Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7376

2026-07-08 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/449603 / JE RK 26-1100
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-08
Publicatiedatum
2026-08-08
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/449603 / JE RK 26-1100
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling 1 jaar - strijd tussen de ouders - bird-nesting-constructie heeft niet het gewenste resultaat - opvoedondersteuning en speltherapie komen niet van de grond door gebrek medewerking moeder - MASIC wordt ingezet.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (19.313 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/449603 / JE RK 26-1100
Datum uitspraak: 8 juli 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),



over de minderjarigen:





[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2019 in [geboorteplaats] , (Verenigde Staten van Amerika) hierna te noemen: [minderjarige 1] ,





[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2021 in [geboorteplaats] , (Verenigde Staten van Amerika) hierna te noemen: [minderjarige 2] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. S.J.C. Marijnissen uit Breda,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers uit Eindhoven.



Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.





1Het verloop van de procedure


1.1.
Het procesverloop bestaat uit de volgende stukken:


het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 juni 2026;


het stelbericht van mr. Marijnissen van 26 juni 2026;


het bericht van mr. Marijnissen van 29 juni 2026, betreffende een verzoek tot uitstel van de zitting;


het bericht van de griffier aan de advocaten van de ouders van 1 juli 2026, inhoudende dat het uitstelverzoek van mr. Marijnissen niet wordt gehonoreerd;


het bericht met bijlage van mr. Marijnissen van 1 juli 2026, betreffende productie 1,


het bericht met bijlagen van mr. Van der Vegt-Boshouwers van 6 juli 2026, betreffende producties 1 tot en met 3;


de pleitnota van mr. Gulickx, overhandigd tijdens de zitting.





1.2.
Op 8 juli 2026 heeft de kinderrechter de zaak mondeling behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:


de moeder, bijgestaan door mr. P.F.M. Gulickx als waarnemend advocaat;


de vader, bijgestaan door zijn advocaat;




een vertegenwoordigster van de GI;


een medewerker namens de Raad.





1.3.
Volledigheidshalve merkt de kinderrechter op dat de ouders tevens zijn bijgestaan door eenzelfde tolk in de Engelse taal, te weten mevrouw [persoon] .



1.4.
Gelet op de nauwe samenhang tussen het verzoek van de GI in deze zaak en de vordering van de man in de zaak met kenmerk C/02/449376 KG ZA 26-327 zijn beide zaken gelijktijdig mondeling behandeld.





2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , hierna gezamenlijk te noemen: de minderjarigen.



2.2.
Laatstelijk, bij beschikking van 25 augustus 2025, heeft de kinderrechter de minderjarigen onder toezicht gesteld met ingang van 25 augustus 2025 tot 25 augustus 2026.



2.3
Bij beschikking van deze rechtbank van 8 september 2025, hersteld bij beschikking van 23 december 2025, is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en heeft de rechtbank een tijdelijke zorgregeling bepaald, die wordt uitgevoerd vanuit de echtelijke woning, inhoudende:


De moeder zorgt voor de minderjarigen vanaf zaterdag 21.00 uur tot woensdag 12.00 uur zolang [minderjarige 2] nog naar de peuterspeelzaal gaat en tot woensdag 14.00 uur zodra [minderjarige 2] naar de basisschool gaat (vanaf 1 oktober 2025).


De vader heeft de minderjarigen op zaterdag naar bed gebracht en zal direct na aankomst van de moeder de woning verlaten.


De vader zorgt voor de minderjarigen vanaf woensdag 12.00 uur (zolang [minderjarige 2] nog naar de peuterspeelzaal gaat) dan wel 14.00 uur (zodra ook [minderjarige 2] naar de basisschool gaat) tot zaterdag 21.00 uur.


De vader haalt de minderjarigen op van school en/of peuterspeelzaal. De moeder heeft de woning op woensdag uiterlijk om 12.00 uur dan wel 14.00 uur verlaten.


Beide ouders zorgen ervoor dat de woning schoon wordt achtergelaten voor de komst van de andere ouder.


In deze voorlopige zorgregeling is er geen vakantieregeling opgenomen.




2.5.
De minderjarigen verblijven op basis van voormelde voorlopige regeling afwisselend bij hun ouders in de echtelijke woning.



2.6.
De ouders en de minderjarigen zijn Amerikaans burger.





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar.



3.2.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4Het standpunt van de GI


4.1.
Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. De minderjarigen lijken klem te zitten tussen hun strijdende ouders. De ouders communiceren niet met elkaar. De moeder heeft aangegeven dat zij niet rechtstreeks contact kan hebben met de vader, omdat dit voor haar en de minderjarigen te belastend zou zijn. Gezien wordt dat de situatie, waarbij sprake is van ‘bird-nesting’, niet leidt tot de continuïteit die werd gehoopt. Beide ouders hanteren in hetzelfde huis hun eigen regels. De minderjarigen worden hierdoor steeds geconfronteerd met wisselende kaders en verwachtingen. Dit leidt tot onduidelijkheid en onrust. Een voorbeeld daarvan is dat de minderjarigen in hetzelfde huis beschikken over afzonderlijke voorzieningen en er in hetzelfde huis per ouder andere regels gelden. Dit kan voor de minderjarigen verwarrend zijn. Zo wordt bijvoorbeeld gezien dat de minderjarigen signalen kunnen vertonen dat zij bang zijn het fout te doen of straf te krijgen tegenover de andere ouder.



4.2.
Een ander punt van zorg is de emotieregulatie van de minderjarigen. Hoewel zij op school goed presteren, signaleert school dat zij beiden moeite hebben met het uiten van emoties. Gezien wordt dat [minderjarige 1] emotioneel kwetsbaar kan zijn. Voor [minderjarige 2] kunnen emoties soms overweldigend zijn. Zij kan erg verdrietig zijn. [minderjarige 2] heeft de nabijheid van een leerkracht nodig.



4.3.
In de afgelopen periode is hulpverlening onvoldoende van de grond gekomen. De moeder weigert aan hulpverlening mee te werken en de samenwerking tussen de moeder en de GI verloopt moeizaam. Dit heeft ertoe geleid dat de GI de moeder, na een vooraankondiging waarop geen reactie kwam, inmiddels een schriftelijke aanwijzing heeft gegeven. Er is ingezet op opvoedondersteuning van [hulpverlening] . Echter dit heeft niet het gewenste resultaat gehad. [hulpverlening] heeft aangegeven dat de moeder onvoldoende open leek te staan voor de geboden ondersteuning. De opvoedondersteuning is dan ook stopgezet. Aan de zijde van de vader is opvoedondersteuning weer actief. Gezien wordt dat hij adviezen opvolgt en hij opvoedvragen heeft. De samenwerking tussen de vader en de GI verloopt positief. Ook is bij [hulpverlening] een traject rondom de oudercommunicatie ingezet, maar tot een daadwerkelijke start daarvan is het niet gekomen, omdat de moeder hieraan geen medewerking verleent. Hoewel ook speltherapie voor de minderjarigen passend wordt geacht, is dit niet van de grond gekomen. De moeder conformeert zich niet aan de gemaakte afspraken en zegt niet naar de locatie van [hulpverlening] te kunnen komen. Ook stelt zij de voorwaarde dat de speltherapie in de Engelse taal plaatsvindt. [hulpverlening] heeft inmiddels aangegeven de speltherapie niet te kunnen bieden.



4.4.
In de komende periode zal passende hulpverlening moeten worden ingezet. Er dient meer zicht te komen op het functioneren en het welzijn van de minderjarigen. Speltherapie wordt daarbij passend geacht. Daarnaast zal MASIC worden ingezet, waarmee de signalen en mogelijke patronen van geweld of dwingende controle in kaart kunnen worden gebracht. De uitkomsten daarvan zijn doorslaggevend voor het bepalen van een passende vorm van ouderschap.





5De standpunten van de belanghebbenden en het advies van de Raad


5.1.
Door en namens de moeder is, kort samengevat, het volgende aangevoerd. De moeder verzet zich niet tegen het verzoek. Wel plaatst zij kritische kanttekeningen bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Zo is het onjuist dat de moeder niet meewerkt aan hulpverlening. Zij heeft bijvoorbeeld meegewerkt aan een verwijzing naar een diëtist, de vader niet. Regelmatig interpreteert de GI gebeurtenissen als een gebrek aan medewerking van de moeder, terwijl daarvoor ook andere verklaringen bestaan. De moeder benadrukt dat zij niet principieel tegen hulpverlening is. Volgens de moeder manipuleert de vader de minderjarigen. Zij maakt zich ook zorgen over zijn uitingen. In de visie van de moeder wordt de dwingende controle van de vader in stand gehouden. Hulpverlening positioneert de vader als een samenwerkende partij en de moeder als een obstakel. Dat is onjuist. De moeder ervaart het alsof er sprake is van ongelijkheid tussen haar en de vader en de vader een betere positie krijgt, bijvoorbeeld ook met het plannen van de zitting in deze zaak. Verder merkt de moeder nog op dat de schriftelijke aanwijzing die zij heeft ontvangen onterecht is, nu deze is gebaseerd op feiten en omstandigheden die door haar worden betwist.



5.2.
Door en namens de vader is, kort samengevat, aangevoerd dat hij zich niet verzet tegen het verzoek. De vader merkt daarbij op dat de situatie van bird-nesting niet werkt. De rechtbank is meermaals verzocht om een beslissing te nemen over de woonsituatie van de ouders, maar dit is afgewezen. Inmiddels is de vader druk bezig met het vinden van een woning, echter dat is niet eenvoudig. De vader zou het prettig vinden als de moeder zich uitspreekt over haar plannen. Het zou helpend zijn als zij nu bijvoorbeeld aan zou geven dat zij bij haar partner zal intrekken. Dit scheelt een hoop gedoe.



5.3.
De Raad adviseert de kinderrechter, samengevat, om het verzoek toe te wijzen. De Raad acht een verlenging van de ondertoezichtstelling dringend noodzakelijk. De zorgen van de GI worden door de Raad onderschreven. De Raad geeft de GI mee dat hulpverlening in de vorm van speltherapie snel moet starten. Dit heeft geen uitstel nodig. De Raad kan zich verder vinden in het inzetten van MASIC en het parallel voeren van gesprekken met de ouders individueel. Duidelijk moet worden hoe het ouderschap verder vormgegeven moet worden. Voor de Raad is duidelijk dat de minderjarigen klem zitten tussen hun ouders.





6De beoordeling



Bevoegdheid en toepasselijk recht




6.1.
De ouders en de minderjarigen zijn Amerikaans burger. Hierdoor heeft deze zaak een internationaal karakter waardoor de kinderrechter dient te beoordelen of haar in deze zaak rechtsmacht toekomt. Indien dit het geval is, dient de kinderrechter het toepasselijke recht te bepalen.



6.2.

Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is gelegen, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek. Op dezelfde grond zal de
kinderrechter het Nederlandse recht toepassen.





Wat zegt de wet?





6.3.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.



6.4.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:


de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;


. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.





Inhoudelijke beoordeling





6.5.
De kinderrechter kan hier kort zijn. Uit de overlegde stukken en de zitting is gebleken dat aan de wettelijke vereisten voor de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt voldaan. De kinderrechter neemt hierbij in aanmerking dat de minderjarigen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Zij worden belast met de strijd die hun ouders met elkaar voeren. Zij lijken klem te zitten tussen hun ouders.



6.6.
De kinderrechter moet constateren dat de situatie ten opzichte van de beschikking van 25 augustus 2025 onveranderd is gebleven, sterker nog, de situatie is verslechterd. Gebleken is dat bird-nesting niet de gewenste stabiliteit en continuïteit oplevert. Binnen deze constructie wordt gezien dat de ouders ieder hun eigen regels hanteren en de minderjarigen zelfs binnen één woning bij ieder van de ouders eigen voorzieningen hebben. Dit leidt bij de minderjarigen tot onrust en onduidelijkheid. Dit moet stoppen.



6.7.
Voorts is gebleken dat de bij de ondertoezichtstelling gestelde doelen niet zijn behaald. Hulpverlening is niet of onvoldoende van de grond gekomen, waardoor de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarigen in stand blijft. Hierin speelt een rol dat de samenwerking met de moeder niet goed verloopt en zij eigen voorwaarden stelt aan de hulpverlening. De kinderrechter noemt daarbij het voorbeeld dat speltherapie niet van de grond is gekomen, omdat de moeder wenst dat de hulpverlening in de Engelse taal plaatsvindt. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter de moeder er op gewezen dat dit géén vereiste is. Ook opvoedondersteuning is onvoldoende van de grond gekomen. Op dit moment maakt alleen de vader hiervan gebruik. Hij lijkt hiervan profijt te hebben en staat open voor adviezen. De GI heeft de moeder inmiddels een schriftelijke aanwijzing gegeven.



6.8.
Samen met de GI en de Raad acht de kinderrechter het van belang dat beide ouders in de komende periode met hulpverlening aan de slag gaan. Niet alleen dient er zicht te worden verkregen op de opvoedsituatie, ook speltherapie dient voor de minderjarigen te worden ingezet. De kinderrechter ondersteunt bovendien de inzet van MASIC, wat kan plaatsvinden gelijktijdig met het voeren van individuele gesprekken met de ouders. De kinderrechter ziet, evenals de Raad, geen reden om met de inzet van MASIC te wachten.



6.9.
Hulpverlening in het vrijwillig kader wordt niet mogelijk geacht. Dit lukt de ouders simpelweg niet. Zij blijven in een (juridische) strijd verwikkeld en kunnen samen niet tot oplossingen komen. Dit baart de kinderrechter grote zorgen. Zij hoopt dat de ouders, onder begeleiding van professionals, een modus weten te vinden om met elkaar het ouderschap vorm te geven en de onderlinge strijd te staken. Dit zijn zij aan de minderjarigen verplicht.



6.10.
Het voorgaande betekent dat de kinderrechter het verzoek zal toewijzen en de ondertoezichtstelling van de minderjarigen zal verlengen voor de duur van een jaar. De kinderrechter heeft zich ervan vergewist dat de ouders instemmen met het verzoek.



Uitvoerbaar bij voorraad





6.11.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het in het belang van de minderjarigen is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen kan worden uitgevoerd.



6.12.
Dit leidt tot de volgende beslissing.





7De beslissing


De kinderrechter:



7.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 25 augustus 2026 tot 25 augustus 2027;



7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026.











































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:


degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.