Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7708

2026-07-14 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/449188 / JE RK 26-1025
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-14
Publicatiedatum
2026-08-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/449188 / JE RK 26-1025
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ots. toewerken naar beëindiging met borgingsplan.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.842 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Middelburg



Zaaknummer: C/02/449188 / JE RK 26-1025
Datum uitspraak: 14 juli 2026




Beschikking verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van



de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,



over





[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],





[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].






1Het verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 juni 2026.




1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI.




1.3.

Hoewel correct opgeroepen, zijn (met afmelding) de moeder en de vader niet
verschenen.




1.4.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft van deze
mogelijkheid geen gebruik gemaakt.







2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].



2.2.

[minderjarige] woont bij zijn moeder.



2.3.

Bij beschikking van de kinderrechter van 30 juli 2021 is [minderjarige] onder toezicht
gesteld van de GI met ingang van 30 juli 2021 en tot 30 juli 2022. Bij beschikking van 22
juli 2025 is de ondertoezichtstelling laatstelijk verlengd tot 30 juli 2026.







3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.






4De standpunten


4.1.
De GI handhaaft tijdens de zitting het verzoek en stelt dat [minderjarige] het afgelopen jaar een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Hij functioneert goed op school, de hulpverlening sluit passend aan en de eerdere ontwikkelingsbedreiging is grotendeels weggenomen. De GI vindt een laatste verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de positieve ontwikkeling van [minderjarige] te kunnen bestendigen. Daarnaast dient [minderjarige] verder te worden toe geleid naar zelfstandigheid. Gezien de kwetsbare thuissituatie bij de moeder is het noodzakelijk dat er op een zorgvuldige manier een borgingsplan wordt opgesteld. Dit borgingsplan moet daarna nog worden getoetst door de Raad waarna de ondertoezichtstelling verantwoord kan worden beëindigd.






5De beoordeling



Wettelijk kader




5.1.

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de
kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van
de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.




5.2.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een
minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die
minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de

minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of
onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen

binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te
achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel
1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.




De beoordeling





5.3.

Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is
besproken, is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek van de GI dient te worden
toegewezen nu voldaan wordt aan de wettelijke criteria zoals hierboven vermeld. Dit
betekent dat het verzoek tot verlenging van ondertoezichtstelling zal worden toegewezen
voor de duur van zes maanden. De kinderrechter zal deze beslissing hierna toelichten.




5.4.
De kinderrechter stelt vast dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] die aanleiding vormde voor de ondertoezichtstelling in belangrijke mate is afgenomen. [minderjarige] heeft het afgelopen jaar een duidelijke positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij gaat weer structureel naar school, functioneert goed binnen het pre-mbo-traject, heeft een passende stage en bijbaan en de zorgen over zijn gedrag en schoolverzuim zijn aanzienlijk verminderd.



5.5.
Tegelijkertijd ziet de kinderrechter ook dat de situatie rondom [minderjarige] nog kwetsbaar is. De moeder heeft blijvend moeite om [minderjarige] voldoende te begrenzen en te begeleiden richting zelfstandigheid, terwijl het de afgelopen periode niet is gelukt de vader structureel en intensiever bij de opvoeding van [minderjarige] te betrekken. De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk de ondertoezichtstelling voor de verzochte duur van zes maanden te verlengen. Deze periode dient gezien het voornemen van de GI om de ondertoezichtstelling te beëindigen, te worden benut om de positieve ontwikkeling van [minderjarige] te bestendigen, zijn toekomstperspectief en verdere zelfstandigheid vorm te geven en de benodigde ondersteuning in een zorgvuldig borgingsplan vast te leggen. Ook dient de GI bij niet-verlenging van de ondertoezichtstelling tijdig haar voornemen te laten toetsen door de Raad voor de Kinderbescherming.



5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.



5.7.
Dit leidt tot de volgende beslissing.






6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden, te weten met ingang van 30 juli 2026 en tot 30 januari 2027;


6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. Dijkman, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.














































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.