Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:5981

2026-06-03 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/448570 / JE RK 26-915
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-03
Publicatiedatum
2026-07-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/448570 / JE RK 26-915
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van negen maanden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.374 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/448570 / JE RK 26-915
Datum uitspraak: 3 juni 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),



over





[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] .





[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedag 2] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .





1Het verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 mei 2026.




1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 mei 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- de vader;
- de moeder.



1.3.
Hoewel de GI correct is opgeroepen, is de GI niet bij de zitting verschenen. De kinderrechter besluit de zitting voort te zetten bij afwezigheid van de GI. De overige aanwezigen hebben hiertegen geen bezwaar.





2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .



2.2.

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij hun moeder.



2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 7 juni 2024 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI. Laatstelijk, bij beschikking van 4 december 2025, heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd, met ingang van 7 december 2025 tot 7 juni 2026.





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4Het standpunt van de GI


4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan.





5De standpunten van belanghebbenden


5.1.
Door de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het verzoek. De ouders hebben de hulp van de GI nodig. De moeder vindt dat de GI veel op de achtergrond werkt en de GI is niet altijd goed bereikbaar. De ouders liggen ver uit elkaar wat ze zouden willen met de oudercommunicatie, maar er worden met de Gezinsmanager compromissen gesloten. De omgang gaat over het algemeen goed. De kinderen doen leuke dingen bij de vader en zetten zich daarna soms wel af tegen de moeder. De moeder is blij dat de vader een rol speelt in het leven van de kinderen.



5.2.
Door de vader is, samengevat, naar voren gebracht dat hij zich kan vinden in het verzoek. Sinds de Gezinsmanager betrokken is, worden er positieve stappen gemaakt. Het contact met de kinderen verloopt goed en ook de oudercommunicatie verloopt beter.





6De beoordeling



Wettelijk kader



6.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.



6.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:


de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;


de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.





Inhoudelijke beoordeling




6.3.
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken is de kinderrechter van oordeel dat nog steeds aan de genoemde voorwaarden wordt voldaan. Er is sprake van een positieve ontwikkeling. Het contactverbod is begin 2026 op afgelopen, waardoor het contact tussen de moeder en de vader enerzijds en tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] anderzijds, eenvoudiger vorm te geven is. Sinds het begin van 2026 wordt er dan ook samen met de Gezinsmanager gewerkt aan contactherstel tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit verloopt goed. De omgang tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt als prettig ervaren. Ook de oudercommunicatie lijkt beter te verlopen dan voorheen. De samenwerking tussen de ouders verloopt dus over het algemeen goed (genoeg). De kinderrechter vindt het positief dat de ouders alle hulpverlening accepteren die nodig is en dat zij samen het traject bij de Gezinsmanager zijn gestart om aan de oudercommunicatie te werken.



6.4.
Hoewel er sprake is van een positieve ontwikkeling, zal er ook nog een en ander moeten worden gedaan om de doelen van de ondertoezichtstelling te behalen. De komende maanden zal het traject bij de Gezinsmanager moeten worden afgerond, waarbij zal worden ingaan op de gevolgen voor de scheiding voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hoe de ouders kunnen vormgeven dat zij ouder zijn terwijl zij uit elkaar zijn. Ook moeten de ouders leren hun eigen triggers te herkennen en moeten zij handvatten krijgen om hiermee om te gaan. Het is belangrijk dat de GI de situatie monitort zodat de ouders de ingezette positieve lijn kunnen voortzetten en de doelen van de ondertoezichtstelling kunnen worden behaald. De GI zal de komende periode moeten onderzoeken wat er nodig is voor een eventuele overdracht naar het vrijwillig kader en zal naar deze overdracht toe moeten werken. Het – onweersproken – verzoek zal daarom worden toegewezen voor de duur van negen maanden, zoals verzocht.



Uitvoerbaar bij voorraad




6.5.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is
verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.




6.6.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.





7De beslissing


De kinderrechter:



7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 7 juni 2026 tot 7 maart 2027;


7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken 3 juni 2026 door mr. Tempel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 17 juni 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.