanvaardbare termijn voor deze jonge getraumatiseerde en beschadigde kinderen is verstreken en zij hebben absolute duidelijkheid nodig over hun toekomstperspectief. De moeder heeft contact voorlopig stopgezet ter bescherming van de kinderen en om hen de rust te gunnen. De va
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Weigering van verzoek van de moeder om met het kind te mogen verhuizen naar Australië.
Omgang tussen kind en de ‘meemoeder’ die het kind heeft erkend en mede met het gezag is belast. Vaststelling begeleide zorgregeling onder regie van de GI. Alvorens de zorgregeling begint, moet de moeder statusvoorlichting geven over de meemoeder. Art. 8 EVRM.
Naarmate een pleeggezinplaatsing in het gedwongen kader langer duurt, wordt steeds belangrijker dat duidelijk geregeld is welke bevoegdheden de ouders (nog) hebben, welke de GI die belast is met de uitvoering van de maatregelen en welke bevoegdheden de pleegouders en het pleegkind hebben. Hoe bijvoo
Is de niet met gezag belaste vader belanghebbende bij een niet door hem ingediend verzoek tot ondertoezichtstelling? Ontwikkelingsbedreiging minderjarige gelegen in het ontbreken van en afhouden van ieder contact tussen de minderjarige en de vader. Herstel van het contact kan niet afhankelijk zijn v
Personen- en familierecht. Verzoek om omgang en informatieregeling van Tbs-gestelde terwijl de voogdij is opgedragen aan een gecertificeerde instelling. Analoge toepassing artt. 1:377a BW en 1:377b BW
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack) voor co-ouders en over de toepassing van het vertrouwensbeginsel. Belanghebbende en zijn ex-partner hebben een dochter die is ingeschreven op het woonadres van de moeder. De dochter verblijft in per
Tussentijds hoger beroep tegen aangehouden deel van de ondertoezichtstelling mogelijk gemaakt. Verzoek machtiging uithuisplaatsing niet nodig bij plaatsing van het kind bij oom met gezag.
Reikwijdte artikel 1:266 BW; gezagsbeëindigende maatregel; beëindiging gezag van één van de gezaghebbende ouders op verzoek van de raad in situatie waarin geen sprake is van een uithuisplaatsing en de andere gezaghebbende ouder ook de mogelijkheid heeft een verzoek tot beëindiging van het gezag in t
bekrachtiging uithuisplaatsing bij vader, de andere ouder met gezag
Verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen voor zes maanden is door de rechtbank toegewezen. De moeder komt in hoger beroep. De vader is niet-ontvankelijk in zijn incidenteel hoger beroep, waarbij hij verzoekt om een langere termijn van de ondertoezichtstelling. Ui
Machtiging tot uithuisplaatsing. Niet ten uitvoer gelegd. Rechtens relevant belang bij toetsing rechtmatigheid. 1:265c lid 3 en 3:303 BW.
Artikel 1:266 BW. Beëindiging gezag van één van de gezaghebbende ouders op verzoek van de raad in situatie waarin geen sprake is van een uithuisplaatsing en de andere gezaghebbende ouder ook de mogelijkheid heeft een verzoek tot beëindiging van het gezag in te dienen op grond van artikel 1:253n BW.
Machtiging uithuisplaatsing. Verzoek in hoger beroep alsnog afgewezen. Machtiging voor ander doel gebruikt dan waarvoor deze was verleend. Het te beschermen gezinsleven van een kind speelt een grote rol. Machtiging afgegeven voor plaatsing bij opa en oma. Het stond de gecertificeerde instelling niet
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Beëindiging gezag over minderjarig kind. Ontbreken van perspectief op terugkeer. Art. 1:266 lid 1 onder a BW, art. 1:247 lid 2 BW.
Gezag. Beëindiging ex artikel 1:266 BW. Het hof is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad ex artikel 392 e.v. Rv. In eerste aanleg is het gezag van beide ouders beëindigd. Eén van de ouders (de vader) is in hoger beroep gekomen van die beschikking, doch alleen voor zover het de b
Familierecht. Mocht het hof aan de vrouw toestemming verlenen om met het kind naar Israël te verhuizen (art. 1:253a BW) zonder een ouderschapsregeling (art. 815 lid 6 Rv) in het dictum vast te leggen? Betekenis HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847, NJ 2013/558.
Hof oordeelt dat rechtbank op goede gronden ondertoezichtstelling heeft verlengd. Hof heft ondertoezichtstelling op met ingang van heden, nu dit niet langer het geëigende middel is om ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Vader maakt het de GI onmogelijk om aan wettelijke taak binnen ondertoezichtst
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Ontneming ouderlijk gezag na periode van ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing in pleeggezin.
Verlenging ondertoezichtstelling.
De Raad verzoekt beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige. De moeder is tot een langdurige gevangenisstraf veroordeeld wegens het medeplegen van moord op de vader van de minderjarige. Dit is een onmiskenbaar ingewikkeld gegeven waarmee de minderjarige zal opgroeien. Gel
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Verzoek op de voet van art. 1:253a lid 1 BW tot vervangende toestemming voor verhuizing met kinderen naar buitenland. Regeling inzake verdeling zorg- en opvoedingstaken.
Familierecht; ouderlijk gezag; verzoek van de moeder om te bepalen dat zij gerechtigd zal zijn om zich samen met de kinderen in Zwitserland te vestigen; mee te wegen omstandigheden; belang van het kind.
artikel 1:277 BW. Het verzoek van de moeder tot herstel in het gezag is afgewezen.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Plaatsing in een pleeggezin mogelijk als pleegzorgaanbieder niet achter de plaatsing staat? Formele pleegzorg (art. 5.1 Jeugdwet) en informele pleegzorg. Geschillenregeling over uitvoering voogdij na gezagsbeeïndiging? Concept wetsvoorstel Wet versterki
Kort Geding. Het is de vrouw niet toegestaan met de minderjarige te verhuizen buiten de gemeente * en directe omgeving daarvan, zijnde een straal van maximaal 10 kilometer, onder verbeurte van een dwangsom
Uitreis- en verhuisverbod voor moeder met kind in kort geding. In de bodemprocedure dient eerst duidelijkheid te komen over het gezag van de vader en de noodzaak van de door de moeder voorgenomen verhuizing naar Zuid-Afrika.
Gezagsbeëindiging in hoger beroep alsnog toegewezen. Voldaan aan de vereisten van artikel 1:266 lid 1 BW en artikel 8 EVRM. Naar het oordeel van het hof wordt in artikel 8 EVRM geen striktere maatstaf gehanteerd dan in artikel 1:266 BW. Het maken van een belangenafweging tussen de belangen van het k